Verzorgd voor de dag komen

Nanne Tepper was verslaafd aan brieven. Hij ontving en las ze zo graag, dat hij het niet kon verdragen dat de postbode soms pas in de loop van de middag kwam. Dan waren de posterijen ‘pesterijen’. Liever nog schreef hij brieven.

Vanaf 1993 bestookt hij een handvol penvrienden in Arnhem en Nijmegen met almaar langer wordende brieven. Marc Kregting, enig redacteur van het tijdschrift de Biels, is de eerste die lappen proza bij Teppers brieven vindt. Telkens weer gaan er vele kantjes met verhalen en fragmenten naar Kregting. Kantjes worden kilo’s, in de loop van 1993. ‘Hierbij een kilo geloei,’ begint een brief. Later ontvangen ook de literatuurwetenschappers Wilma Siccama en Jack van der Weide grote delen van De eeuwige jachtvelden ter beoordeling.

De eerste brieven tikt hij op een schrijfmachine, met een minimale regelafstand, de pagina’s tot de kantlijn gevuld. Op 16 september 1993 komt Tepper in het gelukkige bezit van een ‘tekstverwerper’, een ‘prehistorisch model’ met WordPerfect 4.2. Vier dagen later schrijft hij zijn eerste brief op zijn eerste computer en biedt hij bij voorbaat excuses aan voor het ontbreken van leestekens, die hij ‘nog niet aan de schemerzones [heeft] weten te ontrukken’.

Het duurt even voor Nanne Tepper vertrouwd raakt met computers. Aan Marc Kregting, 2 november 1993:

Maar goed dat ik even naar een compushopcenter ben geweest want wat blijkt: mijn floppy’s zijn groter dan de jouwe (niet analyseren!). Ik had mij namelijk al suf gerekend van centimeters naar inches. […] Hoe moet dat nou met die floppy’s? Moet ik mijn [essay over] Ellis op een 3,5″ laten overzetten? Of heb jij een reserveslede voor het grotere werk (zoals sommige vrouwen in Afrikaanse landen schijnen te bezitten)? Ik word hier erg moe van.

Later haalt hij, wanneer een opstartdisc de geest geeft of de hardware vochtig is geworden, een hacker in huis. Als op 12 november 1993 zijn beeldscherm ‘compleet naar de knoppen’ gaat, is Tepper even teruggeworpen op zijn ‘gammele typmasjiene’. Veel erger: ‘Ik kan niet bij mijn roman!’

Honderden brieven van Nanne Tepper zijn overgeleverd in fotokopieën van vage afdrukken van een matrixprinter. Zoveel jaar later blijken de met metaal en inkt getypte brieven veel leesbaarder dan de vroege computerprints. Analoog wint van digitaal: getypte vellen hebben een groter contrast dan geprinte vellen, die vaak meer pixels dan letters bevatten. Gelukkig krijgt de schrijver, twee maanden na het verschijnen van De eeuwige jachtvelden, van zijn trotse ouders een laserprinter cadeau. Aan ‘Waarde ouders!’, 4 november 1995:

Als ik aan dit prachtding gewend ben en dit ding aan mij en de atmosferische toestanden in mijn laboratorium zal ik tenminste op één vlak ‘verzorgd voor de dag komen’. Stofnesten in hoofd, haardos en werkkamer, maar Teppers ‘ongevraagde bijdragen’ zien er keurig uit.

Hij aanvaardt het geschenk in grote dankbaarheid. Dankbaar zijn ook Teppers correspondenten, dankbaar is de bezorger van het brievenboek die ze nu allemaal mag lezen.

En een kind

‘Het huwelijk’ is het enige gedicht van A. Marja dat geheel op eigen kracht, zonder enige promotie van Coen Peppelenbos en mij, de eenentwintigste eeuw heeft gehaald. Het behoort intussen, samen met de gedichten van Elsschot en Nijhoff, tot de canon van de huwelijkspoëzie. Deze vier eenvoudige regels zijn te vinden in bloemlezingen over geluk, verzamelingen light verse, werkstukken van Turkse studenten en op poëziekalenders, keukenschorten en papieren servetten.

Ik heb je alles gegeven:
een gedicht, mijn maandsalaris
en een kind; wil je nu even
kijken of het eten klaar is?

Autobiografisch of uit het leven gegrepen is ‘Het huwelijk’ niet. Toen A. Marja het schreef was hij geen echtgenoot, maar een puber zonder vaste verkering. De allereerste publicatie van ‘Het huwelijk’ is in de eerste en enige jaargang van Pomp, het maandblad voor scholieren in Winschoten, waarvan Jan E. Folkerts en Arthjo Marja de redactie voerden. Er komt dan nog geen kind in voor.

Ik heb je alles gegeven:
een gedicht, mijn maandsalaris
en een zoen. – Wil je nu even
kijken of het eten klaar is?

Met een minieme wijziging in de derde regel (een puntkomma voegt de twee zinnen samen) nam Marja ‘Het huwelijk’ een paar maanden later op in zijn debuutbundel Stalen op zicht (1937), in de afdeling ‘Ironisch omspoeld’, tussen dertien andere humoristische en wat wrange ‘kleine trompetsolo’s’. Vier van deze versjes hebben met het geloof te maken, de overige gaan over meisjes, vrouwen en relaties.

Overgenomen uit Stalen op zicht belandt het gedicht voorop de aankondiging van Marja’s huwelijk met zijn jeugdliefde Puckje op 8 juni 1944. De vouwkaart werd gedrukt door H.N. Werkman aan het Lage der A in Groningen. Boven het uit een schreefloze cursief gezette vers vervaardigde Werkman in rood en blauw een sjabloondruk. Volgens de deskundigen is Werkmans illustratie abstract, maar sinds ik een exemplaar in huis heb zie ik er een fluitketel op het vuur in.

De overige tekst op de trouwkaart is nogal melig. Het zal ook wel het idee geweest zijn van Marja, actief immers als clandestiene uitgever, om een colofon op de kaart te drukken en alle 42 genummerde exemplaren door ‘beide slachtoffers’ te laten signeren. Het ging Werkman, blijkens een brief aan August Henkels van 20 juni 1944, allemaal wat ver:

Hij wilde n.b. die kaarten ook door mij laten teekenen, de lui zijn gek met hun signeeren.

Na de oorlog schrapte Marja de zoen en introduceerde hij het kind in zijn gedicht. In zijn eerste verzamelbundel Van mens tot mens. Gedichten 1935-1946 (1948) staat het gedicht in de definitieve versie. Marja was intussen zelf vader geworden; Van mens tot mens is in druk opgedragen aan zijn dochter Marjo en zijn zoon Wim.

In zijn tweede verzamelbundel Nochtans een christen (1962) is het vergeefs zoeken naar ‘Het huwelijk’. De afdeling ‘Oud’ bevat geen enkel gedicht uit Stalen op zicht, zelfs geen vers van voor de oorlog. Misschien zocht de dichter met zijn recentere poëzie aansluiting bij de nieuwe generatie. Of misschien is de reden van het ontbreken van ‘Het huwelijk’ te vinden in de biografie van de dichter, wiens eerste huwelijk in 1953 strandde en wiens tweede huwelijk in 1963 ontbonden zou worden.

Het is merkwaardig dat een van de eerste gedichten van A. Marja verreweg zijn bekendste is geworden, terwijl de dichter zelf, aan het eind van zijn leven, bij het samenstellen van een overzichtswerk zijn vroege poëzie negeerde. ‘Het huwelijk’ was voor hem oud en afgedankt.

Zoetjes klinkende studentenleut

Zij deed de levende schrijvers en ik de dode. We werkten allebei onze lijstjes af. Zij vond een geschikt gedicht van Tonnus Oosterhoff bij de Carolieweg, ik koppelde het juiste briefcitaat van W.F. Hermans aan de Ossenmarkt. Zo eenvoudig verdeelden Roos Custers en ik in 2011 de taken bij het samenstellen van de Literaire wandeling Groningen. Dus de passage over Nanne Tepper, voorafgegaan door twee zinnen over het Belcampo Stipendium, moest uit de pen van Roos vloeien.

In 1997 was de beurt aan Nanne Tepper, die enkele jaren daarvoor indruk had gemaakt met zijn debuutroman De eeuwige jachtvelden. Zijn stipendiumopdracht mondde uit in de novelle De avonturen van Hillebillie Veen.
Tepper woont nog steeds in de stad Groningen maar mengt zich zelden tot nooit in het literaire leven. Uitgeverij Contact meldt op haar website dat hij werkt aan een nieuwe roman; wij wachten met spanning op dat levensteken.

Onze wandelgids verscheen in mei 2012. In november 2012 pleegde Nanne Tepper zelfmoord. In de voorbereiding van de tweede, herziene druk van de Literaire wandeling Groningen wisselde Tepper van lijstje. Het levensteken werd geschrapt. Maar zijn vermelding bleef staan op pagina 36, waar de literaire wandelaar langs het Provinciehuis komt, de locatie van de tweejaarlijkse uitreiking van het Belcampo Stipendium.

Geen van de vijf wandelingen in de gids leidt naar de wijk Oosterpoort. Daar, op Nieuwstraat 54, in een rijtjeshuis uit 1915, stond het schrijfbureau van Nanne Tepper. Boven elke brief die hij hier tikte stond de huisnaam: Ardis Hall, genoemd naar het huis in de hevig door hem bewonderde familiekroniek Ada (1969) van Vladimir Nabokov.

(In Nabokovs Ardis Hall slaat de vonk over tussen Ivan en Ada, broer en zus – maar dat weten zij dan nog niet. Tepper verwijst in zijn werk geregeld naar Nabokov; op pagina 260 van De eeuwige jachtvelden (1995) wordt Ardis letterlijk genoemd, in een brief van hoofdpersoon Victor aan zijn zus Lisa. Ook zij zijn gedoemd elkaars geliefde te zijn.)

Het zal niet moeilijk zijn om Nanne Tepper in de derde, ooit te verschijnen druk van de gids meer recht te doen. In de eerste wandeling, een rondje door het centrum van Groningen, past het volgende citaat uit De eeuwige jachtvelden, ter hoogte van de Peperstraat en de Grote Markt. De sombere voorspelling is van Hille Veen, aangehaald door Lisa.

Volgens Veen lieten de junkies zich niet meer naar de buitenwijken jagen en kropen ze ’s nachts door het centrum. En volgens een vriendin van hem, die bij de krant werkte, was de Peperstraat – het hart van het centrum – in handen van een bende die, als in een televisieserie, bescherming en portiers leverde, portiers die elke week slachtoffers maakten. Al dat rumoer leek nog aangelengd met zoetjes klinkende studentenleut. Maar, zei Hille, het wachten is op de dag dat de Grote Markt de status van OK Corral verdient en we niet meer staan te lachen bij een schietpartij.

En de volgende zin uit Teppers roman De vaders van de gedachte (1998) zou als motto boven elke wandeling kunnen staan, omdat de openbare bibliotheek aan de Oude Boteringestraat het begin- en eindpunt van elke literaire wandeling is. Aan het woord is de Groningse conferencier Co Starring:

Juist de stijlvolle pogingen van bouwmeesters mislukken: in de nieuwe bibliotheek is geen ruimte meer voor boeken; men moet er in de rij kunnen staan.

Olifant

Zonder de oude zwart-witfoto’s van Groningse schrijvers en interieurs was de Literaire wandeling Groningen een stuk saaier geweest. In de overweldigende berg gedigitaliseerde foto’s in de Beeldbank Groningen vonden we bijvoorbeeld een strak portret van Belcampo anno 1956 en een opname van de sfeervolle Openbare Leeszaal en Boekerij in 1914. De Beeldbank geeft de mogelijkheid om op locatie te zoeken; voor ons literaire wandelaars, schrijvend van adres naar adres, een schitterende uitvinding.

Lunchroom Lang en de schrijvers en kunstenaars die er hun kopje koffie dronken zijn nooit door een fotograaf vastgelegd. De lunchroom, in de naoorlogse jaren gevestigd op Herestraat 45, wordt kort genoemd in onze wandelgids. Er is precies een scherpe foto van de volledige voorgevel van het pand, maar die viel meteen af, omdat manufacturenhandel C.H. Vroom er toen nog zat. Onze zoektocht leverde nog een foto op van lunchroom Lang, al wordt daarop de gevel aan het zicht onttrokken door een mensenmenigte en een olifant. En juist dit surrealistische kiekje (let op het verkeersbord) heeft beide drukken van de Literaire wandeling Groningen gehaald.

Een olifant in een wandelgids, waarom niet?

Het zijn er trouwens twee. Er staan twee olifanten in de Herestraat. Met dompteur Aage Nielsen maakten ze in juli 1951 een wandeling door de binnenstad, opdat het volk zou weten dat het rondtrekkende circus van Jos Mullens weer in Groningen was neergestreken. De zusters van het diaconessenhuis aan de Praediniussingel kregen de mastodonten ook te zien.

Het had niet veel gescheeld of Circus Jos Mullens had Groningen in 1951 overgeslagen. Eind 1949 moest de tournee worden afgelast vanwege een door storm vernielde tent. In april 1950 waren de stallen en 22 paarden bij een grote brand verloren gegaan. In mei 1951 kreeg directeur Mullens een proces-verbaal wegens overtreding van de Arbeidswet (kinderarbeid). Een maand later stortte weer een andere circustent in.

Van 6 tot en met 14 juli 1951 liepen er panters, olifanten, raspaarden, luchtacrobaten, slangenmensen en Vlaamse clowns over de Ossenmarkt. W.F. Hermans had ze vanachter zijn schrijftafel kunnen zien, maar hij heeft het hele circus op een haar na gemist. De schrijver ging pas eind 1952 in Groningen wonen.

Gelukkig bleef het circus, jaar in jaar uit, zijn tent opslaan op de Ossenmarkt. Hermans aan Reve, 10 september 1955:

Al een week lang wordt het huis aan de buitenkant geschilderd zodat er op de meest onverwachte ogenblikken mannen op ladders voor de ramen staan en naar binnen kijken. Ik kan geen pest uitvoeren. Als ze weg zijn komt er een circus voor de deur. Ik wil verhuizen, maar ik weet niet waar naartoe. Herhaaldelijk fantaseer ik dat ik een V2 ben die uit de stratosfeer geruisloos op deze stad afkomt en onder wellustige gevoelens uit elkaar springt.

Adressen

Vorige week zat ik te rillen in een portiek op de hoek Tuinbouwstraat-Moesstraat. De cameraman die mijn bibberende spraak vastlegde was een Italiaan. Ik moest recht in de lens kijken en vertellen over de dichter die vanaf 1937 dagelijks deze traptreden beklom, naar zijn studentenkamertje. Vervolgens vertelde ik op twee andere locaties over dezelfde man.

Deze korte film over drie Groningse adressen van de dichter A. Marja staat nu online. Eén adres is geïntegreerd in de eerste wandeling (Groningen centrum) van de Literaire wandeling Groningen (2012). Om een volledige bedevaart mogelijk te maken som ik alle mij bekende Groningse woonadressen van A. Marja op. De gaten in de chronologie hoop ik ooit te kunnen vullen.

Na zijn eindexamen gaat Marja op kamers op Tuinbouwstraat 65-B. Daar woont hij zeker tot en met oktober 1939. Vanaf juli 1940 zit hij aan Eeldersingel 8. In januari 1941 verschijnt het adres Herman Colleniusstraat 21-A boven zijn brieven. Vanwege zijn ernstige darmontsteking logeert Marja van de zomer van 1942 tot begin 1944 bij zijn vader in Yerseke. In het nieuwe jaar betrekt hij, aan de beterende hand, met Puckje twee kamers op Donkersgang 1, middenin de stad. Af en toe logeert het jonge paar bij Puckjes ouders op Tuinbouwstraat 156-A. In de zomer van 1945 komt de schipperswoning op Kleine Leliestraat 9 in beeld.

In 1946 vertrekt A. Marja, met vrouw en dochter, naar Bussum. In het villapark Spieghel mag hij in het koetshuis van uitgever F.G. Kroonder wonen. Zoveel jaar later is het nog een prachtige filmlocatie.