Schaduwoeuvre

In de meeste necrologieën van uitgever Theo Sontrop, die vorige week zondag op 86-jarige leeftijd overleed, werd de omvang van zijn scheppend werk gememoreerd. Hij was de man van ‘het kleinste poëtische oeuvre van Nederland’ (Onno Blom), van een ‘bijzonder klein’ oeuvre (Kester Freriks), wiens gedichten ‘heel mondjesmaat, in pierdunne bundeltjes’ verschenen (Rob Schouten). Nee, ‘een veelschrijver was hij niet’ (NOS). Hier en daar werd een getal genoemd: 38, want zoveel verzen staan er in Sontrops Gedichten 1962-1996 (1996).

Maar het poëtische oeuvre van deze markante man is wel iets groter dan wat hij selecteerde voor en opnam in zijn officieuze Verzamelde gedichten. De 26 kwatrijnen van Het Alfabet (1975), een door Joost Roelofsz geïllustreerde dichtbundel, ontbreken bijvoorbeeld in Gedichten 1962-1996.

En Theo Sontrop liet een schaduwoeuvre na, verspreid over talloze schutbladen en titelpagina’s. De dichter die ‘legendarisch traag’ was (Blom), schudde de gelegenheidsverzen zo uit zijn mouw. Wanneer Sontrop zijn eigen bundels cadeau deed, verwerkte hij wel eens nieuwe poëzie in de opdracht. Voor in een exemplaar van zijn debuut Langzaam kromgroeien (1962) staat ‘Aan de ongelukkige koper’:

‘Ach, als ik dicht dan moet ge mededichten’
of laat ook maar, het is al dicht genoeg.
Hoe zouden woorden ook maar iets verlichten:
een brakke echoput, een schampscheut voor de boeg.

Met Sontrop bevriende schrijvers kregen ook vaak een boek uit zijn fonds ten geschenke, waarin hij bij overhandiging nog even vlot een kwatrijn neerpende. Criticus Ivan Sitniakowsky kreeg in 1988 de Achterberg-biografie cadeau:

Dit is het boek van I… Sitniakowsky,
die nooit de minnaar werd van Feetje Lowski.
Waar Achterberg viel in Neerlangbroek:
zéér veel te lijden, en dat alles voor één boek?

Uit de bibliotheek van Benno Barnard, die weer eens verhuizen moest, kocht ik in 2003 Maarten ’t Harts essaybundel Een dasspeld uit Toela (1990). Op de Franse titel van het boek staat in Sontrops priegelhandschrift:

Al draagt een aap een dasspeld
dan wordt hij nog geen dagheld.
En wat de criticus mag zeggen:
zal C. Pe[e]ters ooit een grens verleggen!?

Bewaren

De eerste veiling van ‘The Boonekamp Collection’ is geschied. Het overgrote deel van de Leidse literaire handtekeningenlawine is goed terechtgekomen; slechts een kwart van de kavels bleef onverkocht.

Beide kavels met het door mij ge(roof)drukte poëziedebuut “Laatste gedichten” van Hans Andreus (N.pl., n.pr., c. 2007) van Benno Barnard hebben een nieuwe eigenaar gevonden. Eén kaveltje Barnard, waarin nota bene een exemplaar van zijn mooiste boek, bleef op de planken liggen. De schrijver moet het onder de hamer komen van zijn werken wel met (leed)vermaak hebben aanschouwd. Zijn commentaar op deze geschiedenis was kort. ‘Zo wordt men zijn eigen curiosa.’

Welke Barnard-fans in Leiden hebben toegeslagen is mij niet precies bekend. De nieuwe eigenaar van kavel 377, waarin een uitgebreid gesigneerd exemplaar van “Laatste gedichten” van Hans Andreus, heeft zich inmiddels gemanifesteerd. Een boekwinkeltje in Franeker biedt het drukwerkje sinds gisteren aan. De opdracht van Barnard aan Boonekamp wordt volledig geciteerd: ‘Voor Gert, mijn oudste gedicht. Bewaar me… Benno 18.12.07. Een biblioseksuele drukker stuurde me dit – ik wist van niks’. In de beschrijving staat achter het veld ‘Uitgever’ echter: ‘Onbekend’. Voor 60 euro plus porto is het van u; mijn toelichting is gratis.

Het dubbelzinnige in deze opdracht van Barnard krijg ik nu pas in het oog. Natuurlijk, hij verkort hier de bekende krachtterm ‘God, bewaar me!’ Maar hij bedoelt het ook letterlijk: ‘Bewaar me’. Gert Boonekamp werd door sommige dichters beschouwd als hun liefhebbende archivaris of zachtaardige conservator. Hij miste geen knipsel, geen bloemlezing, geen vouwblaadje, hoe obscuur ook.

Voor dichters, die zichzelf niet verzamelen, moet het een geruststellende gedachte zijn geweest dat iemand, ergens op de wereld, al dat papier trouw naar zijn huis sleepte en in kasten, dozen en mappen stopte. Om te lezen en om te bewaren.

(N.pl., n.pr., c. 2007)

In de Leidse literaire handtekeningenlawine, aangekondigd voor dinsdagavond 7 mei, zitten zeker 74 signaturen van Benno Barnard. Zijn hele werk, in handelsedities en bibliofiele uitgaven, komt onder de hamer. Enkele kilo’s verspreid werk worden aan sommige kavels toegevoegd. Elke snipper is door de auteur gewaarmerkt.

Ik dacht dat ik aardig bij was met mijn verzameling Barnard, maar Gert Boonekamp is absoluut mijn meerdere. Geen vertaling heeft hij gemist, geen bloemlezing overgeslagen. ‘The Boonekamp Collection’ omvat honderden en honderden naoorlogse dichtbundels en romans, stuk voor stuk voorzien van een handtekening en/of een opdracht. Auteurs, wier achternaam begint met A-K, zijn het eerst aan de beurt. De veilingkavels zijn zo omvangrijk dat hooguit vijf boektitels met name genoemd worden. De overige boeken blijven, ook na autopsie, anoniem. Een afsluitend getal geeft aan uit hoeveel boeken de kavel in totaal bestaat.

In twee kavels zit een vouwblad met een gedicht van Benno Barnard verstopt. Uit de veilingcatalogus: ‘Id. “Laatste gedichten” van Hans Andreus. (N.pl., n.pr., c. 2007). Fold. leaf w. poem. “Gedrukt voor de dichter in vijf exemplaren”.’ Het veilinghuis heeft op het vouwblad geen plaats van uitgave gevonden, de drukker is niet achterhaald en van het jaar van uitgave rest slechts een vermoeden.

Boonekamp is een navorser. In zijn zoektocht naar publicaties in kranten en tijdschriften is hij gestructureerd te werk gegaan. Dat laten de dikke knipselmappen in zijn collectie zien. Ik moet het zelf meer van het toeval hebben. In 2005, toen de Universiteitsbibliotheek Groningen vele literaire tijdschriften nog in een open opstelling had staan, vond ik per ongeluk een gedicht van Benno Barnard. Negen regels poëzie, onderaan pagina 66 van In de Waagschaal, jaargang 7, nummer 3 (8 april 1978). De twee volgende pagina’s hebben, eveneens van de hand van Barnard, een bespreking van de postume bundel Laatste gedichten van Hans Andreus, onder de titel ‘Mantiek en semantiek’.

Het negenregelige vers haalde Barnards debuutbundel Een engel van Rossetti (1981) niet en bleef ook later ongebundeld. Ik besloot daarom zelf de eerste druk te verzorgen. En zo ontstond, in 2005 nog, “Laatste gedichten” van Hans Andreus. Een roofdruk, strikt genomen, maar wel geautoriseerd.

Geautoriseerd? Met het vers geconfronteerd, in december 2007, bleek de dichter, weliswaar ‘geamuseerd’, er geen enkele herinnering aan te hebben. ‘Uit welk Pleistoceen dateert het? En In de Waagschaal? Dat moet dan haast via mijn vader zijn gelopen.’ Willem Barnard zat inderdaad in de redactie van het tijdschrift.

Deze bibliografische achtergronden, gratis en voor niets, voor de koper(s) van de kavels met het vouwblad. Een gedicht, nog vroeger gepubliceerd dan ‘”Laatste gedichten” van Hans Andreus’, ben ik sindsdien niet tegengekomen. Met het vouwblad heeft de koper dus, min of meer, het debuut van Benno Barnard in handen.

Sprakeloos

Literair Groningen ziet uit naar het herfstige prozafestival Het Grote Gebeuren op 12, 13 en 14 november. Thema: Nederland versus België. Acte de présence geven vele grote namen, van Jan Siebelink tot Kamagurka. Zondagochtend is er een brunch met Tom Lanoye, zondagmiddag een afsluitend debat met o.a. Benno Barnard.

Tom Lanoye won met de mooiste zin uit Sprakeloos de Tzum-prijs 2010. Benno Barnard vond die zin ‘een gedrocht’. Het binnenrijm aan het eind van de zin was volgens Barnard ‘een fonkelende vondst, bij het licht waarvan de bleke, studentikoze smaak van de jury goed zichtbaar’ werd. Misschien spreken Barnard en Lanoye elkaar even in de wandelgangen van Het Grote Gebeuren. Of in het toilet, voor het lavabootje, enfin.

Zijne Kortstondigheid (advertorial)

‘… een reeks van zes lange, narratieve gedichten, een reeks die met een schrijnend gedicht begint en zich langzamerhand toeschrijft naar een liefdesgedicht dat de voorlopige slotsom verwoordt: het enige dat ons redden kan is de liefde. Hoofdpersoon in de reeks is de burgerman die naar een mythisch wereldbeeld verlangt. Hij is de Odysseus die in de zwerftocht die zijn leven is op zoek gaat naar antwoorden. Maar zijn die er wel? Hoe moet een samenleving verder als de grote collectieve mythe voornamelijk afkeer oproept bij ontwikkelde mensen? Dawkins biedt ons geen verhaal, Homerus en de Bijbel wel. Maar wat moet je daar nog van vinden? Je eigen mythe ontwerpen, je eigen burgerlijke verhaal?’

Vandaag verscheen bij de bibliofiele uitgeverij Atalanta Pers Benno Barnards nieuwe bundel Zijne Kortstondigheid, met tekeningen van Ton Frenken. Deze genummerde en gesigneerde uitgave is uiteraard te bestellen.