Comedy is over now

De schrijver won het kort geding, maar is achteraf ‘helemaal niet blij’ met de uitspraak. Over de literaire rechtszaak van dit jaar verklaarde A.F.Th. van der Heijden twee dagen voor Kerst in het radioprogramma van Frits Spits dat hij de uitspraak van de voorzieningenrechter niet als een triomf ervaart.

Integendeel. Peter Koelewijn is blijkbaar zo aangedaan geweest door wat ik geschreven heb in De helleveeg, ook al stond er niet wat hij dacht dat er staat, ik vind dat ik mij dat aan moet trekken. Hij is een bekend Nederlands popmusicus, dus ik dacht zijn naam wel te kunnen vermelden. Dat heeft tot misverstanden geleid in verband met andere feiten in het boek. Ik ben helemaal niet blij met zo’n uitspraak, als blijkt dat hij nog steeds aangedaan is. Hij krijgt een brief van mij, daar ga ik hem een voorstel in doen.

Dat was de Kerstgedachte van A.F.Th. van der Heijden. Een en al welwillendheid.

Wat komt er in de brief te staan? Wat zal Van der Heijdens voorstel zijn? Ik schets drie scenario’s.

Van der Heijden biedt Koelewijn aan op zijn kosten alle exemplaren van De helleveeg uit de handel te halen en te vernietigen. Geïnspireerd op de literaire rechtszaak van 1967  vervangt Van der Heijden in alle volgende drukken de naam ‘Koelewijn’ door ‘Jansen’. De Bezige Bij verwerkt in het nieuwe omslagontwerp, zowel voorop als op de rug, de melding ‘herzien’, ‘verbeterde formule’ of woorden van gelijke strekking.

Of Van der Heijden nodigt in zijn schrijven Koelewijn uit voor een tournee langs alle boekhandels in Nederland en Vlaanderen. Gewapend met een benzinestift verduistert de schrijver in alle aanwezige exemplaren van De helleveeg de naam ‘Koelewijn’, terwijl de liedjeszanger in de boekwinkel bekende hits als ‘Comedy is over now’, ‘Ik ben geen jojo’ en ‘Oei oei oei, dat was me weer een loei’ ten gehore brengt. Deze actie is, weet Van der Heijden uiteraard, gebaseerd op het door de schrijver zelf gecensureerde debuut van Belcampo.

Of, en dit acht ik het meest waarschijnlijk, Van der Heijden stelt voor De helleveeg van een speciaal inlegvel te voorzien. Op het losse vel worden alle op pagina 184 van De helleveeg gedrukte zinnen ontkend: er was geen viswinkel, geen zoon des huizes, geen nummer 1-hit, geen dak, geen trap, geen stank.

In zijn overigens sympathieke brief wijst Van der Heijden Koelewijn er nog even fijntjes op dat hij heus zijn klassiekers wel kent. De schrijver vat in zijn laatste alinea voor Koelewijn de geschiedenis van het bekendste inlegvel in de naoorlogse Nederlandse letteren samen: de ‘Belangrijke Mededeeling’ in de tweede druk van de oorlogsroman De laars op de nek (1946) van Maurits Dekker. Dit inlegvel verwijst, in twaalf zinderende regels, enige opzettelijke overeenkomst tussen de ‘arischen ijssalonhouder’ in het boek en de exploitant van een ijssalon in de Amsterdamse Rijnstraat naar het rijk der fabelen.

Was getekend: A.F.Th.

Doorstart

De voorman van het Belcampo Genootschap condoleerde mij, nadat hij me had gefeliciteerd. Alsof ik mijn collectie boeken, brieven, foto’s en tijdschriften van Belcampo niet uit vrije wil had verkocht. Ik wilde ruimte maken in mijn boekenkast. Bovendien had ik zo’n beetje alles wat een Belcampo-verzamelaar wil hebben; een complete verzameling is een dode verzameling. Tijd om andere verzamelaars de mogelijkheid te bieden om dat ene ontbrekende uitgaafje te bemachtigen.

Ik bezat louter topstukken, als ik de krant moet geloven. Het Rijssens Nieuwsblad zag kans om, tussen de uitslagen van de bridgeclub en een verslag van de autobrand in de Nijverheidsstraat door, te berichten over de catalogus Belcampo.

De zaal zat vol bij de doorstart van het Belcampo Genootschap, maar niet iedereen was gelukkig met de plannen. Volgens Coen Peppelenbos ontbrak het de Belcampianen aan ambitie. Zij hadden zich neergelegd bij het feit dat er nooit meer een boek van Belcampo in de boekwinkel zou liggen.

‘Zo werd al bij voorbaat vastgesteld dat het uitgeven van het Verzameld Werk van Belcampo onmogelijk was. Waarom? Waarom daar niet over door gepraat? Het moet toch mogelijk zijn om een paar duizend euro, desnoods met crowdfunding, bij elkaar te krijgen en dat werk uit te geven?’

Liever dan een Verzameld Werk zie ik een forse bloemlezing uit Belcampo’s allerbeste verhalen, desnoods gekozen door Christiaan Weijts en met een voorwoord van Tommy Wieringa – zoals uitgevers tegenwoordig plegen te doen. Een frisse, toegankelijke blik op een groots oeuvre. Een Verzameld Werk heeft vaak iets van een grafzerk, waaronder je een schrijver voorgoed verstopt. Met een betaalbare bloemlezing kan ook Belcampo een doorstart maken.

Dagdroom: een uitgave van Belcampo’s brieven aan vrienden, collega’s en fans. Als de catalogus Belcampo al iets blootlegt, dan is het wel Belcampo’s epistolaire talent.

Fantastisch

‘Ik zie hem grinniken bij dit soort activiteiten.’ Elze ter Harkel en Thomas de Boer vertellen in een gesprek op Glasnost over Belcampo, ‘de enige fantastische schrijver van Nederland’. Ze hebben het Belcampo Genootschap onlangs heropgericht.

De Boer herinnert zich dat Belcampo, in het dagelijks leven studentenarts, een uurtje seksuele voorlichting gaf aan studenten van vereniging Unitas. Daarna bleef de schrijver natuurlijk om voor te lezen uit eigen werk.

De Belcampisten winden zich op over het lege haakje in het leescafé Belcampo van de Bibliotheek Groningen. Daar hing altijd het portret van Belcampo door Philip Mechanicus. Is het zoek? Het Genootschap wil er ook voor zorgen dat de boeken van Belcampo in de boekhandel weer zichtbaar en beschikbaar zijn.