Het antwoord

Op 14 januari jongstleden zette A.L. Snijders, gezeten aan zijn oudroze inmiddels blauwgroene eettafel in Klein Dochteren, drieëndertig keer zijn handtekening.

Daarmee werd een belofte in het colofon van Het antwoord ingelost en was de derde door Boris Rousseeuw verzorgde Snijders-uitgave van Artistiek Bureau een feit. Voor de twee eerdere uitgaven was een ongebundeld zkv het uitgangspunt. Nu had ik een passage gekozen uit een ongepubliceerde brief van Snijders aan Hans Broer, de vorig jaar overleden bibliotheekdirecteur en uitgever van De Geiten Pers. Die had de schrijver om een autobiografie gevraagd.

In het postscriptum van de brief van 26 oktober 1995 schrijft A.L. Snijders over zijn werkloze jaren, de bijbehorende uitkering en de verplichte sollicitaties. Bij een van zijn sollicitatiebrieven had Snijders een curriculum vitae gevoegd waarin een bepalende jeugdherinnering was opgenomen.

Het was 1946, zomer, de zon scheen. De Roompotstraat was zo stil en warm als in Het Uur U. Ik was alleen op straat. Misschien wist ik dat er iets zou gebeuren, misschien ook niet.

Wat er kort daarvoor gebeurd was, laat de houtsnede van Isabelle Vandenabeele tegenover de titelpagina van Het antwoord zien. Het meisje op de houtsnede is Greetje R. De jongen met het antwoord is Sjors Olsen.

Deze geschiedenis is meermaals in een tekst van A.L. Snijders opgedoken. In de column ‘Kut’, op 1 juni 1987 gepubliceerd in Het Parool, heet het meisje Truusje Nielsen en de jongen Otto Dunnebier. In het korte verhaal ‘De sprong’, dat in 1998 in het tweede nummer van het literaire periodiek Bunker Hill stond, gaat het om Roosje R. en Oskar Moholy-Nagy.

Verschillende versies van hetzelfde verhaal. Die in de brief aan Broer vind ik het mooist.

Administratie

Een kwart eeuw na de verschijning van Alice in Wonderland (1865) wilde Lewis Carroll er een nieuw boek van maken: geschikt voor en geadresseerd aan kinderen tot 5 jaar, met een ingekorte en vereenvoudigde tekst, met extra grote illustraties. Nog voordat The Nursery “Alice” (1889) naar de drukker ging, begon Carroll op 21 juni 1889 met het noteren van de namen van vrienden en familieleden die een presentexemplaar moesten ontvangen. Dit bruine schriftje, dat inzichtelijk maakt wie tot Carrolls inner circle behoorde, komt vanmiddag onder de hamer bij Sotheby’s (mirror).

Hoewel het document ook al in 1946 werd beschreven en per opbod verkocht, is het nooit beschikbaar geweest voor onderzoek. Het veilinghuis zet nu vooral in op de waarde van het schriftje als biografisch document (‘a fascinating snapshot into Carroll’s private life‘). Maar Carrolls schriftje is natuurlijk ook de natte droom van boekwetenschappers en Alice-verzamelaars. Niets is zo mooi als de handel en wandel van een exemplaar reconstrueren, laat staan van een halve oplage. (En wie weet vind je aan het eind van de rit een exemplaar voor jezelf, te koop of te geef.)

Voordat mijn zoektocht naar het debuut van Remco Campert mijn leven begon te domineren, had ik al een lijstje gemaakt van bekende exemplaren van Hermans’ Dinky Toys (1976) – voor het laatst geüpdatet in 2014. Kees Lekkerkerker stelde zich als jonge Slauerhoff-specialist ten doel om de 15 ‘in sirenenhaar’ genaaide exemplaren van Soleares (1933) te vinden. Hij kwam niet verder dan nummer 7 (in het bezit van zijn penvriend, de Arnhemse ambtenaar Pleun van Toledo) en nummer 10 (op naam van Emile van der Borch van Verwolde). Ik ken iemand die niet zal rusten voor hij alle 250 genummerde exemplaren van De Ode (1919) van Louis Couperus heeft getraceerd. Die census is pas echt een uitdaging.

Nooit is in beeld gebracht waar zich de enkele niet-vernietigde exemplaren van de eerste druk van Pijpelijntjes (1904) bevinden, terwijl zo’n staatje op de achterkant van een bierviltje past. Zelfs van de personen die op 1 november 1947 een eerste druk van De Avonden (1947) van de auteur kregen bestaat geen index. Binnenkort breng ik daar verandering in.

Van mijn eigen drukwerk bestaan al geheime distributielijsten met nummers en namen. Er is een waterdichte administratie. De Koninklijke Bibliotheek te Den Haag ontving van de laatste twee Artistiek Bureau-uitgaven nummer 13 van de oplage, omdat particuliere verzamelaars in het ongeluksgetal geloven. De zelfbenoemde bibliograaf kreeg vaak nummer 7 of 8. In de derde kolom van dit overzicht hield ik bij wanneer welk exemplaar aan de eerste eigenaar werd overhandigd of verzonden – net als Lewis Carroll deed.

Paspoort

Op woensdag 7 augustus 2013, om kwart voor negen ’s ochtends, las A.L. Snijders in het radioprogramma De Ochtend van 4 het zeer korte verhaal ‘Paspoort’ voor. Het is online integraal te lezen en compleet te beluisteren.

Gisteren mocht ik, bij de tewaterlating van Alleen de titel is nog niet af, de schrijver Karel ten Haaf bewieroken. Ik eindigde mijn toespraakje over hem met een voorspelling:

In de eeuw van de e-reader zie ik twee zich van elkaar verwijderende groepen: de swipers en de perkamentpoetsers, de lezers en de bibliofielen.

De eerste groep mensen is hierboven na de eerste alinea al afgehaakt. Ze hebben op de link geklikt, ‘Paspoort’ van het scherm gelezen, misschien zelfs de auteur horen voorlezen en nu zijn ze klaar. Tot ziens! De tweede groep mensen, gejaagd als altijd, leest door.

In opdracht van Artistiek Bureau drukte De Carbolineum Pers te Kalmthout vorige week het prachtige zkv ‘Paspoort’ in een oplage van dertig exemplaren. Letter: Horley Old Style. Papier: Zerkall en Hahnemühle. Het Spaans hondje staat op het omslag en de titelpagina. De eerste letter van het zkv is door Boris Rousseeuw omkaderd in een floraal vignet.

Paspoort is de eerste in België gedrukte uitgave van A.L. Snijders. Het wettelijk depotnummer is D/5458/2014/2.

Afgelopen donderdag nummerde en signeerde A.L. Snijders de oplage aan zijn oudroze tafel in Klein Dochteren. Om de kosten te dekken zijn enkele exemplaren van Paspoort voor de verkoop bestemd (65 euro inclusief porto; één exemplaar per bibliofiel).

Opruimingstafel

Terwijl zijn uitgever in Enschede de nieuwe Gesamt-Roman en een bundel met de mooiste muziekzkv’s aankondigt, waagt zijn uitgever in Amsterdam het om het tweede deel Heimelijke vreugde te verramsjen. Gistermiddag lagen er nog vier exemplaren à 5,99 op de opruimingstafel van Polare Groningen. A.L. Snijders lijkt daarmee meer in trek te zijn dan het naastgelegen Woordenboek Vlaamse Gebarentaal en de Indiaas-Canadese roman De roep van de nachtvogel. Die lagen er nog in hoge, onaangetaste stapels.

Deze drie boeken zijn van 2008. Er is een ongeschreven uitgeverswet, die ik niet ken, maar die voorschrijft dat een boek niet langer dan vijf jaar gewoon uit voorraad leverbaar mag zijn. Daarna gaan boeken stinken in het Centraal Boekhuis. De angst voor zilvervisjes is er groot.

Heimelijke vreugde 2 is een herdruk van de eveneens bij Thomas Rap verschenen bundels De taal is een hond (1993) en Niets is zo mooi als nutteloze kennis (1998). Beide boeken eindigden ook in de ramsj; de plek waar de commerciële uitgever de benzinestift ontdekt. Van Niets is heb ik verschillende exemplaren gezien met zo’n gemene zwarte streep op de afsnede.

De sneden van mijn set Berichten aan een hoofdredacteur zijn maagdelijk schoon. De vier delen behoorden toe aan een ‘mevrouw Vondeling’. Voor haar pende A.L. Snijders op de Franse titel van De taal is een hond op 13 maart 1993, in de week van verschijnen, een wijsgerige regel neer: ‘Niet de gebeurtenis maar het woord’.

Grasgroen

Indigo. Grasgroen. Wijnrood. Donkercyaan. Citroengeel. De nieuwe A.L. Snijders, Brandnetels & verkeersborden, kondigt de lente aan. Martien Frijns, in wiens vertrouwde handen de vormgeving van het AFdH-fonds ligt, heeft uitgepakt. De bundel 194 zkv’s is de kleurrijkste tot nu toe. En dat komt niet alleen door de bonte schilderijen van Gummbah. Van Bidinald (2006) tot en met Een handige dromer (2010) overheerste het bordeaux in de geboekstaafde Snijders, nu is het spectrum dus verbreed. Overigens wordt Brandnetels & verkeersborden vanavond gelanceerd in het oude postkantoor in Lochem.

Boekhandel Godert Walter exposeert in april op de eerste verdieping werk van Martien Frijns. A.L. Snijders knipt op 1 april het lintje door. Vanzelfsprekend wordt ook De Boekenwereld, een van de door Frijns vormgegeven tijdschriften, tentoongesteld.