Op het dak van de stacaravan

De priester is een goedgelovige. In de vijfde aflevering van de Netflix-serie Ozark (2017) vindt de distributie van harddrugs plaats bij aanvang van de zondagse mis. Een barmhartige Samaritaan overhandigt bijbels aan de kerkgangers, terwijl de priester nog even zijn preek doorneemt. Het gebeurt allemaal recht voor zijn neus.

Bijbels met een stofomslag hebben in het boekblok een uitsparing voor een zakje heroïne: die zijn voor de criminelen. Bijbels zonder omslag zijn bestemd voor de oprechte christenen: voor hen is het Woord van God afdoende.

Het boek is vaker een rekwisiet in het eerste seizoen van Ozark. De slimme jongen uit het trailer trash-gezin zit, eerder in dezelfde aflevering, op het dak van de stacaravan. Hij laat een pubermeisje zijn verzameling boeken zien – stuk voor stuk gestolen. Zij vindt dat een beetje vreemd.

– So you just broke into his house. Ever heard of a library card?
– You don’t understand! This guy has first editions like you’d not believe. I doubt he even notices anything’s missing.

Daarop overhandigt hij haar Ray Bradbury’s The Martian Chronicles (1950). Een eerste druk met stofomslag. En terwijl hij haar uitlegt wat er zo briljant is aan Bradbury’s post-apocalyptische science fiction, zet het meisje haar hoofd steeds schuiner, alsof ze hem wil zoenen. Ze lacht. Ze is verliefd.

De slimme jongen ratelt maar door over zijn boeken. Hij heeft niets in de gaten.

Escobars dummy

In de eerste twee seizoenen van de Netflix-serie Narcos, over de opkomst en ondergang van drugsbaron Pablo Escobar, speelt het boek hoegenaamd geen rol. Alleen Gustavo de Greiff, de procureur-generaal van Colombia, laat in een enkele aflevering zijn goed gevulde, antieke boekenkasten zien, zodat de kijker zich realiseert dat hij hier met een intellectueel te maken heeft.

Eenmaal slechts overstijgt het boek de functie van dode rekwisiet. Wanneer Escobar op 19 juni 1991 zijn intrek neemt in de door hemzelf gebouwde, idioot luxe privé-gevangenis La Catedral, neemt hij een boek mee. Het is een foliant van zwart leder, met op het voorplat, in goud uiteraard, de beeltenis van Escobar en diens naam in kapitalen.

Het glimmende boek blijkt een dummy te zijn: in de negende aflevering van Narcos vult de drugsbaron het boek met herinneringen. Foto’s uit zijn jeugd, krantenknipsels, zelfs zijn vroegste mug shot belandt in het boek. Escobar is druk in de weer met een tube bloedroodgekleurde lijm. Op de eerste lege bladzijde plakt hij een foto in van zichzelf met zijn geliefde ‘Tata’. Dat inplakken doet Escobar uiterst zorgvuldig. Hij strijkt elk knipsel vanuit het midden naar de randen toe glad, zodat er geen bobbels of vouwen kunnen ontstaan. Met een fineliner zet hij er bijschriften bij.

Als het Colombiaanse leger een jaar later La Catedral bestormt, weet Escobar wonderwel uit zijn vijfsterrennor te ontsnappen. Pas nadat het leger de gevangenis heeft schoongeveegd, kunnen DEA-agenten Murphy en Peña kijkje nemen. De hoofdpersonen van Narcos wandelen Escobars kantoor in La Catedral binnen. Daar vinden ze opnameapparatuur, pornoblaadjes en de zwarte pil met Pablo’s gouden kop voorop. Peña houdt het boek omhoog en zegt tegen zijn collega:

This and Mein Kampf. Two classics of 20th century literature.

Het sjieke plakboek van Escobar is geen vondst van de scenarioschrijver. Ten tijde van zijn gesloten verblijf is de drugsbaron daadwerkelijk met een boek bezig geweest. Maar aan de werkelijkheid is, zoals wel vaker bij Netflix-producties, ‘for dramatic purposes‘ een draai gegeven.

In 1992 gaf Escobar, vermoedelijk in een oplage van enkele honderden stuks, in eigen beheer Pablo Escobar Gaviria en Caricaturas 1983-1991 uit. Op de band van stug donkerbruin kalfsleer staat Escobars handtekening in 18-karaats goud, naast een duimafdruk. Het binnenwerk bevat foto’s van de familie Escobar, evenals een reeks spotprenten van Pablo en documenten in facsimile. Op 2 juni 1992 was het drukwerk gereed, meldt het colofon – alsof het een incunabel betreft. Voor incunabelprijzen wordt het megalomane boek nu en dan aangeboden. James Cummins, een betrouwbaar adres voor bijzonderheden, kan momenteel een exemplaar leveren voor negenenhalfduizend dollar.

Bastaard

In Nocturne, de tweede aflevering van het tweede seizoen Endeavour, lost rechercheur Endeavour Morse in de jacht op een loslopende moordenaar ook een seriemoord van een eeuw geleden op. De moord op de genealogisch onderzoeker in 1966 en die op de familie Blaise-Hamilton in 1866 zijn met elkaar verbonden. Pas aan het eind van de anderhalf uur durende detective wordt duidelijk hoe.

Het boek is in detectiveseries nogal eens de sleutel tot de oplossing van de moord. In Law and Order was het een vingerafdruk op de kaft. In Lewis bood een wanordelijke boekenkast uitkomst.

De jonge Morse vindt op de bespookte zolder van de Blaise-Hamiltons een negentiende-eeuwse Bijbel. Marginalia wijzen hem in de richting van motief en dader. De inhoudsopgave blijkt te zijn beklad. Met ferme potloodstrepen heeft de vorige eigenaar Deuteronomium 23.2 omkaderd:

Geen bastaard zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen.

In 1866 kon de onechte zoon van Blaise-Hamilton, door zijn vader nooit erkend, het geluk en het fortuin van zijn familie niet langer dulden. De bastaard legde ze om, reconstrueert Morse.

Een nakomeling van de bastaard rook geld. De stamboomonderzoeker zou roet in het eten gooien. Die moest ook dood. De afstammeling blijkt erfelijk belast.

Leather bindings

Buzzy Bellew is een gelikte vent. Hij heeft een charmante manier gevonden om zijn energie te beteugelen. Hij zingt, hij danst. Hij bespot zijn meisjes, zonder ze te beledigen. Hij bestelt in het Frans de beste fles wijn van de kaart. En hij heeft een hyperidentieke tweelingbroer.

In de cabareteske film Wonder Man (1945) vertolkt Danny Kaye de rol van de entertainer Buzzy Bellew. Die haalt het eind van de film niet. Als kroongetuige in een rechtszaak tegen een maffioso wordt hij ’s avonds doodgeschoten en in een riviertje gedumpt.

Zijn tweelingbroer Edwin Dingle, volmaakte tegenpool, zit op dat moment nog te studeren in de openbare bibliotheek. Hij werkt aan zijn boek The Outline of Human Knowledge. Om tijd te besparen schrijft hij met zijn linker- en rechterhand tegelijk. In anderhalve minuut zet Danny Kaye een prachtige boekenwurm neer. Het bescheiden genie dat in elke openbare bibliotheek te vinden is.

De bibliothecaresse geeft de wending aan het verhaal. Ze knoopt een praatje aan met Dingle, wiens zwijgen interesse heeft gewekt. Voor het eerst kijkt hij op van zijn boeken, recht in haar blauwe ogen. Haar blonde krullen zijn eigenlijk ook niet mis. Tot ongenoegen van de andere bibliotheekbezoekers ontstaat er een gesprek. Zij al verliefd, hij bijna en nog iets schuchter. De bibliothecaresse hoopt hem morgen weer te zien.

‘Do you think you’ll be coming back tomorrow?’
‘By all means. I enjoy it here very much. I love the smell of leather bindings.’

Na zijn biblioseksuele opmerking druipt zij af, maar voordat zij buiten het bereik van de camera is vraagt de stotterende Dingle haar uit eten.

Er zitten zo nog een paar briljante scènes in Wonder Man, met gevaarlijke persoonsverwisselingen, maar de film heeft een teleurstellend slot. Het huwelijk tussen de bibliothecaresse en het genie heeft desastreuze gevolgen. Hij gaat zijn monomane studietijd relativeren. Een boek is ook maar een muf ding. Edwin Dingle is van de bibliofilie genezen. Hij houdt nu van zijn vrouw. Au.

Heimwee

In de romantische sciencefictionfilm Oblivion (2013) beschermen een technicus, gespeeld door Tom Cruise, en zijn vriendin onze planeet tegen plunderende marsmannetjes. Het eenzame stel woont hoog boven de wolken, in een zwevende villa met een zwembad.

Alles is er van onbreekbaar glas gemaakt. De bewoners zien de wereld, maar altijd door een ruit. Licht en leegte geven je als kijker een beklemmend gevoel.

Het is het gedoemde jaar 2077. Onze planeet is grotendeels verwoest, grote gebieden zijn radio-actief besmet. Elke dag – en elke dag iets ongelukkiger – stapt Cruise in zijn transparante ruimtevaartuig om dreiging af te wenden, op de virtuele voet gevolgd door zijn vriendin, die als een Big Sister elke beweging van haar man volgt. Maar er is een plek waar zij hem niet kan zien.

In het laatste stuk ouderwetse natuur op aarde heeft Cruise een houten huisje gebouwd. Een hut die hij met heimwee vult. Van zijn zwerftochten over braakland neemt hij vondsten uit de oude wereld mee. In zijn hut staan een schemerlamp, een platenspeler, een fauteuil.

Dat Cruise hier een thuis probeert te reconstrueren weet je als kijker zeker als de boeken in beeld komen. Eerst een vroegtwintigste-eeuwse uitgave van Dickens’ A Tale of Two Cities, die nonchalant op een plank ligt. Ernaast staat een rij linnen banden, zonder omslagen, waarvan alleen een los deel van The Complete Letters of Vincent van Gogh (1958) duidelijk te herkennen is.

Tom Cruise staart twee, hooguit drie seconden naar zijn boekenplank. Hij pakt er geen boek uit. De suggestie is genoeg. Je weet dat hij hier gelukkig is, waar hij de oude wereld onder handbereik heeft. De zin die Cruise vervolgens van het script oplepelt is volstrekt overbodig: ‘I want to spend the rest of my life here.’