Dialoog tussen antiquaar en verzamelaar

Leuk, al die opdrachten, maar waarom?

Sinds een jaar of tien verzamel ik aangeraakt papier. In eerste instantie richtte ik me op enkele favoriete schrijvers: A. Marja, Jan Hanlo, C.C.S. Crone en A.L. Snijders. Je hoort iedereen immers altijd roepen dat je je als verzamelaar moet beperken. De diepte in. Maar ergens ontstond het idee om daarnaast van mijn persoonlijke canon een collectie opdrachtexemplaren aan te leggen. Bovendien: na drieëntachtig opdrachten van A. Marja heb je het ook wel even gezien. En dan wilde ik bij voorkeur echte opdrachten hebben, dus geen verplicht nummertje met een handtekening eronder. Het verschijnsel signeersessie heeft wat dat betreft veel verpest. Een echte opdracht is een inscriptie in een boek dat daadwerkelijk door de auteur geschonken is aan een familielid, vriend of bekende – in liefde of in vriendschap. Opdrachten heb je in allerlei gradaties en schakeringen. Het hoogst haalbare is een ‘dedication copy’: dat ene exemplaar dat zowel in druk als in handschrift aan dezelfde persoon is opgedragen. Maar zo’n exemplaar bemachtigen is hoogst zelden haalbaar: het is mij drie keer gelukt.

Kijk, ik ben ook gecharmeerd van documenten en correspondenties, maar een brief waaiert vaak alle kanten uit. Die bevat dan allerlei details van details. Niets kan beter een verhouding tussen mensen samenvatten dan een opdracht van slechts een paar woorden. Het is, in het beste geval, een soort sublimatie, de kern van een relatie.

Ik heb er in mijn studententijd bij mijn literair dispuut zelfs een lezing over gehouden. Ik had in Amsterdam net een opdracht van J. van Oudshoorn gevonden en raakte er niet over uitgepraat. Het heftig zwaaien van mijn vrienden op de achterste rij vatte ik op als een uiting van enthousiasme. Ik geloof dat ze me na een uur en een kwartier van de kansel getrokken hebben.

De kwaliteit van sommige opdrachten heeft me verbaasd. Waar haalde je ze toch vandaan?

Overal en nergens: antiquariaten, veilingen, kringloop- winkels. Ik deed het liefst zelf ontdekkingen. Bijzondere boeken hoeven me niet op een presenteerblaadje aangeboden te worden. Liever niet, eigenlijk. Ik had dus, om maar iets te noemen, geen opdracht van Vestdijk aan Ans Koster in mijn bezit. De meeste van de hier aangeboden opdrachtexemplaren hebben ‘the advantages of unfamiliarity’, om een krachtterm te gebruiken die ik laatst in het tijdschrift The Book Collector tegenkwam. Ze circuleren niet. Je weet niet van hun bestaan, totdat ze voor je neus liggen.

Ik haalde de lol ook uit het stukje bij beetje informatie vergaren, om de betekenis en het belang van de opdracht te begrijpen. Ik heb trouwens nooit geaarzeld om bij te verkoper te hengelen naar de herkomst van een boek. In de gevallen van Faverey en Harmsen van Beek, twee schrijvers waar je überhaupt zelden opdrachten van tegenkomt, heeft dat ook echt iets opgeleverd. Bij het invoeren van de titels in de catalogus kon ik dus terugvallen op mijn aantekeningen.

Een flink deel van de opdrachtexemplaren vond ik op internet. Ik heb ook helemaal geen heimwee naar de tijd dat je het hele land door moest om in elke boekenzaak naar het plankje met bijzondere boeken te vragen. Ook online kun je onverwachte vondsten doen. Tik ‘gesigneerd’ in een zoekvenster en je hebt dezelfde serendipiteit. Dat moet je trouwens wel vaak doen, want boekenzoek- machines worden 24 uur per dag geüpdatet. Ik sloop ’s nachts weleens naar mijn laptop om een paar vaste websites te bezoeken.

What about the one that got away?

Missers zijn er in groten getale geweest. Toen ik De voetnoot van F.B. Hotz kocht, bleek de verkoper eerder al Eb en vloed met een vriendschappelijke opdracht van de schrijver aan hetzelfde echtpaar te hebben verkocht. Dat knaagt toch een beetje. En meer dan eens was ik op een veiling onderbieder.

Maar wacht… had je niet ook opdrachtexemplaren van W.F. Hermans?

Toegegeven, mijn canon hier is incompleet. Van de drie opdrachten van Hermans aan Gerard Reve en Hanny Michaelis kon ik niet scheiden. En mijn verzameling Vijftigers is nog in aanbouw: daar moeten opdrachtexemplaren bíj.

Dus de planken zijn niet leeg?

Eh, nee. Ik kocht twee weken geleden nog een stapel boeken en overdrukken van Ferdinand Langen, over wie ik een publicatie voorbereid, alle met opdracht aan zijn beste vriend Ab Visser. De veertig intieme opdrachten van Ab Visser aan zijn echtgenote Edith, de fotografe, waren een fijne bijvangst.


Vandaag verschijnt bij antiquariaat Fokas Holthuis catalogus 83. Daarin staan 303 bijzondere boeken uit mijn verzameling, gevolgd door deze verduidelijkende dialoog – een innerlijke dialoog, want er huizen twee zielen in mijn borst.

3 Comments

  1. Beste Nick, Ik herken het gevoel in je mooie beschouwing. Het kost heel wat om het op een gegeven moment ‘los te laten’. Maar het virus gaat nooit weg. Maar ik maak een diepe buiging voor deze sublieme collectie van 303 opdrachtexemplaren die je in een relatieve korte tijd van tien jaar hebt opgebouwd!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.