Opscheppapier

Tot voor kort was de bibliografie van bibliofilie bij Benno Barnard niet meer dan een droge opsomming van titels, jaartallen en oplagen.

Drie jaar na de lancering van zijn debuutbundel Een engel van Rossetti (1981) verscheen bij Jaap Meijer Barnards eerste bibliofiele kleinood: de plaquette Föhn (1984), in 25 exemplaren. Gevolgd, bij dezelfde drukker, door het omvangrijkere Andrew Marvell, de definitie van liefde (1986).

In het volgende decennium gaf uitgeverij Herik in de Zwarte reeks in een genummerde en gesigneerde oplage de bundel Gedichten in melk geschreven (1996) uit – een speciaal geval, omdat de dichter in alle 299 exemplaren met de hand de verkeerd gespelde naam (‘Benno Barnhard’) in het colofon moest verbeteren. Net voor de eeuwwisseling liet uitgeverij AMO De bloeimaand (1999) drukken, waarvoor Roger Raveel een fraaie ets maakte – en ook hier ging het mis, want 32 exemplaren bleken een lelijke drukfout op pagina 13 te hebben, waardoor deze officieel nooit verspreid mochten worden.

De Carbolineum Pers is verantwoordelijk voor de eerste drie eenentwintigste-eeuwse bibliofiele uitgaven van Barnard. Boris Rousseeuw zette met de hand de toneelbewerking Lucifer (2001) evenals de bundels Antwerpse gedichten (2001) en Sulamiet (2004). Atalanta Pers gaf eigenzinnig Zijne kortstondigheid (2009) uit.

In de tussentijd was er een amateurdrukker in Groningen opgestaan, die aanvankelijk anoniem opereerde. (Dat was ik – ik, zei de gek.) Uit pure admiratie maakte ik op het Grafisch Centrum Groningen een heimelijke herdruk van Barnards allereerste vers, ‘”Laatste gedichten” van Hans Andreus’ (2005). Onder het impressum PS verscheen de typografisch geïllustreerde rijmprent De dichter bedrijft de liefde (2008), nu met toestemming én instemming van de dichter – nummer ‘2’ van de zes exemplaren hangt al jaren in de hal beneden.

In de meest recente (nog amper gerecenseerde, laat staan geprezen) bundel van Benno Barnard, Het trouwservies (2017), staat de gedichtencyclus ‘Gebed zonder eind’, die een zomer eerder afzonderlijk werd uitgegeven door De Carbolineum Pers.
En dat maakt elf.

In Het trouwservies staat ook het gedicht ‘Alweer november’. Een zestigjarige dichter maakt weemoedig de balans op en verliest zich in een dagdroom. Een droom van de ideale lezer en de ultieme bibliofiele uitgave:

                                                      De engel der rechtvaardigheid,
die gretige lezer, bezit een exemplaar van je Beste Gedicht,

opscheppapier, eenhoornleer, gezet in hiëroglief,
genummerd van één tot één. Je kent het nog niet, maar de vorm
is weergaloos: een doorzichtig geheim vol onvoorzichtig rijm –

Ik moest bij die engel aan meesterverzamelaar Gert Boonekamp denken. Aan Filip Marsboom. En misschien, stiekem, ook een beetje aan mezelf.

2 Comments

  1. Leuk, informatief stukje, Nick! Maar, kom op met die “lelijke drukfout op pagina 13” die maakte dat 32 AMO-prachtexemplaren in de versnipperaar verdwenen! Moet wel zéér scabreus zijn. Kom, vertel het ons!

  2. Scabreus allerminst, Jelle. Lees hier de toelichting van AMO-uitgever Hemmink maar, onder nummer 136.
    Omdat er een chronisch ruimtegebrek in mijn boekenkast is, kocht ik niet óók een van de afgekeurde 32 – die wel degelijk in de handel zijn gebracht -, maar enkel een van de 18 luxe met een originele ets van Raveel, die er zijn handtekening ook onder zette.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.