Parijs–Nijmegen

De hashtag MeToo is niet langer exclusief gereserveerd voor filmproducenten, acteurs en politici. In de letteren is ook sprake van ongewenste intimiteiten en seksueel misbruik – tot in het hoogste echelon. Hoofdredacteur Lorin Stein van het prestigieuze literaire tijdschrift The Paris Review diende op 6 december jongstleden zijn ontslag in, nadat hij was beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag. Stein gaf toe misbruik te hebben gemaakt van zijn positie bij het toonaangevende periodiek.

(Voorts verklaarde hij droogjes dat hij weliswaar af en toe seks op de werkvloer had gehad, maar dat de vrouwen in kwestie daarmee hadden ingestemd én dat er ten kantore van The Paris Review uitsluitend buiten kantooruren werd geneukt.)

The Paris Review is voor de Nederlandse literatuur van weinig betekenis geweest – en vice versa. Gerard Reve komt de eer toe in de hele twintigste eeuw als enige Hollander in The Paris Review te hebben gepubliceerd. Na tussenkomst van Eugene Walter verscheen Reve’s verhaal ‘The Acrobat’ in de vijfde aflevering (Spring 1954). ‘Gossamer’ van ‘Gerard-Kornelis Van Het Reve’ stond in aflevering 11 (Winter 1955).

De laatste Review die een deuk in mijn deurmat maakte onthult een nieuwe relatie tussen het tijdschrift en ons land. In aflevering 222 (Fall 2017) vertelt Maxine Groffsky uitgebreid over haar jaren bij het tijdschrift. Van 1965 tot 1974 was zij redacteur van The Paris Review in Parijs (er zat ook een redactie in New York). Groffsky beschrijft hoe ingewikkeld en tijdrovend het was om een nummer samen te stellen. De kopij kwam uit alle windstreken op het bureau van Groffsky terecht, die het na een laatste redactieronde naar de drukker stuurde. Die liet de Monotype overuren maken en retourneerde par avion drukproeven. Groffsky stuurde vervolgens de bijdragende auteurs de proeven door, verzamelde correcties en maakte met schaar en lijm een maquette. De drukkerij in kwestie zat niet in Parijs, niet in de Verenigde Staten, maar in Nijmegen.

Waarom dáár in hemelsnaam, wil interviewer Jeff Seroy op dit punt in het gesprek weten, zich in een slok wijn verslikkend. Uit het antwoord van Groffsky blijkt dat geld een doorslaggevende rol speelde. In de beginjaren van The Paris Review bevond het tijdschrift zich aan de rand van een faillissement.

The first two printers of the magazine had been in Paris, but in 1958 [Robert] Silvers found an excellent printer in Holland, G.J. Thieme, that did a much better job and charged less. Even so, by June 1965, when Larry [Bensky] and I went to the plant with issue no. 34, The Paris Review owed Thieme several thousand dollars. It took two trains and about eight hours to reach Nijmegen, the oldest city in Holland and renowned for its university. We spent all day in a pleasant but windowless room going over proof after proof. It was mind-numbing work.

Thieme deed dus niet moeilijk over openstaande rekeningen. Een degelijke Nederlandse drukkerij met raamloze kamers hield een vermaard literair instituut in leven.

P.S. In 2018 gaat deze website min of meer op slot. Ik kan dankzij het mij toegekende Hendrik de Vriesstipendium een boek maken over Ferdinand Langen. Klik op het (nieuwe!) logo bovenaan de pagina om de (nieuwe!) startpagina van Artistiek Bureau te zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s