De magie van het geschrift

In beginsel is de net verschenen Büch-biografie niet verrassend. Vanaf het eerste hoofdstuk van Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch (2016) staat vast welke kant het met de held van deze geschiedenis opgaat. Büchs vriendschappen en verhoudingen verlopen volgens een vast patroon van aantrekken en afstoten. Om de zoveel jaar vernieuwt Büch zijn kring van vertrouwelingen en moet hij zichzelf opnieuw uitvinden. Elke nieuwe Boudewijn lijkt een uitvergroting van de vorige.

Biograaf Eva Rovers introduceert in haar boek de academische term ‘autobiografictie’: wanneer een persoon authentieke gevoelens koppelt aan verzonnen feiten, waarop vervolgens autobiografische geschriften gebaseerd kunnen worden. Büch gaat zo ver dat hij de dood van de kleine blonde in zijn dagboek noteert. Van elementen uit andermans biografieën en autobiograficties maakt hij dankbaar gebruik. De liefde voor jongetjes leent hij van Jan Hanlo. Oorlogsthematiek en een Poolse vader vindt hij bij Sylvia Plath.

Het is niet moeilijk om Boudewijn Büch weg te zetten als iemand aan wie alles onecht is. Boud is niet het onthullende verhaal van een bedrieger. Rovers nuanceert en typeert.

In het eerste en tweede hoofdstuk komt Büchs grote en onvervalste talent aan de oppervlakte: vertellen. Uit de mond van een broer tekent Rovers op dat de jonge Boud de gangmaker van het gebroken gezin Büch was. Op zaterdagavond vertoonde hij op de muur in de woonkamer korte films die al jaren in huis waren.

Iedere keer voorzag hij ze van ander commentaar; hij kon zijn broers moeiteloos laten geloven dat een film over de Watersnoodramp eigenlijk ging over de koe die door de straten dreef.

Meer dan de fantast-in-wording is dit een voorbode van de van enthousiasme overlopende, vreemde feiten spuiende entertainer, die even betoverend over popmuziek en poëzie praat als een pak rijst aanprijst.

Het jongetje van tien dat wikkels van King-pepermunt spaart om de atlas van te kopen is de wereldreiziger en eilandgek in de dop.

Al even puur is Büchs liefde voor boeken. Van de overredingskracht van inkt en papier is hij zich al op jonge leeftijd bewust. In de loop van zijn leven vervaardigt Büch diverse boekwerkjes, helemaal zelf, meestal om iemand (m/v) het hof te maken.

In 1965 vindt de 16-jarige Lucy Noordman onder haar kussen de ‘1e en enige editie’ van Poezy voor jou, een door Büch op grote vellen uitgetypt boek, met romantische gedichten en tekeningen. In de aanloop naar zijn debuutbundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs (1976) ontvangen enkele vrienden van Büch zelfgemaakte bundels met ‘liederen’ en ‘zangstukjes’, stuk voor stuk gedateerd en gesigneerd. Sommige zijn voorzien van een omslag van schuurpapier.

Sébastien doorschoten. Vijf liederen voor een putto heet het boekje waarmee hij in maart 1980 Bas Heijne verrast. Het jaar erop geeft hij Rimbauds sonnet ‘Voyelles’ uit in één uniek exemplaar. Alsof er achter Le Bateau Ivre een heus uitgeversbedrijf schuilgaat, meldt de begeleidende brief:

unica – zeldzame drukken – debuten
vraag de folder. wij zijn billijk in prijs en leveren snel

De magie van het geschrift. En Büch weet dus vroeg wat vormgeving voor een boek doet. Hij verlustigt zich aan parateksten. Voor typografie heeft hij blijkbaar ook altijd oog gehad. In 1975 wenst hij een Precisa 3000, en wel omdat deze schrijfmachine van die ‘wonderlijke asterisken’ produceert. (Zulke details, wel degelijk verrassend, kunnen er niet genoeg in een biografie staan.)

Van de DIY-boekjes is het maar een kleine stap naar The Blue Lavender Press, Sub Signo Libelli, Plim’s Drukkerijen, AMO, Duindoornpers, Salix Alba, Breukenpers, Regulierenpers – de private presses die Büchs gedichten en verhalen in iets grotere, maar nog altijd kleine oplagen fraaier aan de man weten te brengen.

In geen van beide categorieën valt het affiche You’re screaming blue murder (1978). Het is eigenhandig geproduceerd drukwerk, in het kader van de (verloren) liefde ook, maar dit gedicht verscheen in een oplage: iedereen mocht er deelgenoot van worden. Büch wenste een publiek. You’re screaming blue murder markeert de overgang van geknutsel op zolder naar verfijnd drukwerk, van de unica naar echte bibliofiele uitgaven. In Boud staat niets over deze poëzieposter; de reactie van Bernadette erop blijft verborgen. Een kleine omissie in een uitstekende biografie.

6 gedachtes over “De magie van het geschrift

  1. Dag Nick,

    ‘Autobiografictie’ is geen werkzaam woord.

    Büch kan wel een ‘fictiograaf’ genoemd worden.

    Het woord is van mij, dat begrijp je.

    Ik ben er zelf ook een.

    Hartelijk,

    Lodewijk.

    • Het is geen mooi woord, nee, maar ‘autobiografiction’ is ruim een eeuw geleden uitgevonden, dus het heeft een zeker bestaansrecht. Ik zal de volgende keer ‘fictiograaf’ gebruiken. Als altijd dank voor je scherpzinnigheid!

  2. Van de enige uitgave verschenen bij De Regulierenpers bestaan 16 exemplaren die in eerste instantie nooit aan de man zijn gebracht. Sterker nog: de uitgever verdeelde niet eens alle exemplaren, noch zijn die alle op naam gesteld, zoals het colophon stipuleert. In de loop der tijd zijn wel minstens zes exemplaren op de commerciële markt aangeboden, de eerste keer nog wel in 1992 door de uitgever zelf; die laatste doneerde wel later een exemplaar met opdracht van Büch aan hem aan Meermanno, voor zover mij bekend tevens het enige exemplaar in een openbare collectie. (De uitgave is in ieder geval niet belangrijk genoeg om in Rovers’ biografie genoemd te worden, evenmin als de uitgever Hosman.)

    • Dank voor je reactie, Evert. Een zeldzaam boekje, Relatiegeschenk, nooit in handen gehad. Dat het ontbreekt in Boud is niet zo gek, want van Büch is er zó veel bibliofiels verschenen. Ik kan niet inschatten of Hosman voor Büch heel belangrijk is geweest (of Büch voor Hosman).

      • Het is een heel fraai vormgegeven, gedrukt en gebonden exemplaar. De in papier gebonden exemplaren zijn eigenlijk nog fraaier dan de in half- en volperkament gebonden exemplaren (alle drie de uitvoeringen heb ik in handen gehad). Hosman zal inderdaad niet erg belangrijk geweest zijn voor Büch: dit was het enige door hem uitgegeven werkje en het initiatief lag bij Ernst Braches. [De exemplaren 1a, 6 (twee maal), 8, 9, 11(?) en 14 zijn in ieder geval te koop geweest; 15 berust bij Meermanno en dat kun je dus inkijken.]

  3. Misschien nog leuk om te weten: n° 8 van “Relatiegeschenk” is tien jaar geleden aangeboden door… Eric Schneyderberg (voor € 1800), en n° 9 was in het bezit van… Harry G.M. Prick, en een proefdruk werd ooit aangeboden door… Antiquariaat Fokas Holthuis. En oh ja: Büchmaniaan Louis Schouten kocht in 2007, dus ook tien jaar geleden, exemplaar n° 6 bij een bekend veilinghuis en deed het vijf jaar daarna weer van de hand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s