Hemminkrood

In 1984 richtte Gert Jan Hemmink AMO op: een bibliofiele uitgeverij die de beste margedrukkers en knapste binders inzette om imposante dozen, luxe banden en genummerde plaquettes te vervaardigen, om ze vervolgens aan ‘een geselecteerd publiek’ te slijten. In 2004 rolde de laatste uitgave van de pers, zijnde nummer 136 in de bibliografie. Deze week verscheen een papieren verkoopcatalogus met het complete fonds van AMO.

Uit de chronologische lijst van AMO-uitgaven, achterin de catalogus opgenomen, is snel op te maken dat Hugo Claus de belangrijkste fondsauteur was: op zijn naam staan 54 titels. Verrassend is dat niet: al in 1962 was het voor Hemmink, scholier te Amersfoort, een uitgemaakte zaak dat Claus de schrijver van zijn leven moest zijn. Andere terugkerende namen op de fondslijst zijn Boudewijn Büch (vertegenwoordigd met 9 titels), Herman de Coninck (8 titels) en Henry van de Velde (6 titels).

De zevenenzeventigste catalogus van dit antiquariaat is de eerste met de tekst in twee kleuren gedrukt. Tussen de in simpel zwart weergegeven beschrijvingen, waarin alle uiterlijke kenmerken van het boek als mantra’s worden opgesomd, is des uitgevers commentaar gedrukt in, wat binder David Simaleavich noemde, ‘Hemminkrood’. Commentaar mag hier in de vele betekenissen van het woord worden opgevat. Hemmink maakt opmerkingen over de vormgeving, zet uiteen waarom hij een bepaalde auteur wilde uitgeven, verklaart een illustratie nader.

In rood haalt Gert Jan Hemmink dierbare herinneringen op aan De Coninck (‘aan Herman denk ik bijna iedere dag’), aan Frank Lodeizen, aan F.B. Hotz (‘ik weet nog hoe ik zijn hand leidde naar de plaats waar hij dit document ondertekenen kon’) en aan Peter van Straaten. Maar nu en dan heeft hij nog een appeltje te schillen, bijvoorbeeld met de drukkers en verspreiders van een als nagekomen AMO-uitgave vermomde reefdruk, waarvoor zij ongevraagd het door Alechinsky ontworpen AMO-vignet gebruikten. Commentaar is immers ook kritiek.

Vooral in die vuurrode stukken staan schitterende oneliners. Deze is voor Veerle Claus, Kristien Hemmerechts en Joop Schafthuizen:

Over schrijversweduwen weet ik het een en ander, de ergsten zijn die waarvan de auteur nog in leven is.

De man die twintig jaar vanuit huis met eigen middelen zijn uitgeverij runde is overigens in meer dan de helft van zijn fondsuitgaven zelf aanwezig: als auteur van een ‘Nadien’, een ‘Aantekening’ of de verantwoording, al zijn het soms maar een paar regels.

In elke AMO volgt dan nog een colofon, waarin nauwgezet lettersoorten, inktkleuren, nummeringen en papiersoorten worden gespecificeerd. Zerkall en Hahnemühle zijn de meest gebruikte papiersoorten, meestal gebruikt voor de ‘volkseditie’. Voor de exclusieve luxe-edities namen de AMO-drukkers hun toevlucht tot uitheemse papiermolens: Caractère, Hodumura, Svecia Antiqua. In een enkel geval was de keuze wel zeer gelukkig. Van De rode cabriolet (1987) van Joost Veerkamp, over de afgeketste aankoop van een Citroën DS, werden er 28 gedrukt op Bütten CV, terwijl de onbereikbare 7 luxe-exemplaren op Bütten DS werden opgeleverd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s