Schenkingen

In het door Kees Lekkerkerker aangelegde archief over Jacob Israël de Haan, dat ik in 2008 beroepshalve moest ordenen en beschrijven, kwam ik zijn naam voor het eerst tegen: M.B.B. Nijkerk. Lekkerkerker, pleitbezorger van De Haans rijke oeuvre, sprokkelt vanaf 1949 op eigen initiatief geld bij elkaar om de uitgave van De Haans Verzamelde gedichten (1952) zeker te stellen. Hij ontvangt kleine bedragen van goedwillende schrijvers en haalt 300 gulden op bij leden van de Shakespeareclub, maar Lekkerkerker heeft zijn hoop gevestigd op een door hemzelf samengestelde ‘Lijst van rijkaards’. Tussen de namen van diamantairs en horecamagnaten staat ook die van Nijkerk, een bibliofiel die zijn geld verdiend heeft in de metaal- en schroothandel.

M.B.B. (Bob) Nijkerk woonde en werkte sinds 1921 in Brussel, in een door Prosper de Meyst ontworpen villa op de kop van de boulevard Général Wahis, slechts een paar minuten lopen van zijn goede vriend Jan Greshoff, die zich eveneens in de wijk Schaerbeek had gevestigd. Met Greshoff deelde hij de liefde voor de letteren, voor typografie en mooi verzorgde boeken. Nijkerk was een buitenstaander in de literaire kliek, maar zijn rol was soms van doorslaggevende betekenis. Toen in 1936 de bibliofiele reeks Ursa Minor werd opgericht koos Greshoff de teksten, deed Stols de typografie en zorgde Nijkerk voor de financiën.

Bob Nijkerk geef ik géén exx. Als dìe niet meer zou koopen, zou niemand meer koopen!

schreef Greshoff aan Stols op 13 oktober 1932. Dit citaat typeert Greshoff misschien meer dan Nijkerk, maar de laatste was een geldschieter, een weldoener. Vanaf 1933 gaf hij, terwijl hij nog volop verzamelde, een aanzienlijk deel van zijn verzameling boeken en rijmprenten in bruikleen aan het Stedelijk Museum in Amsterdam. Voor Nijkerks boekkunstcollectie was enige tijd zelfs een speciale zaal gereserveerd. Wat niet in de vitrine stond, kon op aanvraag geraadpleegd worden.

Toch vindt vandaag in Haarlem de eerste van twee (of drie) veilingen plaats met bibliofiele uitgaven en literatuur uit de collecties Nijkerk (meervoud, want zoon Karel verzamelde ook). Veilinghuis Bubb Kuyper meldt dat Nijkerks schenking tijdens de Tweede Wereldoorlog fictief was: Nijkerk was Joods en het risico bestond dat de bezetter beslag zou leggen op zijn bibliotheek. Het Stedelijk Museum kon de boeken gedurende de oorlog voor hem veiligstellen. Sommige kregen voor de zekerheid het museumexlibris mee.

16 gedachtes over “Schenkingen

  1. Op basis van deze eerste veiling vind ik de collectie-Nijkerk een forse tegenvaller. Geen topstukken, veel lacunes, veel minder goed bewaarde exemplaren, enz.

  2. Op 15-16 maart 1988 en op 13-14 maart 1990 werden bij J.L. Beijers te Utrecht eerder delen van de Nijkerk-collectie geveild.

  3. Wat werd er nu precies geveild uit de ‘Nijkerk-collectie’? Als je in de catalogus van Kuyper “Nijkerk” als zoekwoord invoert, krijg je nog geen 40 titels, zelfs titels als van Boutens met “With annot. in pencil by K.J. Nijkerk on first free endpaper: “(…) Teruggekocht veiling Beijers (…)”. “. En het catalogusdeel zegt duidelijk “(with additions from other properties)”. Komen de twee Leopolds van Van Royen (“Oostersch” en ‘Cheops”) waarvan vermeld wordt dat ze uit de bibliotheek van W.F.K. Engelbrecht (zoon van W.A.) komen nu uit de bibliotheek van de Nijkerken? Natuurlijk niet echt, en de superbe exemplaren (n° 1) van W.A. zijn al veel eerder geveild. (Ik kan me dan ook meer vinden in de opmerkingen van Rousseeuw.) En hét (boek)topstuk bleef overigens natuurlijk onverkocht, dankzij absurde schatting…

    • De kavels ‘from other properties’ waren in de papieren catalogus gemerkt met een paragraafteken. Dit onderscheid wordt niet gemaakt op de website van Bubb Kuyper.
      Met ‘hét boek(topstuk)’ bedoel je Naenia?
      In mijn ogen kan een collectie als deze eigenlijk geen lacunes vertonen. Nijkerk verzamelde heel anders dan Arie Oexman Grunberg verzamelt of – for that matter – ik A.L. Snijders bijhoud. Arie schiet terecht in de stress als hij een interview met Grunberg in Der Spiegel mist; ik moet natuurlijk ook de misdruk van Vijf bijlen hebben. Maar Nijkerk kocht gewoon mooie boeken, zonder lijstjes te hoeven afvinken, volgens mij.

      • Aha. Dat was me niet opgevallen eigenlijk. Dan weet ik nu dat de door mij aangeschafte ‘topstukken’ dus niet van de Nijkerken komen. Overigens constateerde ik ook dat door hen op ‘Johan Polakse’ wijze originele banden werden ‘vervangen’ door gloednieuwe, voornamelijk van de door mij niet zo bewonderde Pau Groenendijk of de m.i. betere Szirmai. En het (overigens onverwacht) duurste stuk uit de collectie was, als ik het goed heb, een olieverfschilderij.

        Overigens blijkt mij nu dus ook dat de Naenia inderdaad niet van de Nijkerken komt; ik vond dat al vreemd daar hun exemplaar immers (nu nog…) in Meermanno berust. Overigens wordt dat laatste nu wel beweerd door de KB, maar eigenlijk is dat exemplaar natuurlijk afkomstig uit de collectie van de kunsthistoricus dr. T.H. Fokker, oud-leerling van Boutens op Noorthey, die ook een zeer fraaie bibliotheek gehad moet hebben.

      • Dus jij kocht ook. Eh, als jij me vertelt welke ‘topstukken’ je verwierf, zal ik verklappen wat ik wist te bemachtigen. Mijn beide aanwinsten zijn overigens vrij recent door Pau Groenendijk van mooie, toepasselijke banden voorzien.

        Die Naenia was een reprise. Hetzelfde exemplaar kwam onder de hamer in 2009 bij de eerste veiling van AABP. Bij nadere bestudering blijken wel meer in 2009 zogenaamd verkochte boeken nu bij Bubb Kuyper op de kavellijst te staan: de opdracht van Van Ostaijen aan Du Perron, de opdracht van Heijermans aan Van Deyssel, enzovoorts. Voor de gelegenheid heb ik mijn verslag van die veiling nu online gezet:
        https://artistiekbureau.wordpress.com/2009/07/01/collectie-x/

  4. Dat vertel ik nog wel eens een keertje onder het genot van jouw gezelschap en een goed glas wijn, wat ik zoal kocht. (Overigens is alles wat ik de rest van mijn leven nog aanschaf luxe – de mooiste zaken die ik altijd al écht wilde hebben, bezit ik immers al.)

    De band van Deux poèmes is inderdaad niet lelijk…: een begeerlijk stuk dus, maar ik heb die nog liever in het oorspronkelijk omslag.

    Leuk om je veilingverslag weer eens te lezen.

  5. Het lijkt me ten opzichte van Bob Nijkerk van belang uit te zoeken wat nu precies de status was van zijn schenking, dan we wel onderbrenging van zijn collectie in het Stedelijk. In de versie van de veilingcatalogus van Bubb Kuyper was het eerder eigenbelang. Ik heb de indruk dat Nijkerk daar mee tekort wordt gedaan. Volgens de info waar ik over beschik was zijn boekenverzameling bedoeld voor een beoogd museum voor kunstnijverheid, een plan van de toenmalige Amsterdamse wethouder voor Kunstzaken, Emanuel Boekman. Zover kwam het niet en de boeken werden in bruikleen gegeven aan het Stedelijk. Later schonk Nijkerk nog enkele honderden boeken en midden jaren zeventig vermaakte hij ook de bruikleencollectie aan het museum.

  6. Met mijn toch wat meer beperkte kijk als verzamelaar van Biesheuvel, À. Roland Holst, Bloem en Achterberg was er voor mij toch maar 1 echt topstuk die ik, met wat focus en wat hulp (zelf zat ik de 24e mei tijdens de veiling in een vliegtuig) gisteren in mijn boekenkast kon schuiven…

  7. Bart heeft gelijk: lees er de scriptie van Nathalie Korsman (M.B.B. Nijkerk (1894-1987) en zijn contacten binnen de boekenwereld, Eindscriptie Boekwetenschap, UvA, oktober 1999) maar op na: schenking + bruikleen, de laatste tijdens WO II omgezet in een fictieve schenking, herkenbaar aan een door W. Sandberg speciaal vervaardigd ex-libris.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s