Kalupso-Pers

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn bijna duizend illegale en clandestiene bundels en boeken verschenen. Dirk de Jong somt in Het vrije boek in onvrije tijd (1958) 982 titels op, uitgegeven onder tientallen verschillende (gelegenheids)imprints. In het standaardwerk van De Jong ontbreekt van de uitgaven van de Kalupso-Pers echter ieder spoor.

Het is niet verwonderlijk dat de Kalupso-Pers zelfs voor Dirk de Jong verborgen bleef, want de uitgeverij was alleen actief in het oorlogsjaar 1944. In tegenstelling tot andere, meer officiële clandestiene uitgeverijen had de Kalupso-Pers geen breed opgezet fonds, geen circuit van vaste auteurs en illustratoren. Heel wat illegaal drukwerk werd geproduceerd in onverlichte pakhuizen, met door fiets en vliegwiel aangedreven drukpersen, om vervolgens onder de rok van een verzetsvrouw als smokkelwaar naar een betrouwbare boekhandelaar te worden gebracht, die het dan onder de toonbank aan zijn vaste clientèle verkocht. Zulk avontuur is bij de Kalupso-Pers ver te zoeken: de uitgaven werden in huiselijke kring vervaardigd en verspreid.

De oprichters van de in Amsterdam gevestigde Kalupso-Pers waren twee twintigers: de gebroeders Jan en Jaap Wisse. Zij waren tevens de sterren van hun fonds: van de vier mij bekende uitgaven van de Kalupso-Pers zijn er twee door Jan en twee door Jaap geschreven. De boekjes zijn grotendeels op de schrijfmachine vervaardigd. Van Vergeefs afscheid (1944), een uitgetypte cyclus van zes gedichten van Jaap Wisse, zijn omslag, Franse titel, titelpagina en opdrachtpagina met Oost-Indische inkt getekend.

Naast het uitgeversmerk ‘KP’ op de titelpagina van Vergeefs afscheid staat ‘No. III’, zijnde de derde uitgave van de Kalupso-Pers. Jaap Wisses Kamer (1944), een volwaardige dichtbundel van 28 pagina’s in een kartonnen bandje met een gekalligrafeerde rugtitel, heeft op die plek het Romeinse cijfer ‘VI’. Kortom, de Wisses maakten minstens zes ondergrondse uitgaven. Er zijn er dus nog twee die bovengronds moeten komen.

In Kamer legt Wisse in vijftien gedichten zijn verstilde blik vast. Per vers beschrijft hij een object in of uitzicht uit zijn kamer. Behalve een lamp, een tafel en de gordijnen zijn dat een piano en een buste van Beethoven. Volgens het colofon werden alle exemplaren van Kamer genummerd en gesigneerd; een gedeelte van de oplage, ‘gereserveerd voor auteur en uitgever’, werd geletterd en gesigneerd. Aantallen worden niet gegeven, maar de oplagen van Kalupso-persuitgaven zullen zeer klein zijn geweest.

Van zowel Kamer als Vergeefs afscheid ken ik geen andere exemplaren dan de mijne. Ze zijn beide geletterd ‘B’ en voorzien van de handtekening van Jaap Wisse. Ik weet wie de eerste eigenaar is, omdat die zijn naam in de boekjes schreef: Kees Otten.

Net als Jan Wisse was Otten een geschoold musicus. Met de gebroeders Wisse vormde Otten van 1945 tot 1949 een muzikaal trio: Jaap speelde fluit, Jan piano en Kees blokfluit. Daarna zou Kees Otten blokfluitles geven en internationale samenwerkingen met musici en ensembles aangaan. Jan Wisse zou over muziek publiceren en eigen composities maken. Over een naoorlogse dichterscarrière van Jaap Wisse is mij niets bekend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s