En een kind

‘Het huwelijk’ is het enige gedicht van A. Marja dat geheel op eigen kracht, zonder enige promotie van Coen Peppelenbos en mij, de eenentwintigste eeuw heeft gehaald. Het behoort intussen, samen met de gedichten van Elsschot en Nijhoff, tot de canon van de huwelijkspoëzie. Deze vier eenvoudige regels zijn te vinden in bloemlezingen over geluk, verzamelingen light verse, werkstukken van Turkse studenten en op poëziekalenders, keukenschorten en papieren servetten.

Ik heb je alles gegeven:
een gedicht, mijn maandsalaris
en een kind; wil je nu even
kijken of het eten klaar is?

Autobiografisch of uit het leven gegrepen is ‘Het huwelijk’ niet. Toen A. Marja het schreef was hij geen echtgenoot, maar een puber zonder vaste verkering. De allereerste publicatie van ‘Het huwelijk’ is in de eerste en enige jaargang van Pomp, het maandblad voor scholieren in Winschoten, waarvan Jan E. Folkerts en Arthjo Marja de redactie voerden. Er komt dan nog geen kind in voor.

Ik heb je alles gegeven:
een gedicht, mijn maandsalaris
en een zoen. – Wil je nu even
kijken of het eten klaar is?

Met een minieme wijziging in de derde regel (een puntkomma voegt de twee zinnen samen) nam Marja ‘Het huwelijk’ een paar maanden later op in zijn debuutbundel Stalen op zicht (1937), in de afdeling ‘Ironisch omspoeld’, tussen dertien andere humoristische en wat wrange ‘kleine trompetsolo’s’. Vier van deze versjes hebben met het geloof te maken, de overige gaan over meisjes, vrouwen en relaties.

Overgenomen uit Stalen op zicht belandt het gedicht voorop de aankondiging van Marja’s huwelijk met zijn jeugdliefde Puckje op 8 juni 1944. De vouwkaart werd gedrukt door H.N. Werkman aan het Lage der A in Groningen. Boven het uit een schreefloze cursief gezette vers vervaardigde Werkman in rood en blauw een sjabloondruk. Volgens de deskundigen is Werkmans illustratie abstract, maar sinds ik een exemplaar in huis heb zie ik er een fluitketel op het vuur in.

De overige tekst op de trouwkaart is nogal melig. Het zal ook wel het idee geweest zijn van Marja, actief immers als clandestiene uitgever, om een colofon op de kaart te drukken en alle 42 genummerde exemplaren door ‘beide slachtoffers’ te laten signeren. Het ging Werkman, blijkens een brief aan August Henkels van 20 juni 1944, allemaal wat ver:

Hij wilde n.b. die kaarten ook door mij laten teekenen, de lui zijn gek met hun signeeren.

Na de oorlog schrapte Marja de zoen en introduceerde hij het kind in zijn gedicht. In zijn eerste verzamelbundel Van mens tot mens. Gedichten 1935-1946 (1948) staat het gedicht in de definitieve versie. Marja was intussen zelf vader geworden; Van mens tot mens is in druk opgedragen aan zijn dochter Marjo en zijn zoon Wim.

In zijn tweede verzamelbundel Nochtans een christen (1962) is het vergeefs zoeken naar ‘Het huwelijk’. De afdeling ‘Oud’ bevat geen enkel gedicht uit Stalen op zicht, zelfs geen vers van voor de oorlog. Misschien zocht de dichter met zijn recentere poëzie aansluiting bij de nieuwe generatie. Of misschien is de reden van het ontbreken van ‘Het huwelijk’ te vinden in de biografie van de dichter, wiens eerste huwelijk in 1953 strandde en wiens tweede huwelijk in 1963 ontbonden zou worden.

Het is merkwaardig dat een van de eerste gedichten van A. Marja verreweg zijn bekendste is geworden, terwijl de dichter zelf, aan het eind van zijn leven, bij het samenstellen van een overzichtswerk zijn vroege poëzie negeerde. ‘Het huwelijk’ was voor hem oud en afgedankt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s