Omzwervingen

Wanneer Cees Nooteboom in de jaren ’80 een nieuw boek publiceerde, dan stond de schrijver altijd een exemplaar af aan zijn vriend en fondscollega Boudewijn Büch. In Aas (1982), een bundel met veel filosofische gedichten over reizen en verre landen, schreef Nooteboom voorin deze regels, die een verschil in levenshouding benadrukken:

voor Boudewijn Büch
die niet van reizen
houdt,
van Cees Nooteboom
die veel moet reizen.
Cees N.
Asd. 11-10-82

De schrijver die tijdens zijn korte leven miljoenen Air Miles bij elkaar vloog en dertien televisieseizoenen vulde met reisprogramma’s, wilde niet altijd al naar het einde van de wereld. In het artikel ‘Tussen eerste druk en edelkitsch’ in De Boekenwereld 30/1 roept Eva Rovers in herinnering dat Büch begon als boekenkastreiziger: tijdens het schrijven van zijn eerste reisboek Eilanden (1981) had hij Nederland niet eens verlaten. Pas in 1982 maakte hij zijn eerste grote reis, samen met radiomaker Paul Aalbers, naar Nieuw-Zeeland, Tahiti, Fiji en Skiros. Pas toen begon Büch van reizen te houden.

In 1991 was zijn weerzin tegen ‘het literaire wereldje’ te groot geworden: Büch verkocht, via zijn vaste leverancier Eric J. Schneyderberg, zijn complete collectie Nederlandse literatuur. Daar waren talloze boeken bij die hij, getuige de vriendschappelijke opdrachten, van collega’s had ontvangen. Hij deed ook zijn Nooteboomen weg – de meeste, niet alle. Vier van deze bijzondere opdrachtexemplaren zijn, na omzwervingen, in mijn boekenkast aanbeland.

Toen Boudewijn Büch op 23 november 2002 overleed, bevond zich in zijn enorme bibliotheek een ongelezen exemplaar van de eerste druk van de Deense vertaling van Nootebooms bekendste roman. Drie weken voor zijn dood had Büch, vaste gast in de talkshow Barend en Van Dorp, het boek Ritualer (1987) nog voor de camera’s omhoog gehouden. Omdat de naam van de schrijver op het omslag consequent verkeerd was gespeld (‘Cess Noteboom’), zou deze druk nooit in de handel zijn gebracht, aldus Büch. Maar hij kreeg een auteursexemplaar cadeau met de opdracht:

voor Bodivan Bucc,
van Cess Noteboom,
Amsterdam,
28-10-87

Het was niet voor het eerst dat Nooteboom zijn naam verhaspeld had zien worden. Begin 1987 was hij een paar maanden Visiting Professor aan Berkeley, waar hij met studenten zijn werk besprak en hen onderwees over Nederlandse koloniale literatuur. Op een van zijn wekelijkse spreekuren, te midden van kasten vol – God betere – ‘Gotische Schillers en Goethes’, werd hij door ‘een getourmenteerde schrijver’ aangesproken met ‘Are you Professor Noetbaum?’

Noetbaum. Nussbaum. Noetboem. Noodebawm. Noddebom. Nobody. Ik tors die naam met me mee als een schat.

vervolgt Nooteboom in het reisverhaal ‘De tweede auto’, opgenomen in de bundel De wereld een reiziger (1989). Ook hiervan kreeg Büch een eerste druk met een inscriptie, die nu een Wahlverwandtschaft behelst:

voor Boudewijn
zelf eeuwige pelgrim
Cees,
Amsterdam
1 juni ’89

Een gedachte over “Omzwervingen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s