Ruimschoots

Een dezer dagen verschijnt In zee gaat niets verloren, het nieuwe boek van L.H. Wiener, waarvan de proloog werd voorgepubliceerd. Daarin drijft de schrijver als driejarige jongen op de buik van zijn vader. ‘We waren met z’n tweeën, in de hele zee’ is een van de mooie zinnen uit deze prelude.

In Wieners wereld is de zee van groot belang. Zonder zee kan niet gevaren worden. In de bibliofiele uitgave Body and soul (2014) beschrijft Wiener hoe hij op 4 mei 1958, tijdens een zeiltocht voor de kust van Zandvoort, bijna verdronk. Wieners alter ego Victor van Gigch mag dan slechts op papier bestaan, zijn zeiljacht Archimedes (‘een stalen knikspant van achtentwintig voet’) is echt. In het verhaal ‘Wegens mensenkennis gesloten’ is de Archimedes ‘the good ship’, aan boord waarvan Wiener ook zijn verhalen schrijft.

Beroepshalve herlas ik Wieners Herinneringen aan mijn uitgevers (2008). Geen fictie, geen zee. Voor het eerst viel me nu op dat ook Wieners taalgebruik en woordkeus nogal nautisch zijn. In het voorwoord is sprake van de ‘barre tocht’ langs onwelwillende uitgevers, over een ‘oceaan van weifelmoedigheid, arglist en onwil’. Een bevriende tijdschriftredacteur bemiddelt: ‘Ik vaar op Peter Verstegens koers.’ Koel antwoord op een afwijzing: ‘Geen man overboord.’

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. In De verering van Quirina T. (2006) is Quirina Taselaar een ‘boegbeeld van schoonheid’ en wil Van Gigch ‘schoon schip maken’.

De achttiende paragraaf in het boek Shanghai Massage (2011) bestaat uit fragmenten van de afscheidsrede van leraar Ezra Berger op het Lourens Coster Gymnasium, afgewisseld met commentaar erop. Na een behoorlijk cynische opmerking van Berger ‘kabbelt er wat vrolijkheid door de rijen’. De nieuwe rector van het gymnasium is ‘kapitein op dit schip, nadat de vorige is gekielhaald’. Dat het terloops gebruikte ‘ruimschoots’ eveneens een ‘nautiese term’ is, legt de schrijver vervolgens zelf uit. De schrijver, wiens leven zich dan ‘in een soort droogdok bevindt, om de averij vast te stellen opgelopen in een onafwendbare stranding’. Op de spiegel van zijn schip staat intussen de naam Argos.

De afgelopen weken mocht ik – onder werktijd – bladeren en lezen in originele typoscripten en oorspronkelijke handschriften van L.H. Wiener. Over de schouder van de schrijver meekijken in zijn ordner ‘oude verhalen’ en zijn eigen werkcahiers, bij elkaar net geen duizend vel beklad papier: een literair-historische sensatie. Vandaag, des schrijvers zeventigste verjaardag, wordt dit uitzonderlijk privilege voor een beschaafd bedrag ter overname aangeboden.

In ‘Wegens mensenkennis gesloten’ maakt Wiener gewag van het cahier dat hij in 1984 in gebruik nam:

mijn kolossale Schrijfboek op folioformaat. De Atlanta a 1044-17 200 bl, gekocht bij de firma Muys aan de Gedempte Oude Gracht te Haarlem (u weet wel, die zaak die altijd dicht is) voor het luttele bedrag van zegge tweeënnegentig gulden.

Mijn beschrijving van het volgeschreven cahier is iets technischer. Ik kon de neiging om Wieners schrijftrant te imiteren goed onderdrukken. Het nautisch woordenboek heb ik bewust gemeden. Wel leek me, bij dit Schrijfboek dat soms ook een dagboek is, het woord logboek precies op zijn plaats.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s