Hij kuste haar en sloeg het blad om

Typografisch kunstenaar Ewald Spieker heeft zijn werkplaats in hartje Amsterdam. Kees van Kooten woont bij hem om de hoek – ‘zesentwintig passen afstand’, om precies te zijn. De letterlievende buurmannen maakten samen het schitterende boek Letterlust (2003). Daarin bundelden ze hun beider kijk op het alfabet: de een met tekst, de ander met typografie.

Een Amsterdamse uitgever, die vorig jaar meeliep in een georganiseerde Hermans-wandeling door Amsterdam, vertelde me laatst dat de groep Hermansianen toen ook even halt hield bij Spiekers atelier aan de Groenburgwal. Op de smalle stoep van de gracht werd eerbiedig herdacht dat Spieker op deze plek in de herfst van 1981 het speelse boekje Beertje Bombazijn had gemaakt. ‘Dames en heren, kijkt u eens, hier werd de zeldzaamste Hermans gedrukt.’

Het prachtige en ingenieuze drukwerk van Ewald Spieker heb ik pas onlangs ontdekt. Het is lastig om al zijn uitgaven te bemachtigen, zeker het gelegenheidsdrukwerk (nieuwjaarswensen, uitnodigingen). Omdat er geen oeuvrecatalogus of bibliografie van Spieker bestaat, valt er ook geen lijst af te vinken. Uitkomst bieden de vele registers in de door Marieke van Delft en Kees Thomassen samengestelde Bibliografie van marginale uitgaven 1981-1994 (1996).

Ontroerend is de uitgave op groot formaat Vrede Paix Peace Friede (1980), een in memoriam John Lennon, door Spieker gezet en gedrukt daags na het overlijden van de muzikant en vredesactivist. De oplage van twintig exemplaren, bestemd voor gelijkgestemden en ‘not for sale’, kwam gereed op 20 december. Typografisch rouwen: vier verstilde rasterdrukken, ingeleid door de regel ‘only a day’ en afgesloten met ‘give peace a chance’.

Mijn favoriet is het smalle boekje Met-amor-fose (1989), gedrukt in 70 genummerde en gesigneerde exemplaren. Het is een sprookje over ‘een mooie mond’, die het verlangen heeft ‘te vliegen hoog boven de horizon’. In de vierde tekstpagina heeft Spieker een glimlachende mond uitgestanst, twee vuurrode vrouwenlippen. Een prins verwezenlijkt de droom van de mond: ‘hij kuste haar en sloeg het blad om waarop zij stond’.

Wie aldus de bladzijde omslaat, komt op het hemelblauw bedrukte hart van het boekje. De kus is een vlinder geworden, die fladdert met de beweging van de bladzijden, ‘geruisloos de horizon voorbij’. En zo ziet dat eruit.

En de prins? Die had sindsdien ‘de vlinder in zijn buik en zo leefden ze nog lang en gelukkig’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s