Voor de jarige

De Koninklijke Bibliotheek, die van alle Nederlandse uitgaven één exemplaar wil hebben, is het gelukt om het volledige fonds te bemachtigen van De Literaire Loodgieters, the most private van de twintigste-eeuwse Nederlandse private presses.

Conservator Paul van Capelleveen maakte gisteren bekend dat de laatste nog ontbrekende uitgaven onlangs werden aangekocht. De kop van zijn artikel – ‘De Literaire Loodgieters Compleet’ – komt in de ogen van een nederige verzamelaar utopisch voor. De Literaire Loodgieters hielden de oplagen van hun boekjes zeer laag: van 30, 20, 15, 6 tot slechts 4 exemplaren.

En intekenen behoorde niet tot de mogelijkheden. Sub Signo Libelli, die in de jaren ’80 ook tot bloei kwam, verspreidde vanaf het begin prospectussen voor te verschijnen uitgaven. Prijs en uitvoering stonden dan vast. Zo werd de liefhebber in staat gesteld bij voorbaat een (luxe-)exemplaar te bestellen.

Voor geen van de vijftig uitgaven van De Literaire Loodgieters is een prospectus vervaardigd. (Wel bestaat er, volgens de bibliografie, van een enkele uitgave naast de ingenaaide exemplaren een ‘luxe gebonden editie’.)

Het drukken van boekjes in een oplage van 4 exemplaren, waarvan er 3 bij verschijnen nietig werden verklaard, beschouwt Van Capelleveen als ‘een spel met de overdreven bibliofiele hang naar exclusiviteit’. De derde uitgave van De Literaire Loodgieters is al zo’n statement: De scheet in perkament gebonden (1980) is het commentaar van Vic van de Reijt op Komrij’s bibliofiele uitgave De bibliofiel (1980). Daarvan verschenen (zogenaamd) 15 genummerde scheten en enige losse flodders op toiletpapier.

In 1983 en 1984 werden twintig schrijvers op hun verjaardag verrast met de exclusieve uitgave van een eigen tekstfragment door De Literaire Loodgieters. In dit selecte gezelschap bevinden zich J.M.A. Biesheuvel, Maarten ’t Hart, W.F. Hermans, F.B. Hotz en Gerrit Komrij. Van de officiële oplage van 4 exemplaren moest de jarige schrijver 3 nietige exemplaren gesigneerd retourneren. Het niet-nietige exemplaar viel de schrijver ten deel.

(Dat ene auteursexemplaar is uiteraard onbereikbaar. Wel kan ik beamen wat de KB-conservator schrijft: ‘een ‘nietig’ exemplaar kunnen verwerven is voor een verzamelaar natuurlijk een triomf’. Hoe blij dat ik ben met mijn incomplete verzameling De Literaire Loodgieters.)

Nogal eens is de tekst van zo’n verjaardagsuitgave thematisch gekozen. Sprookje (1983) van Anton Koolhaas gaat over een stokoude koning, Belcampo’s Dichter (1983) nadert het graf, Jan Kals cadeautje is getiteld Een jaartje ouder (1983). In zeker twee gevallen heeft de tekst betrekking op het drietal uitgevers. Sal Santens De L.L. (1983) luidt:

Aardige mensen, die zich ten onrechte literaire loodgieters noemen, een naam die voor het eerst in Propria Cures is gebruikt, die een geuzennaam moet betekenen, maar na Watergate een nare bijsmaak heeft.

Voor de 33e verjaardag van Ewald Spieker werden de zaken omgekeerd: de tekst was niet van, maar voor de jarige. Op de titelpagina wordt als auteur vermeld ‘De L.L.’, waarachter hier vermoedelijk alleen Ruud Broens en Pierre Roth schuilgingen. De uitgave Ewald (1983) is geen spelletje met bibliofiele normen en waarden, maar een oprechte dankbetuiging:

Zonder jouw lessen hadden er nooit l.l. bestaan

8 gedachtes over “Voor de jarige

  1. Naar mijn mening is toch echt, zoals hier al eens eerder gemeld, de meest zeldzame Nederlandse private press de Renildis handpers die immers vele uitgaven in een oplage van 1 drukte (de zogenaamde hapax-drukken). Die bijzondere pers compleet krijgen, is echt onmogelijk (daar is bijvoorbeeld mijn medewerking voor nodig…), ook al heeft Meermanno ooit wel een tentoonstelling (en bibliografie) kunnen wijden aan deze bijzondere pers.

  2. De meest zeldzame, dat kan kloppen, al hebben De Literaire Loodgieters ook tweemaal een uitgave in één exemplaar gemaakt. En je begrijpt dat ik vind dat De Literaire Loodgieters nu een tentoonstelling (en uitgebreide, geïllustreerde bibliografie!) verdienen.

  3. De grap van boeken in een oplage van 1 is natuurlijk dat er altijd meer zijn: archief-, H.S.- en proefexemplaren in het geval van De Literaire Loodgieters, een archiefexemplaar voor Laudy in het geval van De Renildis Handpers.

    • Inderdaad was er één officieel exemplaar van Renildis en daarnaast één archiefexemplaar voor Laudy zelf, en bij mijn weten geen nog weer andere exemplaren (niet iedereen is een Stichting De Roos of een Ger Kleis :-)).
      [Laat ik nu juist van een andere pers ook een uniek exemplaar aan het beschrijven zijn…]

      • Stichting De Roos is inderdaad nogal makkelijk met bijdrukken, maar Kleis is toch altijd vrij strikt geweest met oplagen.
        Uniek exemplaar, meneer, maar waarvan dan? En komt er trouwens nog een echte bibliografie van de Regulierenpers?

    • Ger Kleis is volgens mij verre van strikt geweest in zijn oplagen, en al helemaal niet in latere jaren. Zo ging ik er onlangs nog vanuit dat van “Zeer kleine Couperologie voor Frédéric Bastet” naast de 28 officiële exemplaren slechts 1 HC-exemplaar bestond (in de KB) maar op de laatste dag van het voorbije jaar kwam mij een tweede HC-exemplaar onder ogen. Zo is voorts in “Laatste loodjes” onder n° 208 een uitgave van Stances anacréontiques beschreven uit 2005; de bibliografen waren kennelijk niet bekend met het feit dat deze uitgave al een jaar eerder (in andere vorm) is verschenen.

  4. Als een uitgever zich écht strikt aan de in het colofon genoemde oplage houdt, blijkt dat jaren later toch onjuist te zijn – als blijkt dat een binder zich vergaloppeert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s