Kont aan kont

Toen ik nog doorging voor ambitieus student Nederlands, in het jaar 2005, heb ik in twee maanden tijd 73 brieven van Pierre Kemp overgetikt en veredeld met 207 voetnoten. Bij een even grondige als gezellige opruiming in de archieven van Fokas Holthuis waren allerlei brieven van velerhande schrijvers tevoorschijn gekomen. Rijp en groen.

De schepranden van Verwey, het briefhoofd van Hermans. De foliovellen van Erens, het blocnootje van Hillenius.

In een rode overslagmap trof ik een stapel zeer leesbare brieven van Kemp aan. Alle ongepubliceerd. Ik kreeg ze te leen mee naar huis, ten behoeve van een bachelorscriptie editietechniek. Thuis leerde ik pas dat alle brieven aan dezelfde persoon gericht waren: E.F. Tijdens, oriëntalist en huidarts te Maastricht.

‘Het resultaat is zonder meer publicabel,’ oordeelde een professor in Groningen over mijn scriptie, maar het recht op publicatie bleek voorbehouden te zijn aan een professor in Maastricht. Van Kees Lekkerkerkers theorie over hoge en lage apen zou ik pas enkele jaren later kennisnemen.

Tezelfdertijd las ik in Bouwval van Frans Kellendonk het gepolijste verhaal ‘De waarheid en mevrouw Kazinczy’. Hoofdpersoon Van Stakenburg bezorgt een editie van opgedoken brieven van Vossius aan een zekere John Latham. Herkenbaar. Maar de brieven van Vossius blijken aan het eind van het liedje vervalsingen te zijn. ‘Each and every one of them utter frauds’. Van Stakenburgs transcripties belanden in de prullenmand.

Mijn ongepubliceerde scriptie Uw licht, dat niet anders dan Oosters-scherp kan zijn ingesteld belandde ten minste in de literatuurlijst van de Kemp-biografie. De originele brieven van Pierre Kemp gingen retour Den Haag. Plus een pakketje vers drukwerk.

Op de bodem van de rode map had ik een vel papier gevonden dat niets met Kemp of Tijdens te maken had. Het was een fragment van een brief, in doorslag, van de letterkundige Karel Reijnders. De geadresseerde was niet meer te achterhalen, dit was het tweede vel. Het brieffragment ging over Reijnders’ belevenissen na de promotie van Frans A. Janssen, in een Chinees restaurant te Amsterdam, waar W.F. Hermans ook opdook. Interessant genoeg om te verwerken in een geschenkdruk.

Kont aan kont met genoemde WF werd ontleend aan een late brief van KR. De tekst, gezet uit de 16-punts Bodoni, werd gedrukt op de pers van het Grafisch Centrum te Groningen door Nick ter Wal. De oplage bedraagt 4 exemplaren, bestemd voor de oprechte bibliofiel Fokas Holthuis – als dank voor het geleende papieren speelgoed. Dit is nummer [].

Onder dit colofon drukte ik een gele bol met een zwarte accolade door het midden. De ontvanger van de geschenkdruk zag er meteen de beoogde kont in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s