Geen bloemen

Het was koud toen A. Marja stierf. De zon liet zich op die dag amper zien. Precies vijftig jaar geleden, in de eerste uren van vrijdag 10 januari 1964, overleed de dichter in de leeftijd van 46 jaar. In zijn levensverhaal, zoals ik dat ken, zitten grote gaten, maar juist de laatste dagen van A. Marja zijn vrij goed te reconstrueren. Zo heeft dominee J.J. Buskes verteld wat hij Marja op diens sterfbed in het Bronovo-ziekenhuis in Den Haag voorlas. Zijn toekomstige biograaf Wim Hazeu ontving de allerlaatste briefkaart (‘ben niet in staat uitvoerig op je brieven in te gaan’). En zijn laatste vriendin, Tineke Schuur-Kaspers, wist op 8 augustus 2008 nog precies hoe zij, na een avondje in de bioscoop, het bericht van zijn overlijden kreeg:

Om een uur of twaalf of één werd ik opgebeld door het ziekenhuis. Later hoorde ik dat hij niet in zijn bed is overleden. Dat zeiden ze wel, maar dat is niet zo geweest. Een bevriende dominee heeft me verteld dat hij in de kamer van de zusters aan de telefoon zat. Hij belde iemand op, maar wie dat was, weten we niet. Ik denk niet dat hij nog iemand aan de lijn had, anders had ik dat wel gehoord. Hij had een nummer gedraaid en toen was het klaar.

Twee jaar voor zijn dood had een fotograaf tijdens een interview door Simon Vinkenoog voor de Haagse Post een reeks foto’s gemaakt. Op de mooiste foto in de serie kijkt Marja recht in de lens. In zijn hand heeft hij de zwarte hoorn van een telefoontoestel. Dat is pas voorzienigheid.

De landelijke kranten maakten meteen melding van zijn vroege overlijden. De Telegraaf noemde hem een ‘veelzijdig mens’, die zowel lyrische verzen als ‘hekelverzen’ schreef en ook ‘belangrijk maatschappelijk werk’ deed. Zijn allerlaatste dichtbundel werd helaas omschreven als ‘de kort geleden verschenen verzamelbundel Van de weg tot het graf‘. C.J. Kelk in De Groene Amsterdammer beschouwde de gedichten in Marja’s laatste bundel als de kroniek van een aangekondigde dood, ‘zo met hart en ziel geschreven in zulk een penibele levensfase. Zijn woorden blijven hun warmte, al is het maar de hitte van de drift, behouden.’ ‘Schrijver Marja overleden’ kopte de voorpagina van Het Parool. Op pagina 11 van de krant probeerde criticus Max Nord ook leven (en dood) en werk van Marja aan elkaar te koppelen:

De felheid, waarmee hij vooral na 1945 van leer is getrokken tegen stromingen en tegen personen, getuigde van een levenshonger, die men waarschijnlijk mede mag toeschrijven aan de ongeneeslijke ziekte waaraan hij leed […] Dat was niet altijd plezierig, maar wel prikkelend en tegen de achtergrond van zijn vroege dood krijgt zijn werk een aspect van tragische verbetenheid, dat men niet voorbij zal kunnen gaan.

Op de rouwkaart stond als motto de titel van zijn laatste verzamelbundel: ‘Nochtans een christen’. Onder het gebod ‘Geen bloemen’ werd meegedeeld dat de overledene opgebaard lag in de rouwkamer van het ziekenhuis. Hazeu: ‘Ik heb de opgebaarde Marja gezien en even speelde bij mij toen de stoutmoedige gedachte dat hij op zou staan.’

In de voormiddag van dinsdag 14 januari 1964 was de uitvaart. Tijdens de rouwdienst in de ziekenhuiskapel las dominee P. Müller uit Heerde een fragment uit het boek Job. Op de algemene begraafplaats Westduin, ongeveer een uur later, haalde de vader van Tineke Schuur-Kaspers Marja’s op rijm gestelde grafschrift aan: ‘In memoriam myself’, dat de doodzieke dichter al in maart 1943 als vouwkaart aan zijn vrienden had gestuurd. Klaas de Wit herinnerde zich dat een deel van de aanwezigen zich eerst bij de verkeerde begrafenis had aangesloten. De zon liet zich niet zien. Willy Rieser wist hoe koud het was. De begrafenis was ‘voorlopig’: vanwege de vorst werd Marja in een massagraf gelegd. Zijn eigen graf werd later gedolven. Bij de condoleance stond Tineke Schuur-Kaspers naast Louise Gaastra, de vrouw die nog geen jaar eerder van Marja was gescheiden.

De volgende dag meldde een Haagse krant nog dat de plechtigheid door velen was bijgewoond en dat de dichter ‘plotseling’ aan een hartaanval was gestorven. Een recensent citeerde het profetische begin en het bezwerende slot van het vers ‘Hartpatiënt’.

Men zegt dat er nog lang boven de pisbak in Bodega De Posthoorn heeft gestaan: ‘Marja is dood’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s