Verloren gedichten

Kraters, manen, hel, bloed. In de vroege poëzie van Jan Cremer is het altijd nacht en zelden gezellig. Op de aanstaande Adams-veiling komen twee typoscripten van Cremer, uit de jaren 1956 en 1957, onder de hamer. Beide velletjes zijn niet in inkt gesigneerd. Cremer heeft ze vermoedelijk aan zijn muur gespijkerd, want de beschrijving rept van punaisegaatjes (‘Pinholes upper corners, one small tear lower centre’). Ondanks de lage richtprijs is er nog geen belangstelling.

Cremers debuut als dichter, met vier hoofdletterloze gedichten uit 1956, in het literair tijdschrift KLAT is ook te koop. De verzamelaars stellen hun biedingen nog even uit. Een openingsbod van 450 euro is niet gering. Ter overweging: een van de eerste gedichten van Gerrit Komrij, anno 1962, in een aflevering van het officieel orgaan van de Winterswijkse Lyceum Vereniging Kontakt kostte in 2004 65 euro. En Komrij is dichter.

Arme lezers kunnen deze veilingkavels overslaan: de KLAT-gedichten van Cremer zijn – deels herzien – herdrukt in het bundeltje Verloren gedichten (2004).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s