Zelfportretten voor haar

In de oorlogsjaren zijn, in het geheim en vaak tegen de bezetter gekeerd, bijna duizend bundels en boeken verschenen. Bibliograaf Dirk de Jong geeft 982 titels in zijn onmisbare werk Het vrije boek in onvrije tijd. Bibliografie van illegale en clandestiene bellettrie (1958). Vier dichtbundels staan op naam van A. Marja.

De eerste clandestiene bundel verzorgde de dichter zelf, in samenwerking met de bevriende schrijver Hans Redeker. Kerstballade 1940 verscheen te Groningen in februari 1941 in een oplage van 30 genummerde exemplaren, aldus het colofon. De Jong meldt in zijn bibliografie dat het werkelijke aantal exemplaren slechts 10 bedraagt. (Ik heb deze bundel nooit van mijn leven gezien.)

De tweede en derde bundel van Marja verschenen in 1943 en 1944 bij de kleine uitgever F.G. Kroonder, onder het impressum Homerus Pers. Van Maar ja, Marja en Waar ik ook ga werd een deel van de oplage op luxer papier gedrukt, genummerd en gesigneerd door de dichter. (Diverse exemplaren staan hier in de kast.)

Zelfportret voor haar is de vierde bundel – bij De Jong residerend onder nummer 541. De acht sonnetten in dit bijna vierkante boekje schreef A. Marja in betrekkelijk isolement: vanwege ernstige problemen met zijn darmen woonde de dichter bij zijn vader, dominee Mooij in Yerseke. Zijn geliefde bleef achter in Groningen. Voor haar heeft Marja in november 1943 dit poëtische zelfportret geschreven. Sombere gedichten.

De titelpagina geeft geen plaatsnaam, maar alleen de uitgever: In agris occupatis. Geleid door een driemanschap nam in deze uitgave Marja het voortouw. Hij vond in Yerseke een drukker bereid om de clandestiene bundel te verzorgen. De heer E.Th. Zoeteweij moest de gedichten met de hand zetten, maar door het gebrek aan loden letters kon hij niet meer dan twee gedichten tegelijk drukken. Zoeteweij was gedwongen om na voldoende afdrukken het zetsel weer te distribueren en de volgende twee gedichten te zetten en te drukken.

A. Marja kreeg de eerste exemplaren van zijn nieuwe bundel onder ogen op 14 maart 1944. Alle honderd exemplaren van Zelfportret voor haar (‘welke niet in de handel komen’) heeft hij toen in het colofon Arabisch genummerd en Hollands gesigneerd. De datum staat vast: aan verschillende vrienden stuurde hij het bundeltje toe, op de Franse titel voorzien van vergelijkbare opdrachten en nogmaals gesigneerd met dezelfde datum. (Ferdinand Langen schonk mij ooit zijn exemplaar.)

Dit is geen wonder van typografie. Zelfportret voor haar is eenvoudig met blauwe inkt gedrukt in een onopvallende cursief op dun houthoudend papier. Vier velletjes, een grijzig kaftje, twee nietjes. Andere uitgaven van In agris occupatis hebben ten minste een kleurrijk druksel van H.N. Werkman voorop. Hier alleen auteur en titel. Het colofon toont misschien een beetje verbeelding: het is in de vorm van een op de punt staande driehoek gezet.

Wat Dirk de Jong niet wist en wat ik onlangs per abuis ontdekte: Zoeteweij drukte er, naast de 100 reguliere exemplaren, een paar op papier van een betere, zwaardere kwaliteit (‘gehammertes’). Het boekje is millimeters groter en keurig met een koordje gebonden. Luxe-exemplaren bestemd voor de auteur? (Ik ben in het gelukkige bezit van twee stuks, beide met opdracht, gesigneerd op 14 maart 1944, in het colofon genummerd ‘IV’ respectievelijk ‘IX’.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s