Extra liefhebber

Rond brief 69, in Ik ben een onderling onverzoenlijk ratjetoe, werd ik weer enthousiast.

Chr. J. van Geel reageert in 1970 op de dummy van Het zinrijk (1971), die zijn uitgever Van Oorschot hem had gezonden: ‘Groen? Je moet ervan houden. De belettering is mooi en het blauw van de letter ook, maar in combinatie met dit groen verzinkt de auteursnaam wel sterk. Groen is een gevaarlijke kleur’.

Van Geel laat wel vaker zijn gedachten gaan over boekverzorging. Een enkele keer gedraagt hij zich als een bibliofiel. Met de totstandkoming van de bundel Enkele gedichten (1973) bemoeit hij zich flink. Aan een medewerker van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: ‘Vergeet u niet een tiental exemplaren op een extra mooi papier te laten drukken om in te laten binden voor de extra liefhebber?’

Dat Van Geel zoveel aan te merken had op de drie verschijningsvormen van zijn laatste bundel, zou de lezer zonder Ik ben een onderling onverzoenlijk ratjetoe niet geweten hebben. Voor de rugbelettering van de gebonden editie is een verkeerd corps gebruikt, naam en vignet van de uitgeverij zijn op de titelpagina te groot uitgevallen, het omslag van de ingenaaide editie is te besmettelijk en kwetsbaar. Van Geel voelt zich ook gepasseerd: in de flaptekst heeft hij geen inspraak gehad, het papier voor het binnenwerk van de luxe editie mocht hij niet zelf kiezen.

‘En wat kreeg ik? Een van grote onbetrokkenheid blijk gevend bijschrift én ezelsoren’.

Ik kon de gedachte niet onderdrukken dat Enkele gedichten van Chr. J. van Geel een nagel aan zijn doodskist was.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s