Mijn druk ophemelen

Onafhankelijk van elkaar raken de Vlaamse sierkunstenaar Julius de Praetere (1879-1947) en de Nederlandse uitgever Lambertus Jacobus Veen (1863-1919) rond 1900 in de ban van de nieuwe boekdecoratie. De een schaft zichzelf een handpers aan, de ander begint met wat familiekapitaal een eigen uitgeverij, maar beide heren streven hetzelfde na: mooie boeken maken in de stijl van art nouveau.

‘Denk s.v.p. om de dikte van den rug van het boek, m.a.w. dat de teekening van den rug in evenredigheid is met [de] werkelijke dikte van het boek.’ Dit schrijft Veen op 4 maart 1901 aan De Praetere, bij de overname van 150 exemplaren van de tweede druk van Streuvels’ Lenteleven. Iedereen die weleens een ingenaaid boek uit het fin de siècle in handen heeft gehad, weet hoe nauw het kijkt. Het is het begin van een zakelijke correspondentie, die krap drie jaar later doodbloedt. De Praetere laat zijn ambities dan maar varen. Veen en De Praetere mogen danwel hun boekenliefde delen, de uitgever is de kunstenaar in zakelijk opzicht de baas.

De Praetere giet zijn structurele tekort aan geld soms in mooie, wanhopige zinnen. De titel van deze uitgave is ontleend aan een brief van 25 maart 1903: ‘ik heb aan die zaak van prachtdrukken te veel geld verloren. Zoudt Ge niet denken dat nu, dat er een tiental tijdschriften mijn druk ophemelen, mijne biographie vragen, enz. het tijd wordt wat te rusten… langs geldelijken kant, vooral wanneer men kapitalist is zooals ik!!!’ Intussen buit Veen zijn positie als uitgever uit: hij schakelt boekhandelaren in Antwerpen en Gent in om de inkoopprijs van een door De Praetere gedrukt boek te drukken. Nederland-België: 1-0.

De briefwisseling is voortreffelijk uitgegeven door De Carbolineum Pers: alle 178 pagina’s zijn door Boris Rousseeuw met de hand gezet uit de loden letter Goudy Old Style. Ter illustratie zijn dertien originele kleurenfoto’s ingeplakt, boekbanden van De Praetere, briefkaarten van Veen. De editie is iets minder voortreffelijk. Ondanks 95 eindnoten blijft de lezer met enkele vragen zitten. In de transcriptie van een enkele brief is een foutje geslopen. Erg storend is dat overigens niet.

Deze bespreking van Die zaak van prachtdrukken. De briefwisseling tussen Julius de Praetere en L.J. Veen bezorgd door H.T.M. Van Vliet (2011) verscheen in De Boekenwereld, jrg. 28, afl. 4 (mei 2012).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s