Gerrit Komrij (1944-2012)

Dinsdag, 16 maart 2010. Met Gerrit Komrij op strooptocht langs alle antiquariaten in de binnenstad van Amsterdam. Bij antiquariaat Culturel trekt hij uit een rij non-descripte boeken juist die ene bundel tevoorschijn, terwijl ik nog sta te dralen voor de kast Nederlandse letterkunde. Het is een van de slechts vijftig exemplaren van Lichtval. Ik ben verbaasd dat hij iets van Faverey koopt. Een halfuur later staan we in de winkel van Brinkman. Op een categorieloze plank vindt hij een foliant van drie kilo. ‘Kijk, de biografie van Balkenende!’ Bij JOOT ziet hij een negentiende-eeuws dichtbundeltje staan. Hij moet even zijn zakcomputer raadplegen. Daarin heeft hij zijn hele boekenverzameling gecatalogiseerd.

Ik weet achteraf zeker dat hij deed alsof. Hij checkte zijn mail gewoon. Gerrit Komrij wist precies welk boek hij al had. Gehurkt in een Amsterdams antiquariaat wist hij exact waar – op welke plank, in welke kast, in welke kamer van zijn reusachtige Portugese villa – het stond.

In een column schreef hij vorig jaar dat hij van jongs af aan boeken verzamelde:

Van mijn twaalfde af heb ik ze naar mijn hol gesleept. ’t Is een wonder dat mijn handen niet op de grond hangen.

Kort na het verschijnen van Ergens halverwege zweven en Snippers op de rivier vertelde hij me dat hij van de polemist A. Marja veel had geleerd. In de Ooievaarspockets Voor de bijl (1955) en Over de kling (1956) had de jonge Komrij trots zijn exlibrisstempel gezet.

Het is een rare fabel dat bibliofielen hun boeken altijd afschermen van de boze buitenwereld. Gerrit Komrij nam graag plaats op een terras (‘Witbier, alstublieft’) om vijf plastic tassen op schoot te nemen en vervolgens stuk voor stuk zijn aanwinsten rond te laten gaan. De laatste keer viel ik van de ene verbazing in de andere. Of ik niet wist dat hij ook omslagontwerpen van Piet Marée verzamelde.

In dezelfde column:

En nu, met één voet in het graf en een loopneus, hurk ik tussen vijftigduizend schatten, allemaal dames en heren van stand of door mij persoonlijk gered uit de goot, allemaal ondoorzichtig en toch zo open.

Gerrit Komrij was een groot bibliofiel. Misschien niet de grootste, wel de wonderlijkste. Niemand heeft mooier over bibliofilie geschreven dan hij.

In Verzonken boeken:

Het is een ziekte, niets meer. Ik voel me zo langzamerhand zélf iemand met ezelsoren, een geknakte rug, een bol achterplat en een beduimelde inhoud. Ik wandel als het ware in een gekreukt stofomslag over straat.

In Verwoest Arcadië:

Hij had op zijn morgenwandelingen wel eens een doodgraver gezien die met een kruiwagen vol ellepijpen en schedels op weg was naar het knekelhuis. Doden die al meer dan honderd jaar ingenaaid in hun graf hadden liggen wachten tot God ze in halfmarokijn zou binden werden door hem wreed verstoord. De doodbidder gooide al hun katernen zomaar door elkaar. De kruiwagen met losse bladzijden schudde hij in het knekelhuis, helemaal achteraan het kerkhof, leeg. Daar lag, tussen de harken, de schoffels, de katrollen en de schoppen al een flinke experimentele roman. Een knappe God die dáár iets van begreep.

Enkele dagen na de Deventer boekenmarkt in 2009 mailden we over de aanwinsten. Mijn oogst was schamel. Maar ik was dan ook pas om half tien begonnen te jagen op boeken. Gerrit Komrij stond erom bekend dat hij elk jaar als laatste Het Tuinfeest verliet en als eerste op de boekenmarkt liep. Zo tegen zessen ’s ochtends. Zijn ogen waren groter dan zijn maag.

In Deventer heb ik een mooie Zilverdistel gekocht, een Duits goochelboek en een negentiende-eeuwse ridderroman, naast veel onzin meer. (Een boek over schorpioenen, een boek over wolkenkrabbers, een boek over plastic en een boek over Aubrey Beardsley, door Adriaan Roland Holst in 1913 aangeschaft.) Ik zal nooit een serieus te nemen boekenkoper worden, en dat bevalt me.

De beurscommissie van de Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair benaderde Komrij in 2010 voor de functie van beursambassadeur. Hij mocht een lintje doorknippen, een toespraak houden en als eerste de beursvloer op. Vooral dat laatste sprak hem aan. Helaas wist hij in maart nog niet wat hij in oktober te doen had. Een herhaald verzoek bleef onbeantwoord.

Een prachtagenda dus om er jouw verzoek in te passen. Het had allemaal pico bello gekund (ik begin uit schaamte archaïsche uitdrukkingen op te delven). Ik had gewoon op alles ja kunnen zeggen. Ware het niet dat ik inmiddels jouw verzoek was vergeten. Kwijtgeparkeerd. Verdrongen misschien. Maar dan bevind ik me al in de krochten van de dieptepsychologie. Niks aan te doen. Excuses. Hoop dat je niet boos op me bent. Omhels je. Wens je veel succes met al die jichtige, grijze, antediluviaanse antiquaren die me zo dierbaar zijn, je

Gerrit

2 gedachtes over “Gerrit Komrij (1944-2012)

  1. Absoluut triest. Om op het bibliofiele/literairhistorische hier te focussen: zonder hem zochten wij niet naarstig naar Maurits Wagenvoort, The Green Carnation 1e druk en noem maar op. Zijn zeer positieve reactie op mijn Carel de Neree-bezigheden die ik enkele jaren geleden van hem mocht ontvangen was eigenlijk dé reden om er mee door te gaan. Maar helaas is hij niet meer nu.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s