Uit de schaduw

Bij Wim Gielen begon het met Nieuwe avonturen van de vos Reinaert, dat hij als zevenjarig jochie ter herinnering aan de eerste communie ontving. Wolbert Vroom kreeg voor zijn eindexamen een ordeboekje uit 1694 van zijn grootmoeder. En Geert Jan Bierenga liet zich als scholier inspireren door Het schoone boek van Menno Jaarsma bij zijn zoektochten naar leren ruggen en perkamenten bandjes.

Ze worden met naam en toenaam genoemd, 62 van de ongeveer 150 leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen die in het schitterende boek Uit de schaduw aan bod komen. Wat lid Piet Buijnsters in zijn Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie niet voor mogelijk hield, is dan toch geschied: het Genootschap treedt naar buiten. In deze kleurrijke jubileumuitgave presenteren leden van het gesloten gezelschap stukken uit hun collectie, welke soms paginagroot zijn afgebeeld, en leggen ze uit welke bijzondere betekenis juist die band, tekst of typografie voor hen heeft.

Uit de schaduw is ingedeeld in zes hoofdstukken, even zoveel er ‘duidelijk aanwijsbare’ verzamelmotieven zijn, door de redactie van dit boek uit de opgetekende verhalen geabstraheerd: ‘esthetisch genot’, ‘het boek als object’, ‘gereedschap’, ‘levensbeschouwing’, ‘nostalgie’ en ‘hoeders van het verleden’. De leden moesten kiezen welk motief het meest op hun verzamelwoede van toepassing was. Hoewel deze indeling gevoelsmatig wel klopt, en die gevoelens in de ‘methodische verantwoording’ achterin nog worden beredeneerd, blijft het onduidelijk waarom dit stramien moest worden toegepast. Wat zegt het dat 31 van de 62 leden zichzelf scharen onder ‘het boek als object’ tegenover de twee eenlingen onder de motieven ‘levensbeschouwing’ en ‘nostalgie’? Het zegt alleen iets over hoe de leden zichzelf zien. In enkele gevallen zijn motief en verhaal niet te rijmen: Baukje Scheppink maakt toch geen kunstenaarsboeken, opdat ze er vervolgens een collectie secundaire literatuur over kan aanleggen, zoals haar motief voorschrijft?

Die twijfelachtige indeling heeft grafisch ontwerper Hansje van Halem overigens bijzonder fraai vormgegeven: elk hoofdstuk heeft het kader in een andere steunkleur, tot en met de sneden aan toe. Alle steunkleuren komen terug in het feestelijke bandontwerp. En alleen De Buitenkant is het gegeven om twee royale leeslinten in precies dezelfde kleur te krijgen als de steunkleur van het hoofdstuk waar het lint zachtjes het katern binnenkomt. Bravo!

Het is intrigerend, herkenbaar, leerzaam en soms amusant hoe de bibliofielen hun passie met veel deskundigheid onder woorden brengen. Als er al iets gemeenschappelijks aan hun verhalen te ontdekken valt, dan is het wel de precisie waarmee gebeurtenissen, jaartallen, herkomsten, papiersoorten en (cultuur)historische achtergronden worden verteld. (Hebt u ooit een bibliofiel met een vlek op zijn stropdas gezien? Dat dacht ik al.)

Geert Jan Bierenga heeft inmiddels 400 in de Nederlanden gedrukte Bijbels op de plank staan. Wolbert Vroom reist de hele wereld over om architectuurboeken uit de periode 1485-1750 te bemachtigen. En Wim Gielen is tot de laatste dag voor zijn dood in 2010 op zoek geweest naar een waardige aanvulling voor zijn museale collectie Van den vos Reynaerde.

Deze bespreking van Edwin Bloemsaat (red.), Uit de schaduw. Twintig jaar Nederlands Genootschap van Bibliofielen (2011) verscheen in De Boekenwereld, jrg. 28, afl. 1 (oktober 2011).

3 gedachtes over “Uit de schaduw

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s