Mensen die ik ken die mijn boeken hebben gekend

Ze moeten er zeker een week hebben gestaan, zonder dat iemand er notie van heeft genomen, want bij de kassa werd het totaal aan potloodprijsjes gehalveerd. Een plank verder stond stijf van de Groningstalige dichtbundels, bloemlezingen Dichters in de Prinsentuin en uitgaven van de Historische Uitgeverij – en van de nicotine. De provenance was makkelijk te raden: Ludwig Wagner.

Ludwig Wagner, eigenlijk: Evert Burgwal, kende ik alleen van in het voorbijgaan. Voorbij ging hij zo: hij duwde zijn eigen rolstoel voort, die daardoor leeg was, welk beeld vanaf terrassen vaak van onderschriften werd voorzien. Eén avond heb ik hem uitvoeriger gesproken, toen Menno Wigman naar Groningen kwam, in De Wolthoorn en later in een huiskamer op de vierde verdieping van een pakhuis. Dat was op 6 juni 2009, want voor de gelegenheid had ik drie dichtregels van Wigman gedrukt, met een uitvoerig, gedateerd colofon. In de kroeg liet Ludwig ons curieuze Duitse en Nederlandse fascistische publicaties zien. De naam Steven Barends viel een paar keer. We ontdekten van elkaar dat we allebei uit Meppel kwamen. ’s Nachts schept dat een band. Toen ik hem vertelde dat ik kort daarvoor naar Saint François d’Assise van Messiaen was geweest, vond hij dat geweldig. Daar had hij ook bij willen zijn. Hoe Ludwig later weer op de begane grond is gekomen, zonder lift, met al die trappen, is mij een raadsel, de ochtend eindigde in een mist. Hijgend en puffend waarschijnlijk.

Ik kocht vijf dichtbundels, drie romans en een bloemlezing. Alle boeken waren bij verschijnen voorzien van een opdracht van de auteur. Een week na zijn bezoek aan Groningen stuurde Wigman zijn Gedichtendagbundel De wereld bij avond (2006) naar Ludwig, voorzien van een handgeschreven citaat uit het gedicht ‘Onder de reactor’. Rense Sinkgraven schreef in zijn beide dichtbundels iets moois voor Ludwig, ‘de duistere verlichte’, ‘met alle waardering en genoegen’. Bart FM Droog verwees in zijn opdracht in Voorgoed voltooide tijd (2005) naar Ludwigs slechte gezondheid: ‘voor wie de tijd voorlopig ook nog niet voorgoed voltooid moge zijn’.

Jacob Sleutelberg krabbelde in zijn autobiografische roman De deftige zwerver (1998) de spreuk ‘Fuck them all, Wagner!!’ Die schreef zelf voorin: ‘Burgwal ’99 van Jacob’.

Ludwig miste nooit een avond van De Dichtclub in café Marleen. Hij miste geen van de bloemlezingen die jaarlijks in een kleine oplage worden gemaakt met nieuw werk van De Dichtclubleden. Hersengespin heet de compilatie van 2009. Toet literair Groningen is tastbaar aanwezig in de bundel. Op de Franse titel staat een opdracht van caféhoudster Marleen aan de ‘trouwste aanhanger van de Dichtclub’. Alle dichters, op Ton Meijer na, signeerden hun bijdrage voor Ludwig. Hedwig Baartman: ‘Voor Ludwig en alle gebakken eieren die je op kunt!’ André Degen, in zijn Van Wissen-handschrift: ‘Voor Ludwig Die in de Dichtclub blijft komen tot het bittere eind!’ Karel ten Haaf: ‘voor Ludwig, die een erg mooie & fijnschrijvende rode pen heb.’ Rense Sinkgraven: ‘voor de geweldige Ludwig! Een grote naam! En over de rest zwijg ik.’

Het laatste gedicht in Hersengespin is van Sinkgraven. ‘Primus inter pares’ is in druk opgedragen aan Ludwig.

Je kunt niet altijd dezelfde
status behouden.

Doodgaan is de zekerste weg
naar tederheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s