Bossu

Hans van Straten herinnert zich in De omgevallen boekenkast (1987) een lezing uit 1942 van Louis Th. Lehmann over een nieuwe schrijver, die ‘de grote essayist van de toenmalige jongeren beloofde te worden’. Lehmann gaf hoog van hem op, hoewel de zogenoemde schrijver nog niets had geschreven. Van Straten weet dat hij überhaupt nooit iets gepubliceerd heeft, maar ‘wel gedurende korte tijd een reputatie als weinig anderen’ had. Zijn naam: Piet van den Bos. Bijgenaamd: Bossu.

Toen ik dit las, dacht ik aan een oude meneer in Amsterdam. Hij moest verhuizen naar een verzorgingshuis, zijn bibliotheek moest inkrimpen, de boeken naar de opkoper. Daaronder ook het debuut van A. Marja, met een gesigneerde opdracht van de dichter aan ‘Piet van den Bosch’, aan hemzelf dus. Het verhaal erachter vertelde hij me per telefoon.

Een half jaar later bel ik Van den Bos weer op met het citaat van Hans van Straten. Hij is even stil.

‘Inderdaad, dat ben ik, Bossu. Maar ik weet niks van een lezing van Lehmann. Ik kende hem toen, sprak hem weleens, maar toen hij zich terugtrok in Leiden zijn we elkaar uit het oog verloren. In dezelfde kringen leerde ik Kees Buddingh’ kennen.’

Is het waar, vraag ik hem, dat hij nooit iets heeft gepubliceerd? (Wat ben ik een lul: iemand 66 jaar na dato hiermee confronteren. Ik durf wel, door de telefoon.)

‘Het is er niet van gekomen. De oorlog kwam ertussen. Ik zat twee jaar in een kamp in Duitsland. Toen ik terug kwam was mijn interesse verschoven en heb ik mijn studie aan het conservatorium weer opgepakt. Onbewust een andere richting ingeslagen.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s