Terroristische Cabaretgroep Arnon Grunberg

Arnon Grunbergs allereerste theaterproductie heette De dupe van Felix. Het was 1989. Grunberg had nog geen letter van betekenis geschreven en zocht zijn heil op het toneel. Hij vroeg twee oude vrienden van het Vossius Gymnasium voor muzikale begeleiding van zijn onemanshow. Grunberg vergastte het publiek op ‘een stortvloed aan woorden en grappen, alles ingebed in een losjes verhaal over een jongen die verliefd wordt op een lerares’. Teksten van deze productie, die algauw de bijnaam Terroristische Cabaretgroep Arnon Grunberg kreeg, zijn niet bewaard gebleven. De enige opnamen van een repetitie van De dupe waren in het bezit van Grunberg zelf. Of de schrijver zijn archief koestert en de opnamen ooit nog boven water komen, dat is niet bekend.

Bovenstaande anekdote is te destilleren uit het ondergronds verschenen boekje Verzamelaars lezen niet. Kleine gids voor de (beginnende) Grunbergcollectionneur (Arnhem 2009). Marco van Kampen, antiquaar-in-loondienst bij De Slegte, haalt hierin de ene na de andere curieuze geschiedenis naar boven. Tien jaar geleden begon Van Kampen voortvarend met het bijeen brengen van een gigantische, gevarieerde verzameling Grunberg. Grenzeloos, op het manische af. Hij stopte niet bij de eerste druk van Tirza. Hij dook bijvoorbeeld een onbekende eenakter van Grunberg, Koningin Frambozenrood (1992), op en achterhaalde exact waar de afbeelding op het omslag van Grunbergs Romantiek (1998) was gejat. In het colofon van deze bibliofiele uitgave staat dat Grunberg de omslagtekening zelf vervaardigde tijdens een cursus tekenen en schilderen; Van Kampen laat zien dat uitgever Pablo van Dijk gewoon een plaatje ‘leende’ van de artiest L. Johnson.

Verzamelaars lezen niet heeft de opbouw van een lezing, maar is gemakkelijk in hoofdstukjes en substudies in te delen. Wat te denken van Arnon Grunberg als boekverzorger? In de tijd dat Grunberg zijn weinig florerende uitgeverij Kasimir runde, verrichte hij ook het zetwerk voor de 952 pagina’s tellende pil Teksten voor toneel en film (1991) van Judith Herzberg. ‘Zuiver technisch gesproken en iets te enthousiast zou men dus kunnen stellen dat dit verzameld werk mede door de latere auteur van Blauwe maandagen is geschreven.’ Voor Tergend langzaam wakker worden van George Groot en Adelheid Roosen zette Grunberg zich tevens achter een Apple. Misschien moet hier de kiem van ’s schrijvers ongelooflijke productie worden gezocht: degelijk typen doet degelijk schrijven.

Een geheel ander hoofdstuk komt boven drijven: Arnon Grunberg en eten. Van Kampen geeft een fraaie opsomming van vindplaatsen over eten en drinken in het werk van Grunberg. Alcohol in Blauwe maandagen, geitenkaas in De asielzoeker, zeevruchten in Tirza. Zo laat de schrijver van Verzamelaars lezen niet zien dat hij zelf de uitzondering op de regel is. Hij moet het oeuvre door en door kennen.

De lezende verzamelaars die het geluk hebben gehad een exemplaar van deze handleiding te bemachtigen (de oplage bedraagt slechts vijftien exemplaren) wordt aangeraden ook de voetnoten aandachtig te bestuderen. Noot 5 onthult dat Van Kampen bijna zijn eigen moeder had verkocht voor een exemplaar van Zolang er nog tranen zijn, de kampherinneringen van Grunbergs moeder (ook op film). Bastiaan Bommeljé misbruikte in 2001 het pseudoniem Marek van der Jagt boven een verhaal in Hollands Maandblad, meldt noot 18. In noot 25 wordt een onvolprezen weblog aangehaald, waarop Arnon Grunberg als jazztune te vinden is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s