Het jengelen, bellen, toeteren en gillen

‘Op den tweeden Zaterdag in Mei begint in Groningen de kermis.

Menschen, die onder zorgen gebukt gaan, kunnen niets moeilijker verdragen dan pret. Het jengelen, bellen, toeteren en gillen, dat elf dagen en elf halve nachten de beide markten en omstreken, waaronder de Oude Ebbinge straat, vervulde, ergerde Roelf afgrijselijk en in Mientjes hoofd dreunde de kermispret, alsof iemand haar aanhoudend dan links dan rechts tegen de slapen hamerde. Als in de kermisdagen Oude Jantje aan Mientje had gevraagd, of ze hoofdpijn had, zou ze wel hevig hebben moeten jokken, om neen te kunnen zeggen.’

Aldus G.W. van Vierssen Trip in de roman Mientje Watsinga in den heilstaat (1930). Weinig is veranderd (live).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s