‘Hij had niets tegen de Joden’

De magnifieke roman Rob Erkman’s laatste liefde (1930) draait niet alleen om Rob Erkman en zijn laatste liefde. Een groot deel van het boek speelt in en rond de beurs in Amsterdam. Schrijver-journalist E.J. van Lidth de Jeude schreef het boek op de huid van de tijd, toen de beurzen op Wall Street crashten. Hoofdpersoon Rob Erkman is de enige handelaar die geen zelfmoord pleegt of het land ontvlucht.

In het begin van deze gezochte zakenroman loopt Erkman zelfgenoegzaam het Damrak af, richting de Dam, om daar met zijn maitresse (= laatste liefde) te lunchen. Hij komt langs sociëteit De Groote Club, ‘dat bolwerk van Amsterdamsche deftigheid en conservatisme’. En:

‘de Groote Club, die rondweg aan iederen Jood, hoe rijk, deftig en hoe aanzienlijk ook, den toegang weigerde. Erkman had vrienden, die Joden waren, hij had klanten, die vrienden en Joden tegelijk waren. Hij had niets tegen de Joden, Ja hij hield zelfs van sommige karaktertrekken, die aan het Joodsche wezen eigen schijnen te zijn. Maar zijn Groote Club zou hem veel minder dierbaar, ja bijna antipathiek zijn geworden, zoo een Jood er toegang had verkregen…’

Erkman heeft inderdaad Joden onder zijn beste vrienden. De handige handelaar Zigomar Prager neemt hem zelfs mee naar de dames van plezier. Wel wemelt het rond Prager van bijzinnen als: ‘met die menschenkennis en dat doorzicht, dikwijls aan Joden eigen’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s