A.L. Snijders: C.

A.L. Snijders leest voor bij Buddenbrooks in Den Haag. Minder mensen dan toen, maar allemaal keurige dames en heren. Zelfs een mevrouw met een Duits accent.

Ik zit helemaal achterin, naast de vrouw van de schrijver, dat zijn de mooiste plaatsen. Zij kent hem door en door, zijn verhalen natuurlijk ook. Toch weet hij haar te verrassen, met een grap die geen zkv geworden is. De keurige dames en heren lachen uitbundig. De vrouw van de schrijver glundert. Lacht zachtjes achter haar hand.

Snijders legt uit dat hij zijn verhalen op verzoek anoniem maakt. Zijn goede vriend Sjoerd Wartena (‘Passie’) was woedend als hij weer met naam en toenaam in de krant stond. Nu is hij W. in de zkv’s.

Snijders vertelt het verhaal van een jongeman (‘Ik ben 71 jaar oud. Iedereen is jong voor mij.’) die al 20 jaar voor de klas staat. De jongeman heeft een ‘spannende, gruwelijke’ roman geschreven. Als hij het uit heeft, schrijft Snijders de jongeman wat hij ervan vindt. Hij is nu eenmaal een stugge schoolmeester, hij moet hem op de vingers tikken: na ‘nadat’ moet de tijd voltooid zijn. De jongeman zal een groot schrijver worden.

Bij het signeren vraag ik Snijders of hij het was. ‘Ja, het was C.’ Achterin de winkel staan de keurige dames en heren met nootjes en rode wijn. ‘Zijn stem leent zich er zo goed voor.’ ‘Met die wenkbrauwen.’ ‘Wat een prachtige man.’

In de tram terug ligt een grote zwarte hond in het gangpad. Shadow. Ik weet dat hij ongelukkig is.

Een gedachte over “A.L. Snijders: C.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s