Biblion over A. Marja

Gerard Oevering over Snippers op de rivier (2008):

‘A. Marja (ps. van A.Th. Mooij, 1917-1964) was vooral dichter en essayist, maar debuteerde in 1941 als romancier met deze kleine roman, die uiteindelijk zijn enige roman zou zijn. In dit autobiografische verhaal waarin het afscheid van de jeugdillusies centraal staat, speelt een gesloten puber, Willy ter Veer, de hoofdrol. De gevoelens lopen hoog op. Alle emoties en verlangens die bij een puberende jongen horen, zijn aanwezig: het zich anders voelen, conflicten met de vader, liefde en ontwakende seksualiteit, moeilijkheden op school en het zich losworstelen van zijn problemen. Uiteindelijk versnippert hij zijn jeugddroom, zijn gedichten. De schrijver overtuigt in de uitbeelding van het toenemende inzicht van Willy in zichzelf en zijn omgeving. In het Nawoord gaat de bezorger, Nick ter Wal, in op de receptie van de roman en de wordingsgeschiedenis. Ook komt het autobiografische in het verhaal uitvoerig aan de orde. Een sober en trefzeker geschreven verhaal. Al is het meer dan 65 jaar oud, het geeft een overtuigend en boeiend beeld van een puber. Tegelijk verscheen een bloemlezing uit de poezie van Marja: ‘Ergens halverwege zweven’. Normale druk.’

Ko van Geemert over Ergens halverwege zweven (2008):

‘De samenstellers van deze bloemlezing, Coen Peppelenbos en Nick ter Wal, hebben voor een thematische aanpak gekozen: “De vader- en moedergedichten staan in de afdeling ‘Hoe ver hij van hen leefde’, de gedichten over het schrijven van poezie in ‘Een woekering op de oester’, Marja’s worsteling met het geloof is te volgen in ‘Nochtans een christen’, de geengageerde gedichten staan in ‘Zwart wordt nooit wit’, over liefde en (gebrek aan) geluk is te lezen in ‘Bang voor volmaakt geluk’ en alles wat we niet in de vorige afdelingen kwijt konden, schaarden we onder de vrolijke noemer ‘Ik ben het aapje mens’.” Overigens volgen dan nog twee afdelingen… A. Marja (pseudoniem van A. Th. Mooij, 1917-1964) verdient deze bloemlezing ten volle. Waarschijnlijk zijn bekendste gedicht is Het huwelijk: ‘Ik heb je alles gegeven: / een gedicht, mijn maandsalaris / en een kind; wil je nu even / kijken of het eten klaar is?’ Tegelijk verscheen ook een bloemlezing uit het proza van Marja: ‘Snippers op de rivier’.’

2 gedachtes over “Biblion over A. Marja

  1. Waarde directeur en Hoofdconspirant!"Sellertjes", waar Ab Visser altijd op bleef hopen, zullen de uitgaven helaas wel niet worden. Maar ik vind het echt heel goed dat jullie deze heruitgaven tot stand hebben gebracht. Er is alleen één ding dat blijft zeuren en waar ik te lui voor ben geweest enig onderzoek te doen: ik weet niet beter dan dat de tweede regel van Aan een Arcadisch Poëet luidt:"dat kon een regel van Ab Visser zijn"Is de dementie toegeslagen, of is er een verklaring?

  2. Geen verklaring (vooralsnog): in onze bloemlezing luidt de tweede regel van het gedicht '(dit kon van Aafjes of Ab Visser zijn!)', precies zoals in de bundel Van mens tot mens (1948). Ik zoek nog naar de tijdschriftpublicatie van 'Aan een Arcadisch Poeet', waarin de variant.Ja, ik moet echt eens aan een bibliografie beginnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s