A. Marja: Donkersgang 1

Coen Peppelenbos zette gisteren een leuke fotoreportage op zijn weblog. Hij bezocht Donkersgang 1, een van de huizen waar A. Marja in de oorlog heeft gewoond. Het is nu zo’n beetje braakliggend terrein.

In 1944 betrokken A. Marja en zijn aanstaande echtgenote een paar kamers in het grote pand aan de Donkersgang. Marja had net anderhalf jaar op sterven na dood bij zijn vader in Yerseke gezeten en moest nog aansterken. De dichter lag in die tijd vooral op de bank. Puckje (zoals hij zijn geliefde noemde) moest voor de boodschappen zorgen. Marja hield een (als Zeepbellen in de orkaan in 1947 verschenen) dagboekje bij van zijn belevenissen in het huis, waar voornamelijk studenten woonden. Het was een spannende tijd in een soms levensbedreigende situatie, waar Marja desalniettemin de lol wel van kon inzien:

‘Een benard en tegelijk amusant probleem, waarmee wij hier, onder de rook van het beruchte Scholtenshuis, zitten opgescheept, is dat van de huiszoekingen.’

In zijn dagboek komt huisgenoot ‘X’ met regelmaat terug, een intellectueel met wie Marja tot gesprekken kwam, ‘die misschien volkomen onvruchtbaar moesten worden genoemd, maar niettemin verfrissend werkten’. In ‘X’ vond Marja ook een gewillig slachtoffer van zijn practical jokes. Toen Marja en Puckje in hun keukentje een even heerlijk als schaars glas melk inschonken en ‘X’ om de hoek kwam kijken, maakten zij hem wijs dat het hier om ‘varkensmelk’ ging. ‘X’ vond het zo verrukkelijk dat hij diezelfde middag nog naar de varkensboer zou fietsen.

Deze ‘X’ vond het zelf allemaal minder leuk. In het Marjanummer van het tijdschrift Kentering (1964) schreef ‘X’, die nog altijd anoniem wenste te blijven, over zijn tijd in ‘dat onvergetelijke studentenhol in de Donkersteeg, waar de Gestapo geen weg mee wist, ondanks haar dreiging, het op een goede dag “uit te zwavelen”‘:

‘Gehaat heb ik hem vooral, wanneer ik ’s nachts meisjes op mijn kamer hield (wat van de hospita niet mocht) en hij ’s morgens aan de andere kant van de deur luid schunnige opmerkingen stond te maken, die zowel gast als hospita, zij het dan om verschillende redenen, de tranen in de ogen brachten.’

En over het ‘varkensmelk’-incident:

‘Dergelijke quasi-komiekerige constructies, die van de ander een “lul” pretenderen te maken, maken juist een deel van zijn werk eenvoudig: lullig.’

In zijn biografische schets maakte Wim Hazeu bekend dat achter ‘X’ schuilging: Jacob R. Evenhuis (1918-2005), een historicus met literaire ambities die, terwijl Marja zijn dagboekje vulde, correspondeerde met de redactie van De Gids over zijn doorwrochte artikelen en en passant bijdragen leverde aan het tijdschrift-in-één-exemplaar De schone zakdoek.

Een gedachte over “A. Marja: Donkersgang 1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s