Het café is amoreel

In het gekke krantje van Gerben Colmjon kom ik een hoogst originele beschouwing tegen over een onderwerp, waarvan het me verbaast dat daar niet al drie studenten op zijn gepromoveerd. Het artikel heet ‘Het café’ en is geschreven naar aanleiding van het verschijnen van Winner take nothing van Ernest Hemingway. Een citaat:

‘In de waardeschatting van onze Nederlandse onderwijzers en opvoeders (waartoe men het grote gros der romanschrijvers, om van de schrijfsters te zwijgen, moet rekenen) staat “het café” niet hoog genoteerd. Onze romankunst vereert de huiskamer, en deze acht men wel een schrille tegenstelling tot het café, dat het moet hebben van de uithuizigheid; waar de deugden, in de huiskamer gepropageerd, alle gevaar te duchten hebben van de dranklocaliteit (“het proeflokaal” fraai betiteld) met zijn lichtzinnige gesprekken, ruwe woorden, kaartspel en geldverliezen, zijn verleiding door de drank, slechte vrienden en soms door vrouwen; het verderf voor de werkman. De Nederlandse romankunst, verknocht aan de moraal, werpt zich daarom in de armen van de huiskamer, van het gezin; het café is amoreel. De kroeg kwam dan ook voornamelijk in onze letteren voor (ten tijde van het pessimistisch naturalisme) als plek van verwording, bij de didactici als waarschuwend voorbeeld.’

Uit: De Litteraire Gids, jaargang 9, nummer 116 (april 1935)

2 gedachtes over “Het café is amoreel

  1. Inderdaad boeiend. Zonder me op de borst te willen kloppen citeer ik mezelf als ik zo vrij mag zijn:'Tachtig werd geconstrueerd in de rumoerige cafe's, achterkamertjes en straten van het zich uitdijende eindnegentiende eeuwse Amsterdam. Frans Erens schrijft, terugblikkend op deze periode:Ja, dat 'zwammen' op allerlei kamers in de Pijp of in de cafe's, bij Willemsen, Mast, Krasnapolsky, de Poort van Cleve of in allerlei kleine kroegjes van Amsterdam! Wat hebben wij gepraat en wat heb ik gepraat […] Zóó ontstonden de nieuwe begrippen over literatuur en andere kunsten: het broeide toen van alle kanten.Dat 'de mannen van Tachtig' zich door dit gedrag aansloten bij de artistieke activiteiten van hun kunstbroeders in de genoemde grote buitenlandse steden wordt nog eens onderschreven door een opvallend op Erens' uitspraak gelijkende herinnering van de Duitse auteur Heinrich Hart (1855-1906) aan de artistieke voorhoede in Berlijn in de jaren 1890:A time of study such as we never have known opened up for us. But it was not in the auditoria of the alma mater that we gratified our urge to study – for we were rare visitors. Our auditoria were streets, drinking places, coffee houses, occasionaly also the Reichstag.' (S. Bink 'Ik word van het nieuwe bewogen'Herman Gorters 'Een dag in het jaar' en de topos 'stad''ongepub. doc. scrip)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s