Op den dansvloer van een dandykot

Wanneer las u voor het laatst een gedicht van Herman van Snick? Beroepshalve maar niet plichtmatig bladerde De directeur op een hotelkamer in Antwerpen door een dikke ingebonden jaargang 1939 van het veelbelovende literaire tijdschrift Werk. Tussen de Achterbergen, Jac. van Hattums en Theun de Vriezen stuitte hij in het septembernummer van de eerste jaargang op een drietal malle versjes van Herman van Snick. Nee, dat is geen pseudoniem.

Herman van Snick (1914-????) mengde zich al vroeg in het literaire leven in België. In 1936 zat hij in de redactie van het obscure periodiek Prisma, dat een podium bood aan de jeugdzonden van Vlaamsche jongeren. Datzelfde jaar verscheen zijn dichtbundel Aanhef bij uitgeverij Varior in Sint Amandsberg. Niet veel later kregen zijn gedichten een plaats in de door Paul de Ryck samengestelde bloemlezing Elf Van de poëzie. Eugenie Boeye, Marcel Coole, Johan Daisne, Hermen De Cat, Maurits de Doncker, Flor Evi, Julia Tulkens, Luc van Brabant, Jos Verbraeken en Bart Vrijbos stonden ook wat regels af. Zijn bundels werden opgemerkt door de grote Boon, de grote Gijsen en de grote Jonckheere. Of ze verkochten? Een hart in negentien momenten, Het gesloten hek, Notedoppen en Tussentijd lijken van de aardbodem te zijn verdwenen.

Misschien heeft De directeur vanmiddag, bij een antiquariaat in de Wolstraat, wel het allerlaatste exemplaar van Balladen van hier beneen gezien! Het kleinood, slechts 38 pagina’s dik, had een handgeschreven opdracht van de dichter aan de grote Elsschot. Onder de indruk van de gedichten was hij niet bepaald. In het kloeke Elsschot-brievenboek komt Van Snick niet voor.

KLEOPATRA

Fijne heeren drinken whisky.
De gesprekken worden risky.
Meiden in hun zijden kleeren
Moeten heete handen weren
Stiekem op de loer.

Saamgelijmde paren
Schuiven dansgebaren
Over den beboenden vloer.

Plots een slag op de cymbaal!….
’t Wordt nu stiller in de zaal;
’t Roode licht wat meer gedoofd.
(Hand die gauw een rilling rooft.)

Uit een eeuwenver
verleden
Komt de dancingster
getreden,
Als uit steenen beeldenschrift
Op een obelisk gegrift.

Onder ’t zwarte haar
Oogen als amandelnoten,
Open, doch subliem gesloten
Voor de dronken tronieschaar.

Onbeweeglijk stil.

Tot een gekke gil
Van de saxofoon
Spotten komt met d’oude kroon
Die haar had omkranst.

Kleopatra danst.
Kleopatra danst een jazzband-hot
Op den dansvloer van een dandykot.

Heeft u toch een gedicht van Herman van Snick gelezen.

Een gedachte over “Op den dansvloer van een dandykot

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s