Het pedante procédé

‘F. Bordewijk heeft in de roman “Karakter” (Nijgh & v. Ditmaar, 366 bladzijden, geb.) de Nederlandse litteratuur verrijkt met een aantal eigennamen. Katadreuffe heet de held van het verhaal; “deze naam op zijn Nederlands uit te spreken”, is de wens van de auteur in een noot op de eerste bladzijde. Verder maakt de lezer kennis met een juffrouw Sibculo, en een Lorna te George, een juffrouw Kalvelage, een advocaat Stroomkoning, een deurwaarder Dreverhaven, en meer dragers van kunstig geconstrueerde namen. Een onschuldige hobby van de schrijver, dit naamgekunstel, zal de goedige lezer zeggen. Dat is het echter slechts ten dele. Deze bizarre namen vormen een sprekend symptoom van een soort individualisme dat in onze letteren altijd welig heeft getierd: van de pedanterie. Natuurlijk treft men in deze roman ook andere uitingen van deze slepende ziekte aan. “In de lente begon Katadreuffe tekenen van vermoeidheid te vertonen,” lezen we op bladzijde 198.

“Zijn gestel was niet sterk na het vele pokken en mazelen van zijn jongste jaren. Zelfs zijn gebit, hoe onberispelijk, was zwak, de tandarts meende dat het kon samenhangen met te vroeg en te gewelddadig verlies van zijn dentitio prima, hem waren immers als kind bij een straatgevecht alle melktanden uitgeslagen.”

Zulk een alinea is niet alleen vrij dwaas, maar getuigt ook onverhuld van pedantheid in een ver stadium. De in dit ziektebeeld belangstellende lezer kan bij Bordewijk aan talloze passages te gast gaan. Pedanterie is te definiëren als de onbedwingbare neiging om het gewone en heel niet on-alledaagse te doen voorkomen als iets erg “aparts” en bijzonders. Deze definitie nu, wordt geheel gedekt door de roman “Karakter”. Het verhaal toont ons hoe de jonge Katadreuffe zich door een gestadige ijver en volharding opwerkt van jongste bediende tot meester in de rechten. Dat is kranig, we erkennen het gaarne, maar het heeft op zichzelf als gegeven van een roman niets om het lijf. De auteur moet het nog herscheppen tot iets dat ons lezers raakt. Hij kan dit op de vele beproefde wijzen doen, maar juist niet op de manier die Bordewijk kiest: het pedante procédé. Niet door romanfiguren die maar heel gewoontjes geconcipiëerd en oppervlakkig getekend zijn, te tooien met sierkunstige namen. Niet door hun in de grond zeer alledaagse eigenschappen, omstandigheden en gedragingen met een ongemotiveerde onderscheiding te bejegenen. Niet door van een gevreesd deurwaarder een Mussoliniaanse en fantastische dwangbevelenheld met Stravinsky-allures te maken.

Juist doordat “Karakter” de gewone roman dichter nadert dan een van Bordewijk’s vroegere werken, valt zijn pedanterie sterker op en maakt zij dit verhaal eerder tot een boek over de auteur-zelf dan over de jonge Katadreuffe. Dit mag dan door de andere pedanten onzer letteren als een prijzenswaardige eigenschap worden beschouwd; onze litteratuur heeft van Tachtig af tot en met Vestdijk heel wat schade aan dit extra-individualisme ondervonden.

Dat ook het laatste werk van Bordewijk een eind uitsteekt boven het gemiddelde peil onder romankunst behoeft overigens nauwelijks te worden vermeld.’

Uit: De Litteraire Gids, jaargang 12, nummer 143 (oktober 1938)

4 Comments

  1. Hoogstwaarschijnlijk van Gerben Colmjon, ook een directeur, maar dan van De Litteraire Boekhandel, en uitgever van De Litteraire Gids.Ik plaatste het vandaag omdat het de geboortedag van Bordewijk is. Volgens mij is Colmjon de eerste die de aandacht vestigt op Bordewijks naamgevingen. Karakter verscheen slechts een maandje eerder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.