Aanbellen bij J. van Oudshoorn (1876-1951)

Ik weet niet zeker of de bel van nummer 17 het doet. Een lange minuut gebeurt er niets op de stoep van het Van Imhoffplein. Dan, na wat gerommel aan het slot, gaat de deur open. In de opening verschijnt een heer op leeftijd. Hij zegt zijn naam, maar ik wist al dat het Van Oudshoorn was. Hij maakt een uitnodigend gebaar met zijn wandelstok. Ik volg hem de trap op.

De donkere, onverlichte bovenwoning is sober ingericht. Tegen een witte muur staat een dode plant. In de vensterbank ligt een dikke kater achter groene horren. Prominent in de ruimte staat een antieke houten schrijftafel, met aan weerszijden vier diepe laden. Daarin bewaart de schrijver zijn eigen boeken, enkele knipsels over zijn werk, brieven van Willem Kloos, verschillende uitgeverscontracten. Maar deze laden blijven dicht. Van Oudshoorn wijst naar de boekenkast.

Schets ener economische geschiedenis van Nederlands-Indië: de titel van professor Gonggrijps handboek past amper op de rug van de paarse band. Er staat een bestseller naast: de fantastische novelle Hatter’s Castle van A.J. Cronin. Meer boeken in het lichte genre: Samuel Shellabargers Captain from Castile in Nederlandse vertaling, Mastermans Mysterie van no. 82 en het satirische Juan in America van Eric Linklater. De rest van de boekenplank wordt in beslag genomen door tien stukgelezen delen Hebbels Werke. In de negentiende-eeuwse schrijver Hebbel vindt Van Oudshoorn, geeft hij schoorvoetend toe, een geestverwant. Diens dagboeken heeft hij zeer aandachtig gelezen, altijd met het potlood in de hand. De zin ‘Viele verfluchen nicht das Leben, sondern ihr Leben’ vulde hij in de marge van de pagina aan met: ‘Wie het leven in zijn algemeenheid vervloekt, vervloekt ook… dien vloek… Moest het minstens doen.’ Naast een passage over de tegenstelling tussen kunstenaar en burger staat een veelbetekenend uitroepteken. Van Oudshoorn noteert sinds 1933 gedachten, dromen en gebeurtenissen in zijn eigen dagboek.

Achter deze rij ontwaar ik een tweede rij boeken: de avonturen van Sherlock Holmes in vier delen. Daartegenaan leunt Sophocles’ Oedipus, Gogols fantasieën en twee banden Poe, alle van de Reclam Bibliothek Leipzig. Om een tiental banden Werke van de grote denkers Hegel en Kant kan ik niet heen, hoewel de set incompleet is. Loodzware filosofie: de plank zakt al door.

Veel belletrie van vaderlandse bodem bespeur ik niet. Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien Van Oudshoorn van 1905 tot 1932 in Berlijn heeft gewoond. Hij was onder zijn eigennaam Jan Koos Feijlbrief ambtenaar op het Nederlands Gezantschap. Het was beter dat men niet wist wie er achter het pseudoniem Van Oudshoorn schuilging. Literaire contacten bleven zodoende beperkt tot correspondenties met Lodewijk van Deyssel, Frans Coenen en P.C. Boutens. De laatste schonk hem van elk boek een exemplaar met opdracht. En Leo van Breens dichtbundels staan er enkel omdat de jonge letterkundige weleens op bezoek komt.

Klassiekers ontbreken evenwel niet. Een plank lager wordt Woutertje Pieterse omarmd door losse delen Verloren Tijd. Shakespeare is zowel in het Engels als in het Duits beschikbaar, een herinnering aan een gestrande vertaling. Baudelaire, Verlaine, Gogol, Dostojevski voorts. Oscar Wilde is ondervertegenwoordigd met Dorian Gray’s Bildnis. Het kan geen toeval zijn dat mijn oog valt op Wilhelm Meisters Lehrjahre: Goethes roman heeft wel wat gemeen met Van Oudshoorns debuut Willem Mertens’ levensspiegel uit 1914. Erbovenop ligt nog wat bladmuziek en een stapel Flaubert in het Duits: blijkbaar houdt zijn van oorsprong Duitse echtgenote naast zingen ook van lezen.

Achter ronde brillenglazen knipperen vermoeid de ogen. Ik moet een andere keer maar terugkomen. Het wordt de schrijver teveel, met zijn hartkwaal. Buiten op het Haagse pleintje schiet mij een citaat te binnen: ‘Zooals hij schots en scheef dacht, heerschte ook in de keuze zijner lectuur de grofste willekeur.’ Ik hoef niet te raden naar de schrijver. Dit kan alleen Van Oudshoorn zijn.

Voor dit gedroomde bezoek heb ik dankbaar gebruikgemaakt van het tweedelige Van Oudshoorn. Biografie van de ambtenaar-schrijver J.K. Feijlbrief van Wam de Moor, in het bijzonder van ‘Bijlage 4’: de inventaris van diens boekenbezit, zoals een onbekende die in lijsten aanlegde, kort na de dood van de schrijver op 31 juli 1951.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s