Twee vreemde gevallen

Weten we het nog? In 1998 kwam Arjan Peters in opspraak, toen Joost Zwagerman in Vrij Nederland onthulde dat de criticus met twee maten had gemeten. In de Volkskrant had Zwagermans roman Chaos en rumoer in Peters’ ogen een ‘gebrek aan vaart’, terwijl hetzelfde boek in het reclameblaadje Six Books volgens Peters een ‘snelle stijl’ kende. Dat kan dus niet: boeken bejubelen die je een week eerder nog kraakte. Elsbeth Etty en Max Pam dachten er het hunne van. Peters kreeg een schrijfverbod.

In het letterkundige schoolkrantje van Colmjon en Verbraeck lees ik nu over een zeer vergelijkbare zaak, anno 1934.

Een vreemd geval
Er bestaat in Den Haag een op gezette tijden verschijnend blaadje “Zwart op Wit”, als reclame-orgaan gratis verspreid door de boekhandels Boucher en The Oriental Bookshop, én er bestaat daar een dagblad “Het Vaderland”. Van de redactie van het eerste maakt de heer J. Greshoff deel uit, aan het tweede werkt hij mee voor Fransch. Wij hebben in de heer Greshoff nu eenmaal nooit een criticus kunnen zien, en we gelooven, dat al degenen die hem in beide bedoelde organen over hetzelfde boekwerk “Les Lettres”, door René Groos, en Gonzague Truc hebben zien schrijven, voortaan op zijn oordeel weinig prijs meer zullen stellen.

In het 1 Juni-nummer van het reclame-orgaan toch heeft hij de volgende o[o]rdeelvelling, met zijn naam onderteekend, doen opnemen:

“Wat de litteratuurgeschiedenis betreft, moeten wij beginnen met een boek van René Groos en Gonzague Truc, genaamd “Les Lettres” (f 2.40) in de serie “Tableaux du Vingtième Siècle”, waarin vroeger reeds verschenen “Les Arts”, “Les Sciences” en “La Pensée”. Het boek van Groos en Truc bevat tal van wetenswaardigheden en tal van behartenswaardige opmerkingen. Men moet zich echter bij het bestudeeren daarvan steeds voor oogen houden, dat de schrijvers behooren tot de uiterst-rechtsche groep; dat heel hun leven en al hun geschriften daar het kenmerk van dragen en het getuigenis van zijn. Hun werk kan dus nooit gelden als een objectieve schets der verschijnselen. Wanneer men het echter gebruikt met het correctief van de eigen kritiek erbij, kan het groote diensten bewijzen.”

De critiek in “Het Vad.”, van 20 Mei, door Greshoff onderteekend, begint evenwel aldus:

“Dezer dagen ontving ik een overzicht van de nieuwe letteren in Frankrijk, dat zoo barok, slordig en onbetamelijk gemaakt werd, als géén soortgelijk boek mij bekend. Aangezien er veel reclame voor gemaakt wordt en het er, door vele portretten, zeer aantrekkelijk uitziet, haast ik mij om belangstellenden nadrukkelijk te waarschuwen. Wie “Les Lettres” door René Groos en Gonzague Truc (deel uitmakende van het “Tableau du 20ème Siècle; 1900-1933″; uitgave Denoël et Steele, Parijs 1934) koopt, komt bedrogen uit. Ik herinner mij niet een zoo schaamteloos slechtgemaakt boek ooit in handen te hebben gehad. Het schijnt dan ook, dat de heer Groos zich halverwegen uit de combinatie heeft teruggetrokken, omdat hij de verantwoordelijkheid voor de uitspattingen des heeren Trucs niet op zijn verantwoording durfde nemen. Alles in dit boek is infaam.”

De schrijver geeft hier meer dan een halve kolom voorbeelden van, vindt ten slotte dat aan 2 auteurs er in recht wordt gedaan, en besluit:

“Maar deze twee lofwaardige titels kunnen dit pamflet, waar de uitgevers zich mee geblameerd hebben, niet redden. Het is en blijft waardeloos om de hemeltergende partijdigheid en om de vodderige makelij. Men zij dus op zijn hoede.”

Niemand in de pers heeft de aandacht op deze aangelegenheid gevestigd, het oordeelen van de heer J. Greshoff op deze twee manieren vrijwel gelijktijdig; maar wij achtten het voor de standing van het litteraire leven alhier – hoe gering men daar wellicht over mode denken – noodzakelijk, dit geval te signaleeren. In het Nederlandsche litteraire leven blijkt veel mogelijk te zijn, en daarom zal de heer Greshoff er ook door déze zaak niet onmogelijk worden; of hij in breede kringen, waar men zijn woorden nog wel las, echter een sprankje van gezag zal overhouden, staat na deze aangelegenheid toch te bezien.’

Uit: De Litteraire Gids, jaargang 8, nummer 109 (september 1934)

Greshoff geblameerd
De heer Greshoff heeft, in reactie op wat we de vorige maand signaleerden als een vreemd geval, er in Het Vad. de draai aan willen geven, dat hij in die courant een (vernietigende) “critiek” op het werk van Groos en Truc zou hebben geschreven, en tegelijk in “Zwart op Wit” een “verslag” van dit boek, dat volgens zijn mening aldaar “grote diensten kan bewijzen”. De Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant vindt de quaestie echter niet zo doodgewoon als Greshoff achteraf; zij oordeelt:

“We vragen ons af wat er van de waarde van de litteraire critiek overblijft, als dergelijke veranderingen van inzichten in de letterkundige kolommen mogelijk zijn. Voor het blaadje “Zwart op Wit” is deze aanbeveling van Greshoff trouwens een beleediging. We weten uit ervaring, dat in dit blaadje wel degelijk critiek mogelijk is en dat het geenszins enkel reclameschrijverij bevat.”

O.i. zou de heer Greshoff in de pers beter de lof kunnen zingen van wondermiddelen, verklarend dat hij bij het gebruik daarvan baat heeft gevonden – omdat toch iedereen dit humbug acht, kan hij er geen kwaad mee. Bij de litteratuur evenwel was men tot dusver geneigd, degene die voorlichtend optreedt een zekere mate van vertrouwen te schenken.’

Uit: De Litteraire Gids, jaargang 8, nummer 110 (oktober 1934)

Twee monden, dubbele tongen, het is van alle tijden.

4 gedachtes over “Twee vreemde gevallen

  1. Hafid Bouazza heeft ooit in de Groene Amsterdammer (nr. 17/2000) een nieuwe vertaling van de Verhalen van Duizend en Eén Nacht met de grond gelijk gemaakt, overigens in een adembenemend artikel waarin hij zo ongeveer de gehele westerse literatuurgeschiedenis van stal haalt.Kort daarop bereikte de redactie een brief van de uitgever, waarin allerlei gelegenheden en artikelen werden aangehaald waarin Bouazza zich juist positief over het werk had uitgelaten! Bouazza was echter totaal niet onder de indruk, en reageerde met een pleidooi voor meer pluralisme in het werk van de literair criticus. En waarom ook niet? Marokkanen zijn wel ergere dingen gewend dan simpele paradoxen, natuurlijk.

  2. Volgens mij heeft Arjan Peters nooit een schrijfverbod gekregen. Volgens mij is hij enige tijd op non-actief gesteld. Volgens mij om de kou uit de lucht te halen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s