Boekenbalgedicht

Onder de titel ‘Droom’ publiceerde Het Parool op 25 maart 1955 onderstaand gedicht van Jac. van Hattum:

‘k Zag Hoornik lopen op het Leidse Plein,
imponderabel, maar naar-den-Geest;
hij was op weg naar ’t jaarlijks boekenfeest;
wat zou zo’n feest ook zonder Hoornik zijn?

En Donkersloot en Victor zag ik gaan;
Victor van Vriesland (da’s driedubbel V);
en Binnendijk zag ‘k naast de Rozen staan
en Kelk en Kool en ieder ging maar mee.

‘k Zag, wat je elk jaar ziet op het hoge feest:
pick-pocket-books-auteurs in degelijk zwart
– ofschoon ik zelf slechts eens er ben geweest –
’t was d’avond weer van Hollands zingend hart.

‘k Streek langs een muur m’n laatste zwavelstok,
gehurkt als ik zat in kille, Maartse sneeuw;
wild flapt’ in mijn gelaat nog Hoorniks rok
en zo van alle groten dezer eeuw.

Ik was het kind, dat in de Hemel zag,
en droomd’: “Hoe graag zou ‘k een der hunnen zijn”;
maar niemand knikte mij zelfs goedendag;
toen stierf ik eenzaam op het Leidse Plein,

Het arme kind, dat in de Hemel keek
en Hoornik zag, en Vic en Binnendijk;
’t is weer zo ver, het is weer Boekenweek
en Hollands Geest staat weer in rok te kijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s