‘Vanaf een bepaalde dag geloof je het wel’

Schrijvers schrijven allang niet meer alleen boeken. Hun teksten staan steeds vaker in kranten, tijdschriften, tv-gidsen, literaire kalenders, lokale schoolkranten en – niet in de laatste plaats – uiterst obscure en zeldzame uitgaafjes. De allesverslindende verzamelaars rukken op: een bibliografie is pure noodzaak. In aflevering drie van een succesvolle reeks: de bibliograaf van de Vlaamse schrijver, dichter, performer Tom Lanoye. Boris Rousseeuw heeft van 1979 tot 1986 exact bijgehouden wat er van en over zijn landgenoot verscheen. Over het voorkomen van mythes, bibliografische moeheid en erkenning.

Een bibliografie is een overzicht van alle publicaties van een schrijver. Veel bibliografen houden echter een slag om de arm en bekennen in het voorwoord dat de bibliografie zonder twijfel lacunes zal vertonen. Om dezelfde reden noemt Frans Mouws zijn boek over Boudewijn Büch nadrukkelijk een ‘overzicht van zijn werk’, en niet ‘bibliografie’. Deze voorzichtigheid is niet terug te vinden in uw verantwoording: bent u zo zeker van uw zaak?
‘Ja, vóór de bestreken periode heb ik fanatiek verzameld en ook de medewerking gekregen van de auteur zelf. Er zal wel wat ontbreken, maar zeker geen belangwekkende dingen, hoogstens ergens een klein interview of een bespreking of zo. Het was toen nog voor de grote “doorbraak”, Tom kreeg wel aandacht en respons, maar niet gigantisch.’

De meeste bibliografen krijgen volledige medewerking van de auteur. Zo heeft Arnon Grunberg zijn bibliograaf actief geholpen met het achterhalen van publicaties. Was Tom Lanoye hulpvaardig?
‘Absoluut. Hij hield toen een nauwkeurig archief bij en gaf kopieën van alles wat ik gemist had. Dikwijls zelfs originelen, want zelf is hij geen échte bibliofiel. Zo heb ik dingetjes die bijna niemand heeft, zoals stukken in PC, een vroeg interview in de PZC of de VPRO-gids.
Inmiddels zal het zelfs voor hem wel ondoenlijk geworden zijn om alles bij te houden. Hij heeft er – net als ik – ook niet meer de tijd voor. Vanaf een bepaalde dag geloof je het wel. Ik merk dergelijke bibliografische moeheid ook bij andere schrijvers op. Bij Komrij bijvoorbeeld.’

Een bibliografie ontstaat vaak uit een uit de hand gelopen verzameling. Hoe is dat bij u gegaan? En speelde het feit dat u een bibliofiele drukkerij heeft daarin tevens een rol?
‘Inderdaad, ik was op de eerste plaats bewonderaar, als logisch gevolg daarvan verzamelaar, en pas op de derde plaats bibliograaf.’

Wie heeft u in eerste instantie willen dienen? De wetenschappers of de verzamelaars?
‘Wetenschappers, want dat zijn geen concurrenten. Bovendien wou ik vermijden dat er rond Tom mythes zouden ontstaan, die te goeder trouw voortspruiten uit een slechte kennis van de beginperiode. Denken we aan het fabeltje dat Elsschot na 1923 zou gestopt zijn met schrijven omdat zijn boeken slecht ontvangen werden. Op basis van mijn bibliografie kan niemand volhouden dat Tom in zijn beginperiode miskend of doodgezwegen is.
Maar het doet me plezier dat mijn bibliografie ook in verzamelaarskringen gebruikt wordt. Zij het dan soms alleen om de prijs op te drijven…’

‘Het enige criterium voor opname was dat er tenminste vijf exemplaren geproduceerd zijn. De beschrijvingen zijn gebaseerd op autopsie; elk nummer in de bibliografie is beschreven met een exemplaar van de betreffende druk in de hand,’ aldus Frans A. Janssen en Sonja van Stek over hun kolossale werk Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans (2000). Frans Mouws, daarentegen, beschrijft ook unica, en hij neemt niet zelden beschrijvingen over uit antiquariaatscatalogi. Welke voorwaarden heeft u gesteld?
‘Ik heb alles beschreven aan de hand van originelen in eigen (en soms andermans) bezit en heb dus alles vastgehad. Oplage speelt geen rol. Niet overdrijven: er bestaan slechts enkele unica, zoals de luxe-scriptie van Tom over Hans Warren op 1 ex. met handgeschreven gedicht van beiden. Een gekoesterd bezit, omdat ik ook een Warren-liefhebber ben (dank zij Tom!) en de man enkele malen ontmoet heb.’

Uw bibliografie loopt tot december 1986. Bent u toen gestopt?
‘Nee, maar ik had na het verschijnen van Een slagerszoon met een brilletje in 1985 (Tom bij Sonja Barend, ettelijke herdrukken vlak na elkaar, serieus genomen door hele pers) het gevoel dat de “beginperiode” afgesloten was, en besloot die op mijn beurt af te sluiten met mijn bibliografie. Na het verschijnen van Alles moet weg in 1988 kreeg ik gelijk: grote oplages en massale respons werden toen standaard.
Nadien heb ik alles wel bijgehouden, maar ik streef geen volledigheid meer na. Dat is een dagtaak. Dit theaterseizoen zijn er bijvoorbeeld twaalf verschillende ensceneringen van toneelstukken van Tom, daar zou je dus in theorie allemaal achteraan moeten gaan voor de programmabrochure, speelteksten, foto’s, recensies in regionale pers, enz.’

U kent blindelings de weg in de publicaties van en over Tom Lanoye. Is de verleiding niet groot om die informatie aan te wenden voor artikelen over (het werk van) Lanoye?
‘Ik heb geen tijd en denk ook niet dat ik de grote inhoudelijke visie heb op zijn werk. Wel mocht ik eind vorig jaar de catalogustekst schrijven voor de eerste Lanoye-tentoonstelling in het AMVC-Letterenhuis te Antwerpen. Dat gaf me wel een gevoel van erkenning. En met verzameling en bibliografie achter de hand, schrijf je zo’n tekst met je ogen dicht.’

Uw Bibliografie van en over Tom Lanoye (1979-1986) is verschenen bij uw eigen drukkerij: De Carbolineum Pers. De totale oplage bedraagt slechts 130 exemplaren. Zou het, omwille van de toegankelijkheid, geen goed idee zijn om de bibliografie op het internet te plaatsen?
‘Nee, ik geef dat zelf uit en wie interesse heeft moet het maar kopen. DCP is op de eerste plaats een boekhistorisch-bibliografisch fonds dat op termijn – deo volente – 100 titels moet bevatten; ik ga dat niet verzwakken door dingen op internet te zetten. Als het boekje uitverkocht is, kan dat wel natuurlijk. Overigens is de verkoop slecht. De doorsnee Lanoye-lezer is te jong en te arm om te verzamelen. En de oudere verzamelaars met geld stoppen bij Hugo Claus. Binnen vijf tot tien jaar draait dat om.’

januari 2004

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s