Jeroen Brouwers in Letterkundig Museum

De lichamelijke gedaante die zoiets metafysisch als verzen, verhalen, gedachten aanneemt – het laat me koud

schreef Benno Barnard eens, in het kielzog van zijn vriend Jeroen Brouwers, die manuscripten met volgesnoten tissues vergeleek. De éen opende 7 april jongstleden evenwel de tentoonstelling van de ander: ‘Liefde, literatuur en dood’ in het Letterkundig Museum, waar een ruime sortering foto’s, boeken, tekeningen, brieven en… manuscripten van Jeroen Brouwers uitgestald ligt.

In zijn openingslezing woog Benno Barnard de invloed van ‘68 op het werk van Brouwers, die zich toentertijd in Brussel vestigde. In die losbandige jaren zestig ligt het fondement van Brouwers’ vorm en thematiek, meent Barnard. De jonggestorven romanciers bijvoorbeeld, die zijn gedenkschriften bevolken, heeft Brouwers aan Brussel te danken. (Zij hebben op hun beurt aan Brouwers te danken dat ze nog niet geheel in de vergetelheid verzonken zijn.) De Belgische stad zou in leven en geschrifte vaker opduiken – zowel in die van Brouwers als van Barnard, die zijn eerste verhalen bij hetzelfde Brusselse maanlicht schreef. Aan het eind van zijn rede deed de laatste een voorspelling, die door de geachte aanwezigen met geroezemoes en stoelgeschuif werd beantwoord: Brouwers zal nog een grote roman schrijven, zijn negende. Na een lang dankwoord van directeur Anton Korteweg werd de tentoonstelling voor geopend verklaard – maar waar bleef Barnards zo toepasselijke gedicht ‘Het schrijversmuseum’?

De muren van het Letterkundig Museum zijn voor de gelegenheid rood geverfd. Bezonken rood natuurlijk, naar de gelijknamige roman die Brouwers internationale waardering bracht. Het boek ligt er zelf ook: de eerste druk uit 1981 wordt omringd door een dozijn vertalingen, die met hun rode omslagen een mooi mozaïek vormen. In dezelfde hoek hangt een metersbrede uitvergroting van een werkhandschrift, met veel doorhalingen en correcties: een moeizaam schrijfproces kan niet beter worden geïllustreerd. Tussen al het materiaal uit Zutendaal ligt voorts ‘Kroniek van het Jongenspensionaat te Bleyerheide’: het dagboek dat een piepjonge Brouwers op de kostschool bijhield, onbewust preluderend op het vermaarde brievenboek Kroniek van een karakter uit 1987.

De lijdensweg die Jeroen Godfried Maria Brouwers de afgelopen vijfenzestig jaar heeft bewandeld – langs uitgevers, tijdschriften, vrienden en echtgenoten – is hier te zien. In het Schrijversprentenboek Jeroen Brouwers: Het verhaal van een œuvre laat Johan Vandenbroucke het onderwerp van zijn studie zelf die martelgang vertellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s