Louis A. Bähler (1867-1941)

Zonder hem had de Gereformeerde Bond afgelopen april nooit haar 100-jarig jubileum kunnen vieren. Sterker: zonder ds. Louis. A. Bähler uit het Friese Oosterwolde was de Bond nooit opgericht. Diens brochure Het “christelijke” barbarendom in Europa stuitte begin twintigste eeuw gelovigen dermate tegen de borst dat zij zich verenigden in de Gereformeerde Bond. In dat pamflet uit 1903 stelde nota bene iemand van binnenuit – Bähler stamde af van een predikantengeslacht – het boeddhisme voor als een verbetering van het christendom. En het lijden en sterven van Christus vond hij gewoon een verzinsel. Meer botsingen met (kerkelijke) autoriteiten zouden volgen.

In alle rust nog groeide Louis Adriën Bähler op in dorpen rond de Betuwe, waar vader Louis Henri Antoine predikte. In 1886 besloot hij theologie te willen studeren in Groningen. De graad van Doctor in de Godgeleerdheid verkreeg hij op 5 juli 1893 met het proefschrift De Messchiaansche heilsverwachting en het Israelietisch Koningschap. Deze prikkelende studie – “Het Boek de Prediker is niet van ééne hand” luidt bijvoorbeeld een stelling – droeg hij op “Aan mijn meisje”, de zeven jaar jongere Gesina Boerma, zijn latere vrouw. Datzelfde jaar nog klaagde de overheid Bähler aan wegens smaad, omdat de jonge predikant, wat naïef, gewezen had op financieël wanbeleid van een Nijmeegs weeshuis.

Zijn eerste standplaats was Schiermonnikoog. Daar maakte Bähler naam met lezingen voor de eilandbewoners over de natuur en over de Indische mystiek en het boeddhisme, waarin hij zich intensief verdiepte. In zijn vrije tijd legde hij zich toe op het schrijven en vertalen van toneelstukken en brochures. Zijn bibliografie laat al vroeg een verschuivende interesse zien van letterkunde en christendom naar anarchie en boeddhisme. De ironische en soms ondeugende (“Ik zoende op hare wang een blos”…) versjes uit zijn debuut Het Een en Ander in Dicht en Ondicht uit mijn Studententijd en “uit een aestetisch oogpunt” geschapen bloemlezingen maken plaats voor referaten over “hoe uit een godsdienstig oogpunt te oordelen over dienstweigeren”. Maar altijd hanteerde Bähler dezelfde vlotte pen. En op de kansel behield hij zijn lichte toon. Uit een preek voor de gelovige gemeente in Oosterwolde, gebundeld in Geestelijke wasdom (1905), blijkt zijn gevoel voor dramatiek, als hij na een straffe bewering grapt: “Wat?! Is onze dominee orthodox geworden?”

Vrijheid, vrede en rechtvaardigheid waren Bähler ernst. Zijn streven om op een hoog-zedelijke manier tot een betere wereld te komen had tot gevolg dat er in huize Bähler geen drank geschonken werd en geen vlees gegeten. Man en vrouw waren volstrekt gelijkwaardig, maar moesten de handjes boven de dekens houden: een kind zou Gesina Bähler-Boerma dan ook nooit baren. Medestanders vond het echtpaar bij de in 1901 opgerichte Rein Leven Beweging en het tijdschrift Vrede, om maar een paar verbanden te noemen waarin Bähler een belangrijke stem gehad heeft. Waar Bähler zich roerde, schoten de vredelievende stichtingen en anarchistische verbonden als paddestoelen uit de grond. En toen Felix Ortt en Lodewijk van Mierop in 1907 hun vertrouwen opzegden in Bähler als redacteur van Vrede, vond de excentrieke dominee meteen een spreekbuis in het periodiek De Vrije Mensch.

Na een zoveelste conflict met de kerk besloot Bähler in 1911 het ambt neer te leggen. Het echtpaar nam haar intrek in het van de oude Bähler georven landgoed “Lemferdinge” in Paterswolde. De gelovige in ruste interesseerde zich meer en meer voor bijgelovige zaken als homeopathie, theosofie en astrologie. Hij correspondeerde uitgebreid over natuurgeneeswijzen en horoscopen, werd lid van de in New York gevestigde Psycho Succes Club. In die zin is er een verwantschap met schrijvers als Frederik van Eeden en Marcellus Emants, die al eerder hun heil zochten in psychotherapie en spiritisme. Het hing blijkbaar in de lucht.

Na de dood van Bähler in 1941, gevolgd door zijn vrouw in 1953, ging het beheer van het landgoed in Eelde-Paterswolde over naar een vereniging. Het archief van Bähler bevindt zich tegenwoordig in een kluis op de Zaal Oude en Kostbare Werken van de UB. Zijn interessante collectie boeken viel helaas uiteen. Per testament beslisten de Bählers dat “Lemferdinge” altijd toegankelijk moest blijven voor mensen die hun horizon willen verbreden.

Dit najaar vindt er weer een Wedding Fair plaats.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s