J.P. Guépin (1929-2006)

Denken deed hij het best in bed. Zei de schrijver in het VPRO-radioprogramma De Avonden, waaraan hij jarenlang als vaste medewerker verbonden was. In het onderdeel ‘De werkplek’ beschreef hij zijn werkkamer. Guépin was schrijvend omgeven door boeken, veelal literatuur waar niemand op zat te wachten. Zijn planken stonden ook vol met multomappen, waarin de schrijver eindeloos materiaal verzamelde voor lopende en toekomstige projecten. Eén zo’n map, waaruit hopelijk nog eens een vertaling, bloemlezing of roman te construeren viel, bevatte een verzameling rond goddelijke inspiratie. ‘Dat wordt een boek over liegen dus. Want er is geen god,’ vertelde Guépin met een geaffecteerde stem die aan Godfried Bomans deed denken.

Jan Pieter (eigenlijk Jean Pierre) Guépin studeerde klassieke letteren in Amsterdam. In 1968 debuteerde hij met de eigenzinnige dichtbundel De mens is een dier maar hij zou het kunnen weten. Datzelfde jaar verscheen zijn proefschrift over paradoxen in de Griekse tragedie. In 1971 kwam hij colleges geven in Groningen, bij archeologie en literatuurwetenschap. Zijn slechte gezondheid noopte hem ertoe in 1978 zijn lessen te staken en verder te gaan in de schrijverij. Maar misschien was hij voor de wetenschap ook te veel een liefhebber.

Guépins klassieke scholing werd een levenslange passie, die zijn weerslag vindt in het werk: sonnetten bevatten bijvoorbeeld mythologische verwijzingen en citaten uit de oudheid. Met De kunst van Janus Secundus vestigde hij in 1991 zijn reputatie als vertaler van Neo-Latijnse poëzie. Sindsdien was hij vooral ambassadeur en kenner van de klassieken: regisseurs die een Aischylos voor toneel bewerkten gingen eerst bij Guépin langs. Uiteindelijk zag een handvol vertalingen van zijn hand het licht, van veelal erotische poëzie. Dankzij het talent van de vertaler ogen deze gedichten, die soms onder eeuwen stof bedolven lagen, weer fris en van deze tijd. Van de humanistische leus ‘ad fontes’ begreep Guépin het belang: terug naar de bronnen, ook letterlijk. De schrijver sloot zich zonder problemen een maand op in een bibliotheek in Venetië om zich te documenteren.

Maar Guépin richtte zijn blik en zijn pijlen ook op het heden. In het essay ‘Bluf, bluffer, blufst’ maakt hij gehakt van de Canto-vertalingen van H.C. ten Berge, simpelweg door het woordenboek ter hand te nemen. Met evenveel overtuiging ontmaskert hij het gebrekkige bronnenonderzoek van de Pound-vertaler. In dezelfde bundel De Tweede Wet van Guépin (1975) – voor prikkelende titels had Guépin ook een talent, zie: De beschaving (1985) en Weg met de bohème (1992) – breekt hij een lans voor de dichters Kopland, Wilfred Smit en Chris van Geel. Het is merkwaardig dat, terwijl Guépin op de radio sprak alsof het gedrukt stond, hij schrijft alsof hij het al redenerend ter plekke verzint. Zijn essays hebben iets van college-dictaten: zelfverzekerd, wijs. En nooit zonder humor. In het namenregister van zijn vierde bloemlezing Neo-Latijnse liefdesgedichten staat onder ‘Hanlo, Jan’: ‘is de martelaar van de pederastie; hij werd in een katholieke kliniek gecastreerd, met het gevolg dat hij zich liet nemen, onder andere door een beestachtig Marokkaaans jongetje, dat hij volgens de Griekse zeden wilde opvoeden. Hij is een sublieme zeur. Hij kwam om door zijn roekloos motorrijden.’ En de dichter Chr. J. van Geel, Guépins vriend voor het leven, karakteriseert hij alsvolgt: ‘Chris van Geel was een surrealist, en dus hebben zijn gedichten een diepere betekenis.’

Natuurlijk sloeg Guépin de plank ook weleens mis: de studie Nederlands bijvoorbeeld achtte hij ‘gevaarlijk’, de roman De buitenvrouw van Joost Zwagerman vond hij ‘vooringenomen’ en ‘racistisch’.

De schrijver ligt nog niet koud in de grond of zijn laatste boeken liggen al in manshoge stapels bij De Slegte. De enige krant die een necrologie plaatste, spelde zijn naam consequent verkeerd. Maar die ene multomap lijkt zijn weg naar de uitgever op het nippertje te hebben gevonden: tijdens zijn laatste radio-optreden las Guépin met lichte snik een passage voor uit zijn juist voltooide historische roman, over Mozes, Jezus en Mohammed. De drie bedriegers – veelbelovende titel – ligt binnenkort in de boekhandel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s