Een vakkundig uitgezette val

Als één van de weinige levende schrijvers heeft Boudewijn Büch binnenkort zijn eigen literaire genootschap. Het Boudewijn Büch Gezelschap Büchmania heet het voluit. Wat drijft iemand om aan deze ‘literaire clown’, naast een website en een mailinglist, ook nog een officieel genootschap te wijden? Louis Schouten, Büchliefhebber en founding father van Büchmania, vertelt.

Hoe is de passie, de liefde misschien, voor Boudewijn Büch ontstaan? Wanneer sloeg de vonk over?
‘Ik denk dat dit gebeurde in 1985. Zijn roman De kleine blonde dood was nét uit. Natuurlijk had ik wel vaak iets over Boudewijn Büch gehoord, maar op dat moment had ik nog nooit iets van hemzelf gelezen. Dat veranderde op slag na het lezen van dit boek. Het maakte indruk, en die indruk zou alleen maar groter worden naarmate ik meer werk van hem begon te zoeken en in bezit kreeg. Het bleek al gauw dat hij zoveel méér schreef dan alleen maar romans. Ik ontdekte zijn gedichten bijvoorbeeld. Ook die vond ik wonderschoon. Maar zijn non-fictie werk is mij het liefst.’

Büch krijgt al veel aandacht van u op uw website (www.boudewijnbuch.com). U stuurt ook een digitale nieuwsbrief rond. Waarom moet daar nog een genootschap bij? Het is geen kleinigheid. Büch zelf zegt: ‘Ik ben een totaal onbeduidende derderangs prutser. Je gaat toch niet Büch verzamelen?’
‘Ik zou hierop kunnen antwoorden: ‘Hoor wie dit zegt! Als er één gepassioneerde verzamelaar bestaat is het Büch zélf wel!’ Waarom een genootschap en een website over Boudewijn Büch? Het antwoord is eigenlijk heel simpel. Als geen andere schrijver heeft Büch mijn leven zeer verrijkt. Het is geen geheim dat Büch, vanaf de dag dat hij debuteerde in de Nederlandse letteren, zijn belevingswereld heeft losgelaten op argeloze personen die zo vermetel waren een boekje aan te schaffen waarop zijn naam prijkt. Veel van die onwetende figuren liepen in de val! Een val, vakkundig uitgezet middels de bijna uniek te noemen carrière-planning van deze toenmalige jonge hond in de letteren. Men verviel tot de Büchomanie. Een begrip dat ik inmiddels uitvoerig heb beschreven in een aantal artikelen.
Menigeen haakte ook af, want ook die zijn er. Vanaf het begin heeft Büch een controverse veroorzaakt, zowel in zijn lezerspubliek als in de officiële literatuurkritiek. Óf je aanbad hem óf je verguisde hem. De critici begrepen zijn poëzie niet. Zij vonden dat hij zich teveel profileerde in de media. Die verdeeldheid bestaat tot op de dag van vandaag.
August Hans den Boef omschreef het in 1986 eens zo: ‘Een aardig voorbeeld is de literaire clown Büch op wie lange tijd schouderophalend werd gereageerd, maar die, sinds hij regelmatig voor de radio en de tv optreedt, ineens serieus genomen moet worden.’
In de jaren tachtig was dit ongeveer de algemene tendens in het literaire wereldje. De grachtengordel vond het maar niks dat Büch zich zo profileerde op de beeldbuis en op de radio duidelijk aanwezig was, en zich tegelijkertijd te pletter schreef in alle mogelijke periodieken. Kinnesinne? Duidelijk! Als je Literatuur schreef dan had je je niet te verkleden als een clown op de kijkdoos. Dan schreef je niet in al te dubieuze blaadjes anders dan de toonaangevende Literaire tijdschriften.
De aanhangers van zijn werk zal dit een zorg zijn. Zij wentelen zich in zijn gedachtegoed: de wereld van Boudewijn Maria Ignatius Büch. En hoe rijk is die wereld! Zijn fascinaties, zijn passies, zijn niet op twee handen te tellen.’

In vergelijking met andere literaire genootschappen vallen twee dingen op. Eén: in het verzamelen van Büchiana gaat u een stuk verder dan anderen: uw verzameling omvat alle eerste drukken, brieven, manuscripten en een waslijst secundaire literatuur. Twee: het Willem Elsschot Genootschap, de Vestdijkkring en het Multatuli Genootschap zijn gewijd aan Groten uit de Literatuur, die nog steeds veel gelezen worden. Is Büchmania ondergeschikt in dit rijtje? Heeft het wel voldoende “draagvlak”?
‘Voldoende draagvlak? Het is leuk dat je dit vraagt. Volgens mij zeer zeker!
Toevallig bladerde ik een aantal weken geleden weer eens door mijn knipselarchief. In een artikel van Rudie Kagie, ‘De lezer en zijn schrijvers’ (Vrij Nederland, 26-03-1983), viel mij een uitspraak op van Harry G.M. Prick, als voorzitter van het Frederik van Eedengenootschap. Prick heeft eens gezegd dat hij het eigenlijk niet zo op literaire genootschappen heeft. Bij dit soort verenigingen mist men relativeringsvermogen. De belangstelling voor één geadoreerde schrijver kan dan tot een monomane leescultuur leiden. Mensen die alles van A.M. de Jong hebben gelezen, maar geen letter van Marcel Proust – dat komt voor. Tot op zekere hoogte kan ik me dat wel voorstellen. Echter, ik kan je verzekeren dat je het begrip ‘monomane leescultuur’ bij een auteur als Büch genoegzaam kunt vergeten. Zijn journalistieke geschriften en columns in diverse periodieken moet inmiddels in de duizenden geteld worden! Of het nu gaat om boekenliefde, eilandpassies, vuurtorens, rock-‘n-roll-historie, literatuurwetenschap, Napoléongekte, grenspalenadeptie, geschiedenisfascinatie, Dreyfussaddictie, ontdekkingsreizigermanie, 19e eeuwliefde, etcetera; Büch heeft er wel over geschreven.
Ik ben nu zo’n 17 jaar met Büch bezig en tot op de dag van vandaag ben ik hem dankbaar voor wat hij mij heeft aangedragen. Hij is een fenomeen. Vandaar dat ik van mening ben dat een genootschap voldoende grond van bestaan heeft.’

Op een dag besluit u het idee te gaan verwezenlijken. Hoe gaat het oprichten – leden werven, locaties vinden – in zijn werk?
‘Dat is tegenwoordig zeer gemakkelijk met het internet. Zoals je weet is de website van ons een uitstekend middel om gelijkgestemden te vinden. Ik schrijf al een paar jaar de digitale nieuwsbrieven vanuit de site. Het blijkt dat Büch op een grote schare van bewonderaars kan rekenen. Die nieuwsbrief, waarop zo’n 500 lezers geabonneerd zijn, was hét middel voor de aanloop tot het nieuwe genootschap Büchmania. Overigens is dit het tweede genootschap dat ik opricht. Vier jaar geleden stond ik aan de basis van The Blue Poet Society. Maar dat genootschap, dat nog steeds bestaat, werd mij te elitair. Men wilde niet meer dan 25 leden toelaten. Het nieuwe genootschap moet voor iedereen toegankelijk zijn. Er hebben zich op dit moment, voor de aanstaande oprichting (20 september 2002 – NtW) al 95 leden opgegeven. Een daverend succes. Locaties dienden zichzelf al aan vanuit die nieuwe leden. Als je zo’n groep mensen bij elkaar krijgt, uit elke laag der bevolking, zit er altijd voldoende kennis, kunde en relaties bij, op elk gebied, die op hun beurt ook weer aan netwerken doen.’

Alle literaire genootschappen hebben een officiële doelstelling. Heeft het bestuur van Büchmania al zoiets geformuleerd?
‘De doelstelling van het genootschap is duidelijk: wij willen de belevingswereld, het werk van Boudewijn Büch zoveel mogelijk bestuderen en uitdragen middels eventuele publicaties. Jaarlijks willen we een nationale Büchdag organiseren, waarop iedereen – lid of geen lid – welkom is.’

Wat zijn de verdere plannen? Een Büch-cahier? Een Büch-museum?
‘Ja, er komt zeker een magazine buiten het bestaande digitale Büchmania Infobulletin. Hoeveel per jaar is nog onbekend. Ook op bibliofiel gebied willen wij zeker iets gaan doen. Binnen de ledengroep hebben we daartoe de kennis en de faciliteiten. Daar gaan we natuurlijk gebruik van maken. Verder moet er nu eindelijk eens een goede bibliografie in druk uitkomen van het primaire en secundaire werk van Boudewijn Büch. Ik werk daar al een tijdje aan vanuit mijn eigen collectie. En die komt er, geloof mij. Maar een Büch-museum? Nee, zover gaan we niet.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s